Harde maar niet onverzoenlijke strateeg

De gisteren overleden Paul H. Nitze (97) was een van Amerika's belangrijkste diplomatieke en militaire strategen van de Koude Oorlog. Als diplomaat en chef-wapenonderhandelaar in het kernwapentijdperk noemde hij zich graag `een onvermurwbare pragmaticus'. In die rol stimuleerde hij acht presidenten, van Franklin D. Roosevelt tot Ronald Reagan, zich hard op te stellen jegens de Sovjet-Unie.

Tegelijkertijd was Nitze niet onverzoenlijk: van 1969 tot 1973 onderhandelde hij namens president Nixon met de Sovjet-Unie over een limiet aan het aantal strategische wapens, wat het eerste SALT-akkoord opleverde. Onder Reagan leidde hij in de jaren tachtig de belangrijkste ontwapeningsonderhandelingen met de Sovjet-Unie. Zo was hij architect van het akkoord voor het ontmantelen van de middellangeafstandsraketten in Europa, het historische INF-verdrag uit 1987. Daarvoor had hij als chef-onderhandelaar in 1982 vriend en vijand verbaasd door buiten zijn instructies uit Washington om ,,een wandeling door de bossen'' te maken met zijn Russische tegenhanger Kvitsinski; een wandeling die een doorbraak bracht en later zelfs onderwerp van het Broadway-stuk `A Walk in the Woods' werd.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, zelf nationaal veiligheidsadviseur onder Reagan, zei deze week: samen zitten aan één tafel met Nitze was ,,alsof je met Mozes aan tafel zat''. Powell noemde Nitze een ,,reus in het Amerikaanse buitenlandse en veiligheidsbeleid''. Hij zag hem als een persoonlijke mentor en ,,een inspiratiebron'' voor het State Department. De Nederlandse ontwapeningsdeskundige en diplomaat Jaap Ramaker noemde Nitze vanochtend desgevraagd ,,een heel belangrijke veiligheidsintellectueel met name in de Reagan-jaren''.

Geboren aan de oostkust, groeide Nitze op in Chicago en studeerde hij aan Harvard, waarna hij twaalf jaar als bankier op Wall Street werkte. In 1940 lokte het Witte Huis hem naar Washington. In de regering-Roosevelt raakte Nitze betrokken bij de oorlogsinspanningen en de naoorlogse fase, waaronder het Marshall Plan. Internationale betrekkingen bleken al snel zijn passie: in 1943 was hij één van de oprichters van de School of Advanced International Studies, die zijn naam draagt sinds de jaren tachtig en onderdeel is van de Johns Hopkins University in Washington.

Hoewel de conservatieve Democraat Nitze nooit zou doorstromen naar de hoogste kabinetposities, een van zijn grote frustraties, was hij zeer bepalend in lagere regeringsrangen, zoals minister van Marinezaken (1963-1967) en onderminister van Defensie (1967-1969). In 1950 was hij als directeur beleidsplanningstaf van het State Department de belangrijkste auteur van een invloedrijke studie naar de Sovjet-dreiging. Samengevat: de Sovjet-Unie was uit op wereldheerschappij en diende niet alleen met nucleaire middelen maar ook met conventionele troepen te worden ingetoomd. Nitze behoorde tot dezelfde containment-school als zijn bekende collega George F. Kennan.

Drie decennia later keek Nitze terug: ,,Ik geloofde niet dat we een oorlog moesten beginnen tegen de Sovjets en ik geloof ook niet dat zij tegen ons een oorlog wilden beginnen.'' Voor velen was Nitze havik en duif tegelijk.