Nieuwe strop dreigt voor havenbedrijf

Het Havenbedrijf Rotterdam loopt door een conflict over havengelden veel grotere financiële risico's dan die welke onlangs als gevolg van het RDM-schandaal bekend zijn geworden.

In twee voorlopige gerechtelijke uitspraken – bij de rechtbank in Rotterdam en de Hoge Raad – is eind 2002 en mei dit jaar geoordeeld dat de havengelden zeer waarschijnlijk in strijd met de mededingingsregels zijn vastgesteld.

Hierdoor bestaat volgens betrokkenen het reële risico dat het havenbedrijf grote oliemaatschappijen, die de juridische procedures zijn begonnen, zo'n 230 miljoen euro aan onterecht geheven havengelden moet terugbetalen.

In het RDM-schandaal, waarin ex-directeur W. Scholten heimelijk garanties gaf aan defensiebedrijven van J. van den Nieuwenhuyzen, komt het risico voor het havenbedrijf voorlopig uit op 140 miljoen euro.

In het juridische geschil met de oliemaatschappijen, dat al sinds 1996 sleept, stellen de oliebedrijven dat ze oneigenlijk worden benadeeld door relatief hoge tarieven. Oliemaatschappijen betalen in Rotterdam driemaal zoveel als bedrijven in de containersector. Dankzij lage tarieven voor containerschepen slaagt de Rotterdamse haven er al jaren in de omzet in de containeroverslag sneller te verhogen dan de concurrerende havens.

De oliemaatschappijen vinden dat zij worden verplicht deze concurrentiestrijd indirect te subsidiëren omdat zij geen lagere tarieven of kortingen krijgen. Nadat toenmalig directeur Scholten overleg weigerde, zijn de bedrijven in 1996 naar de rechter gestapt. Sindsdien betalen ze hun havengeld – circa 50 miljoen euro per jaar – onder voorbehoud.

In de lopende procedures hebben de oliemaatschappijen zowel de rechtbank in Rotterdam als de Hoge Raad er voorshands van overtuigd dat het havenbedrijf in strijd met het (Europese) mededingingsrecht handelt. De Rotterdamse rechtbank heeft op 27 november 2002 in een tussenvonnis gesteld dat er ,,geen toereikende grondslag'' is voor de hoge tarieven voor de oliesector, en onderzoek gelast naar de manier waarop de haven de tarieven bepaalt. De Hoge Raad oordeelde op 7 mei dat het havenbedrijf Europese mededingingsregels ,,waarschijnlijk'' heeft overtreden, en wees de zaak terug naar het hof om de tariefbepaling nader te laten onderzoeken.

Havenwethouder Van Sluis van Rotterdam en het havenbedrijf zien de procedures met vertrouwen tegemoet, aldus woordvoerders. Het havenbedrijf heeft geen voorzieningen getroffen voor het geval de procedures worden verloren. Het ministerie van Financiën doet boekenonderzoek bij het havenbedrijf, omdat het rijk in ruil voor financiering van de Tweede Maasvlakte aandelen van het havenbedrijf wil kopen.

Havengelden: pagina 17