Migranten met moderne ideeën

De migrantengroepen die pas laat naar Nederland kwamen, zoals Irakezen en Iraniërs, integreren vaak sneller dan bijvoorbeeld Turken en Marokkanen. Ze kwamen hier veelal als asielzoeker, en zijn vaak hoogopgeleid.

Van de `nieuwe' migrantengroepen in Nederland zijn Iraniërs en voormalig Joegoslaven het best geïntegreerd. Somaliërs doen het het slechtst.

Dat concludeert het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO) van de Erasmus Universiteit Rotterdam in het Jaarrapport Integratie 2004. Volgens onderzoekster Vera van den Maagdenberg groeien deze nieuwe migrantengroepen – Afghanen, Irakezen, Somaliërs, voormalig-Joegoslaven en Iraniërs – veel sneller dan de `klassieke' migrantengroepen – Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. ,,Hierdoor verandert de samenstelling van de allochtone bevolking in Nederland'', zegt ze.

,,Maar eigenlijk weten we nog heel weinig over deze nieuwste nieuwkomers, voor het merendeel asielmigranten.'' Reden voor het ISEO om voor dit Jaaroverzicht Integratie uitgebeid onderzoek te doen onder juist die nieuwe etnische groepen. Hoe doen juist zij het in Nederland? Het Jaaroverzicht moet vanaf 2005 de tweejaarlijkse Integratie Monitor van het ISEO en de Rapportage Minderheden van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vervangen.

,,Omdat ze niet tot de grote minderheden – Turken (352.000) en Marokkanen (306.000) – behoren'', stelt Van den Maagdenberg, ,,zijn hun kansen op integratie groter. Ze worden daardoor gedwongen Nederlands te spreken en contacten te hebben met Nederlanders.''

Ook zijn de nieuwe nieuwkomers veelal hoger opgeleid dan de klassieke allochtonen. De kinderen uit de nieuwe etnische groepen doen het op school dan ook niet slecht, zo staat in het onderzoeksrapport. ,,Hun prestaties komen overeen met die van Surinamers.'' Met uitzondering van de Somaliërs. Een groot deel van deze kinderen verlaat het onderwijs zonder diploma.

Maar ondanks dat relatief hogere opleidingsniveau vinden de nieuwe allochtonen moeilijk werk. Van de Somaliërs, Afghanen en Irakezen is meer dan eenderde werkloos, van de Iraniërs een kwart. Alleen ex-Joegoslaven doen het beter.

Nederland telt 1,7 miljoen niet-westerse migranten, dat is 10,4 procent van de totale bevolking in Nederland. Ruim 60 procent bestaat uit migranten van de eerste generatie. De nieuwe nieuwkomers vormen inmiddels een kwart van de totale groep, ook al is de groei er sinds 2001 uit.

,,Het zijn vooral asielmigranten'', aldus de sociologe Van den Maagdenberg. ,,Een klein deel van de voormalige Joegoslaven kwam hier om te werken en onder de Iraniërs zitten ook nogal wat mensen die hier naar toe kwamen om te studeren.''

De verscheidenheid, met name wat betreft het opleidingsniveau, is onder de nieuwe migranten groter dan onder klassieke allochtonen. Iraniërs hebben gemiddeld zelfs hogere schooldiploma's dan de autochtone Nederlandse bevolking. Somaliërs daarentegen hebben nauwelijks tot geen opleiding.

,,Asielmigranten wonen zeker in de eerste jaren van hun verblijf in Nederland noodgedwongen verspreid over Nederland. Vaak in opvangcentra of huizen in kleine gemeenten'', zegt Van den Maagdenberg.

,,Maar zodra de verblijfsvergunning er is, vindt een beweging plaats naar de vier grote gemeenten in de Randstad. Men denkt daar sneller aan werk te komen en er wonen vaak meer andere landgenoten. Dat trekt. Maar ook dan leven ze in minder grote concentraties bijeen, gezien hun geringere omvang, dan de klassieke migrantengroepen.''

Volgens de onderzoekers van ISEO staan de nieuwe groepen in sociaal en cultureel opzicht dichter bij de Surinamers en Antillianen dan bij de Turken en Marokkanen. Ruim eenderde van de Turken en de helft van de Marokkanen vindt het vervelend, eigenlijk onacceptabel, dat hun zoon of dochter voor een autochtone Nederlandse partner zou kiezen. Dat geldt voor één op de zes Irakezen en Somaliërs en voor één op de zeven Afghanen. Bij Iraniërs stuit dat nauwelijks op problemen.

Tevens hebben de migranten die als asielzoeker naar Nederland zijn gekomen veel vaker contact met Nederlanders dan klassieke allochtonen. Het komt het vaakst voor onder Iraniërs en ex-Joegoslaven, het minst onder Somaliërs.

,,Bovendien hebben zij'', aldus van den Maagdenberg, ,,moderne ideeën over de verhouding tussen man en vrouw. De Somaliërs hechten daarentegen nog vooral aan traditionele opvattingen.'' Van de Somalische mannen vindt 60 procent dat hij het geld moet bewaken, 40 procent meent dat de vrouw moet stoppen met werken als ze een kind krijgt en 12 procent acht het belangrijker om een jongen dan een meisje naar school te sturen.