Luchtvaart in VS

Te veel overheidsbemoeienis. Dat is de reden dat bijna de helft van de Amerikaanse luchtvaartindustrie op het punt staat failliet te gaan, en dat het grootste deel van de rest van de bedrijfstak financieel wankel is. De Europeanen doen het daarentegen veel beter.

De economische aspecten van het probleem zijn simpel. Het zijn niet de operationele kosten die een vrije winstval veroorzaken, want de niet-brandstofgerelateerde kosten van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen bevinden zich op het niveau van 1997, aldus zakenbank JP Morgan. Ook ligt het niet aan de hoge brandstofkosten, want die beginnen nu pas pijn te doen. Evenmin aan een tegenvallende vraag. Dankzij ingewikkelde rekenmethoden weten de maatschappijen tot op de laatste cent van elk willekeurig aantal passagiers te profiteren.

Het probleem is een te groot aanbod van zitplaatsen. De Amerikaanse overheid treft een groot deel van de blaam. Er zijn drie problemen. In de eerste plaats wordt de chaos bevorderd door de Amerikaanse faillissementswet. Er is misbruik gemaakt van de zogenoemde `chapter 11 status', die het in surseance van betaling verkerende bedrijven mogelijk maakt de activiteiten voort te zetten terwijl ze reorganiseren. Luchtvaartmaatschappijen blijven jarenlang doorvliegen, ook al verliezen ze bakken met geld.

Daarnaast leidt het slecht opgezette pensioenstelsel van de VS tot grote toekomstige verplichtingen voor de luchtvaartmaatschappijen. Ze kunnen die vermoedelijk alleen maar nakomen door te blijven vliegen. Tenslotte heeft de regering de bedrijfstak in 2001 7 miljard dollar gegeven.

Dat was niet toereikend om de financiële gezondheid te herstellen het bedrag dekte minder dan een derde van de operationele verliezen van de zes grootste maatschappijen tussen 2001 en 2003 maar was groot genoeg om de luchtvaartmaatschappijen ertoe aan te zetten op meer te hopen.

De Amerikaanse regering stelt zich de laatste tijd minder vijandig op tegenover de krachten van de vrije markt. De Air Transportation Stabilization Board weigerde bijvoorbeeld meer geld te verstrekken aan het bankroete United Airlines. Maar hervorming van de faillissementswet en het pensioenstelsel staat niet eens op de politieke agenda.

De Europeanen hebben het recht zich te verkneukelen. De drie grootste Europese luchtvaartmaatschappijen – BA, Air France en Lufthansa – zijn geprivatiseerd en boeken operationele winsten, ook al kunnen de hoge brandstofkosten in 2005 tot verliezen leiden. En de fusie tussen Air France en KLM toont aan dat de consolidatie van ooit met hand en tand verdedigde nationale luchtvaartmaatschappijen mogelijk is.

Misschien is het tijd dat Amerikaanse overheidsfunctionarissen naar Europa worden gestuurd om te leren hoe de vrije markt werkt.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.