Mooi zijn tussen koeienkoppen en rauwe vis

Zelf zou hij het vreselijk hebben gevonden, om zijn foto's zo netjes ingelijst aan de muren van een museum te zien hangen. En ongetwijfeld had hij zich vol afschuw uitgesproken over de glanzende reproducties in de catalogus. De Franse fotograaf Guy Bourdin (1928-1991) had duidelijke ideeën over hoe er met zijn beelden diende te worden omgesprongen. Tot zijn dood waren ze nooit geëxposeerd of in boekvorm verschenen. De enige plek waar Bourdin zijn werk tentoonstelde was op de pagina's van damesbladen – als reclamefoto voor het schoenenmerk Charles Jourdan, of als modereportage in het Franse Vogue, waarin hij ruim dertig jaar lang iedere maand twintig pagina's mocht vullen.

Dat er nu toch een overzichtstentoonstelling is, die na Londen en Parijs het Fotografiemuseum Amsterdam (FOAM) aandoet, is te danken aan Bourdins zoon Samuel, die de nalatenschap beheert en twee jaar geleden ook al het fraaie boek Exhibit A samenstelde. De glossy kleurenfoto's van zijn vader liet hij opnieuw afdrukken op grote formaten. En zo wordt, ruim tien jaar na zijn dood, pas in volle omvang duidelijk hoe geniaal en invloedrijk het werk van Bourdin eigenlijk was.

In het aan de vrouw brengen van kleding of schoenen leek Bourdin nauwelijks geïnteresseerd. Het ging hem vooral om het oproepen van een sfeer, en die was vaak uiterst morbide. Een foto voor Charles Jourdan, in 1975 als advertentie verschenen in Vogue, laat de witte krijtstrepen zien waarmee op de stoep de vindplaats van een lijk is aangegeven. Het silhouet, met wijduitlopende rok, is duidelijk dat van een vrouw. Haar pumps en zonnebril liggen waar ze ter aarde stortte.

Sommige beelden doen denken aan scènes uit Duitse Krimi's. Dan toont Bourdin ons bijvoorbeeld door de kier van een openstaande deur een kamer waar zojuist een moord gepleegd is. Het naakte vrouwenlijf is nog net te zien in de spiegel, en een mannenarm – de detective? – reikt naar de deurbel. Het zijn beelden waar je eindeloos naar kunt kijken, omdat Bourdin ze volstopte met verborgen details. Ook de reflecties in de televisie of vissenkom kunnen aanwijzingen bevatten.

Voor zijn modellen was Bourdin extreem veeleisend, sadistisch haast. Ze moesten poseren temidden van dode koeienkoppen of rauwe vis, en zich wentelen in goudverf of dode wespen. Identiteitsloze ledenpoppen waren het, opgemaakt met veel te veel lipgloss, valse wimpers en blosjes op de wangen. Op een van de foto's hangt een meisje als een marionet aan een strop, met om haar dode lijf een duur groen jurkje. Bourdins droom, zo vertelde hij eens aan zijn vrienden, was om fotoshoots in het mortuarium te houden, met de lijken als mannequins.

Wie nu op de tentoonstelling rondloopt, krijgt het gevoel dat Bourdin met zijn gewelddadige foto's zijn tijd ver vooruit was. Fotografen als David Lachapelle, Inez van Lamsweerde en Nobuyoshi Araki zijn aan hem schatplichtig. De hooggehakte en veel te zwaar opgemaakte vrouwen die hij in de jaren zeventig portretteerde voor Vogue werden tien jaar later eindeloos gekopieerd in videoclips van Duran Duran en Robert Palmer. En ook Madonna bleek vorig jaar een groot Bourdin-fan. Haar videoclip voor het nummer Hollywood plagieerde minstens elf van zijn foto's, waarvoor ze prompt werd aangeklaagd door zoon Samuel.

Maar de grootste verrassing van deze tentoonstelling is wel dat Guy Bourdin ook heel ingetogen kon fotograferen. Tussen de barokke voorstellingen van fashion victims en heroïne chic hangen enkele wonderen van eenvoud. Een foto van een lege akker met op de voorgrond een telefoonpaal waarop een modefoto geplakt is. Of een foto van een veld vol zwarte, beregende paraplu's, waartussen nog net het met blauw poeder omrande oog van een vrouw te zien is – de priemende blik van een ijskoningin.

Tentoonstelling: Guy Bourdin. T/m 5/1/2005 in het FOAM, Keizersgracht 609, Amsterdam. Open dag.10-17u, do en vr 10-21u. Inl: 020-5516 500 of www.foam.nl