Falluja is één grote geïmproviseerde bom (Gerectificeerd)

De Britten moeten hun troepen niet verplaatsen naar Falluja, de Amerikanen hebben genoeg troepen om deze Iraakse stad aan te vallen. Maar zodra zij dat doen, zal de regio opnieuw exploderen, meent Patrick Graham.

Nu de Britse regering aanstalten maakt om zijn troepen naar het noorden te sturen om het Amerikaanse leger de handen vrij te geven om Falluja aan te vallen, moet eens nader worden bezien wat de komende zware aanval voor die stad en haar bewoners zal betekenen. Falluja wordt nu al dagelijks gebombardeerd om het murw te maken voor het langverwachte beleg.

Voor de inwoners is het een moordend jaar geweest. Eerst is de stad bezet door de 82ste divisie luchtlandingstroepen van het Amerikaanse leger – een incompetente troep hufters wier begrip voor andermans cultuur inhield dat ze een deur intrapten in plaats van hem op te blazen. Binnen acht maanden na de inval had de 82ste zo'n honderd burgers in de regio gedood en de greep op Falluja verloren, zodat in april van dit jaar de Amerikaanse mariniers de stad moesten zien te heroveren. Na zo'n 600 burgers te hebben gedood trokken de mariniers zich terug; zij lieten de stad in handen van 18 bewapende groepen, waaronder diverse stammen, islamisten, Ba'athisten, voormalige criminelen en een zootje niet-Iraakse Arabische strijders die naar verluidt worden geleid door de Jordaniër Abu Musab al-Zarqawi.

De inwoners van Falluja staan nu voor de keuze: of de buitenstaanders uitleveren aan wie zij een hekel hebben (merendeels Arabieren), maar die hen beschermen tegen de buitenstaanders die ze echt haten (de Amerikanen), of aan stukken geschoten worden door de dodelijkste moordmachine ter wereld: de Amerikaanse mariniers.

Zarqawi's invloed op het verzet is sterk overdreven voorgesteld – velen in Falluja geloven niet eens dat hij bestaat, en de meesten beschouwen het soort salafistisch fundamentalisme van de niet-Iraakse Arabieren onverenigbaar met de soefi-tradities ter plaatse.

Op dit moment zijn vele Fallujanen zelfs hun eigen mujahedeen zat, maar het Amerikaanse leger vertrouwen zij nog minder, en met recht. Onlangs zei een functionaris van de regering-Bush tegen de New York Times dat de bombardementen een wig dreven tussen de burgers en de niet-Iraakse strijders. Als de burgerbevolking werkelijk met dat doel wordt gebombardeerd, is dat een ernstige oorlogsmisdaad.

Wij hebben een blauwdruk voor wat er tijdens de komende aanval in de stad gaat gebeuren:

Falluja, deel 1. Net als alle `afleveringen' zal het volgende deel bloediger zijn. In april van dit jaar schoof ik centimeter voor centimeter over een brug Falluja binnen. Ik hield een oud, wit T-shirt voor me; mariniers die de brug blokkeerden schreeuwden dat ik terug moest gaan; achter mij schreeuwde een grote groep Irakezen dat ik door moest gaan, zodat zij mij door de wegblokkade konden volgen om hun gezinnen te redden. Na een poosje gaven de mariniers de brug vrij, waardoor honderden vrouwen en kinderen naar buiten konden stromen; jongens boven de zestien en mannen onder de zestig weerhielden zij ervan de stad te verlaten. Wie burgers verhindert een slagveld te verlaten, schendt de Geneefse conventies.

De doden werden begraven in tuinen of in massagraven op het voetbalveld van de stad. Drie weken lang omsingelden 5.000 mariniers de stad van 340.000 inwoners – zoiets als een aanval op een stad als Cardiff. Met een beweeglijk front van Humvees en tanks isoleerden de mariniers Falluja. Vanuit de lucht werd de weerloze stad gebombardeerd door helikopters en gevechtsvliegtuigen, terwijl onbemande vliegtuigjes voortdurend rondcirkelden op zoek naar doelen.

In die eerste week hoorde ik van Iraakse strijders dat de mariniers de stad bijna hadden ingenomen, nadat zij een grote hoeveelheid munitie van de opstandelingen hadden bemachtigd: voorraden landmijnen en zelfgemaakte raketwerpers die werden ontstoken met behulp van de sigarettenaanstekers van auto's. Langs de straten stonden olievaten waarop de afstanden waren aangegeven, zodat de opstandelingen de inslagen van mortieren konden registreren. De mujahedeen waren meer dan alleen maar een paar buitenlandse strijders en Ba'athisten, zoals het Amerikaanse leger steeds had beweerd.

Aanvankelijk vielen de meeste burgerslachtoffers door bombardementen die, naar artsen mij in Falluja hebben verteld, ,,meervoudige explosiewonden, afgerukte ledematen, opengereten buiken' veroorzaakten. Volgens de Geneefse conventies moet het gebruik van geweld proportioneel zijn, en toen de beelden hiervan op de Arabische televisie verschenen – het ene dode gezin op het andere gestapeld – zag dat er allesbehalve proportioneel uit. Het zag eruit als massamoord. Tegen het advies van de bevelhebbers van de mariniers in gaf het Witte Huis bevel tot een staakt-het-vuren. Het verzet hergroepeerde zich, voerde nieuwe voorraden aan en vocht door.

In de tweede week van de gevechten wist ik Falluja weer binnen te komen, op een vals Iraaks identiteitsbewijs. Na ons vertrek uit Bagdad reden wij langs wegen die werden bewaakt door guerrillastrijders. De streek van Ramadi in oostelijke richting naar Falluja en van daar naar Bagdad was in opstand. Wij moesten linies van het verzet passeren om bij de mariniers te komen, en vervolgens tussen de opstandelingen door om in de stad te komen. De mariniers, niet de opstandelingen, waren omsingeld. Daarom heeft het Amerikaanse leger Britse troepen nodig om zijn soldaten de handen vrij te geven.

De Amerikanen hebben meer dan genoeg troepen om Falluja aan te vallen, maar zodra zij dat doen, zal de regio opnieuw exploderen. Dan zullen de Amerikanen de grootste moeite hebben om de omringende dorpen Habbaniya, Khaldiya en Al Kharma in hun macht te houden. Volgens de Iraakse president, Ghazi al-Yawar, is er een goede kans dat als de mariniers Falluja nogmaals aanvallen zelfs Mosul, waar drie miljoen soennieten wonen, zal ontvlammen.

Anders dan het Amerikaanse leger weet Yawar waarover hij het heeft. Hij begrijpt de constellatie van stammen in het noorden van Irak, een complex netwerk van families door heel de soennietische driehoek heen. Als Mosul in het oproer betrokken raakt, zal het noorden net zo min in de hand te houden zijn als een los deksel op een snelkookpan.

Eenmaal binnen Falluja werden wij onder bedreiging met vuurwapens naar een moskee gebracht, waar wij door een heleboel mensen – voormalige Iraakse geheime politie en islamisten – werden ondervraagd. Ten slotte werden wij gered door een vriend van mijn tolk, die ons later vertelde dat zij in een ander vertrek achttien gijzelaars vasthielden. Zowel het nemen van gijzelaars als het gebruik van een moskee als militaire basis is – net als het tegenhouden van vluchtende burgers – in strijd met het oorlogsrecht.

In een kliniek sloegen de artsen hun ogen ten hemel wanneer de mujahedeen ter sprake kwamen, maar hun woede richtte zich toch vooral tegen de Amerikanen. Dat ziekenhuis, dat aan de overkant van de Eufraat ligt, was door de mariniers afgesneden van de rest van de stad, wat in het licht van de Geneefse conventies ook niet echt zuiver is.

Erger nog: volgens de artsen waren verscheidene van hun collega's, en ambulancepersoneel, neergeschoten door scherpschutters – twee ernstige schendingen van het oorlogsrecht. Op dat moment hadden de meeste burgers die werden binnengebracht verwondingen aan het hoofd of het bovenlichaam, naar alle waarschijnlijkheid door scherpschutters van de mariniers. Niets wat ik tijdens het bombardement van Bagdad had gezien, had mij kunnen voorbereiden op het belegerde Falluja. Het leek wel of de mariniers de stad hadden weten af te snijden van ieder zweempje veiligheid.

De derde keer dat ik Falluja bezocht was tijdens onderhandelingen om de macht over de stad over te dragen aan wat de Falluja-brigade zou worden. Op straathoeken waren mujahedeen bezig draden aan bommen te bevestigen, voor het geval de onderhandelingen zouden mislukken. Op dit moment is de stad één grote geïmproviseerde bom. Maar wat de mensen in Falluja bovenal vrezen zijn de scherpschutters.

Ik heb zowel de verzetsstrijders als het Amerikaanse leger aan het werk gezien, en het staat buiten kijf dat de mariniers de stad kunnen innemen. Maar het is voor de VS een gewoonte geworden om slagen te winnen en intussen de oorlog te verliezen – en daarbij nog het oorlogsrecht te schenden ook. Dát is wat een Britse troepenverplaatsing zal helpen ontketenen.

Patrick Graham is journalist. Hij werkte van november 2002 tot augustus 2004 in Irak voor de magazines van `Observer', `Harper's' en de `New York Times'.

© Guardian Newspapers Ltd.

Rectificatie

Falluja

In de intro van het artikel Falluja is één grote geïmproviseerde bom (21 oktober, pagina 9) staat dat de Britten hun troepen niet moeten verplaatsen naar Falluja. Dit moet Bagdad zijn.