`Ik ben verontwaardigd dat we niet vooraf gewaarschuwd zijn over de aanslag'

`Kamp zegt Irakezen de wacht aan', kopt de krant. Bij het doornemen van het nieuws valt er weinig te lachen, maar nu dringt zich toch een lome glimlach aan mijn lippen op. Drees waarschuwt China voor de laatste maal. Lubbers kapittelt de paus. Kok heeft het helemaal gehad met Amerika.

Nederland, klepel van de wereld.

Waarin een dwergstaat groot kan zijn.

In waarschuwen, vingeropsteken, mopperen, beterweten. In lucht en leegte, in woorden en geen daden.

De Nederlander verwacht automatisch ook omgekeerd waarschuwingen. Irakezen, Chinezen en Amerikanen, wat anders zijn die lui dan Hollanders met een spraakgebrek? Als minister van Defensie, beste Kamp, eis je vooraf bericht wanneer een soldaat van je wordt doodgeschoten. Je rekent op een seintje als er een grootschalige aanslag staat te gebeuren.

Heeft je ministerie al formulieren gedrukt voor Irakezen om in te vullen als ze een Nederlandse soldaat willen molesteren? Al een platform opgericht waar de terrorist advies kan inwinnen als hij de rust in de kazematten van je nietsvermoedende jantjes wil verstoren?

Zodat je de vijand niet alleen de wacht kunt aanzeggen, maar ook nog bijtijds de wacht kunt aanzeggen?

Oorlog is een lief ding. Oorlog is een ei bakken zonder het te breken. Oorlog is veiligheid, oorlog is slaap.

Had je wel je veiligheidsgordel om en je bromfietshelm op, beste Kamp, toen je de Irakezen de wacht aanzegde?

Ik voel mijn glimlach wegebben. Snel verder met de rest van het krantenbericht. ,,Ik ben zeer bezorgd over de veiligheid van mijn mensen'', vertelde je tijdens je bezoek aan Irak. Niet gewoon bezorgd was je, je was `zeer' bezorgd. Niet gewoon om mensen ging het, het ging om `mijn' mensen.

Je beseft evident, Kamp, dat je achterban in Holland meeluistert. 't Is zoete oorlog en als minister van Defensie benevens trouw kwispelaar achter Bush behoor je de schijn van vrede op te houden. 't Is oorlog en heimelijk weet je dat `onze' jongens naar het toneel van actie zijn gestuurd om daar eventueel aan flarden geknald te worden en met hun darmen hoog in een boortoren terecht te komen. In stilte heeft je ministerie een loods ingericht met krukken, protheses, doodkisten en rolstoelen. Oorlog is surprise, oorlog is voorbereiding op het ergste.

Dat weet jij aan de borreltafel, dat weet Bush op zijn houten kerkbank.

Ineens, verdikkeme, wordt er een aanslag gepleegd op `jouw' mensen. Zonder inspraak. Zonder formulier. Jasses en nog eens jasses. ,,Ik ben verontwaardigd'', verklaar je dan, ,,dat we niet vooraf gewaarschuwd zijn over de aanslag.'' Je leek het nog te menen ook.

Wie had je moeten waarschuwen? Een Irakees met Hollandse burgerschapszin? De aanslagpleger zelf? Je kletst maar wat, Kamp, om de moeders thuis zoet te houden. Om de feestvierende Hollanders niet uit hun trance te halen. De wereld bloedt en jij bent aan het ganzenborden.