Schubert

Liefdes zijn ontstaan en gebroken tijdens het spelen van quatre mains. Maar dat verklaart niet waarom de nieuwste cd van pianiste Maria Joao Pires en collega Ricardo Castro vergezeld gaat van een psychoanalytische verhandeling die het duospel moeiteloos herleidt tot de baarmoeder (!). Gelukkig onttrekt de muziek van Schubert zich aan die woorden, en ook aan bijgeleverd plaatjevan een lege zandweg. De gevoelens die daardoor kennelijk opgeroepen dienen te worden, klinken wel in de muziek. De dubbel-cd opent met de breekbaar beginnende Fantasie in f-klein, onlangs nog de begeleiding van onmogelijke liefde in de film Sunshine van István Szabó. Geen wonder; veel van Schuberts muziek voor piano vierhandig is ook echt verbonden aan de liefde. Waarom laat hij in de stukken uit 1818 en 1824 anders zo vaak de armen van de spelers kruisen? Wie weet dat Schubert juist toen lesgaf aan het bekoorlijke gravinnetje Karolin Esterhazy, kent het antwoord. Naast een onstuimige maar nergens grofmazige interpretatie van Lebensstürme straalt, parelt en verheldert Pires' solistische uitvoering van de Sonate in A-groot (D 664) op de haar typerende wijze. Castro's interpretatie van de Sonate in a-klein (D784) klinkt iets robuuster. Maar de hoogtepunten zijn zonder meer de vierhandige werken, waaronder ook het aansprekende Rondo D951.

Franz Schubert; D. 940; 951; 664; 784; 947 door Maria Joao Pires en Ricardo Castro. (Deutsche Grammophon, 00289 477 5233)