Elke legerbarak heeft een martelkamer

Moord en zelfmoord zijn geen uitzondering in het Russische leger. Ze zijn het gevolg van stelselmatige vernedering van rekruten.

Een trage postbode werd Dimitri Samsonov fataal. Stuur vóór 19 juni vijftig roebel, een pakje Prima-sigaretten en filtersigaretten, schrijft hij op 27 mei. ,,Mamma, vergeet het niet meteen te sturen. Meteen!'' De brief komt pas één dag voor die deadline aan.

Dimitri is in paniek. Hij is veroordeeld tot de stodnevka, de honderd dagen. Volgens die legertraditie legt een jonge soldaat elke avond een sigaret onder het kussen van een dembel, een rekruut die binnen honderd dagen afzwaait. Blijft hij in gebreke, dan volgt een nacht van slaag en vernedering. En Dimitri heeft geld noch sigaretten. Op 18 juni schrijft hij: ,,Het is twee uur, het licht gaat over acht uur uit. Ik denk dat ik deze nacht niet overleef.'' Op 13 juli een briefje uit de ziekenboeg: Dimitri heeft een arm gebroken. Twaalf dagen later snijdt hij zijn polsen door.

Dimitri is een slachtoffer van dedovsjtsjina, het `bewind van de grootvaders'. De term staat voor stelselmatige vernedering, mishandeling en misbruik van rekruten binnen het Russische leger. In deze subcultuur mogen dedi, soldaten in het tweede jaar van hun dienstplicht, met eerstejaars doen wat ze willen.

Arriveren deze doechi (spoken) bij hun nieuwe eenheid, dan leveren ze meteen hun geld, bezittingen en kleding in bij de grootvadertjes. Die pikken ook hun soldij in, pakketjes van thuis en in de kantine hun boter, witbrood en vlees. Spoken worden uit bedelen of stelen gestuurd om wodka te kopen. De dag is een opeenvolging van vernederende karweitjes, in de nacht ondergaan ze straf voor overtreding van de regels van de dedovsjtsjina. Soms blijft dat beperkt tot eindeloos opdrukken of kniebuigingen, meestal loopt het uit op ranselpartijen met in natte doeken gewikkelde vuisten of knuppels. Elke barak heeft zo zijn eigen martelkamer, meestal een badkamer of het drooghok.

Als de rekruten dat eerste jaar overleven, is hun wraak zoet. Dan is het hun beurt om eerstejaars te treiteren.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch presenteerde gisteren in Moskou een rapport over dedovsjtsjina, de vrucht van vier jaar onderzoek. Diederik Lohman, senior researcher: ,,Vaak is de reactie van het leger dat het een paar rotte appels betreft. Maar het is een systematisch patroon.''

Dedovsjtsjina kent zijn basis in de ontgroening, in elk leger een beproefde methode voor disciplinering en teambuilding. Het verschil met `gezonde' ontgroeningen zit in de intensiteit en de extreme tijdsduur. En excessen blijven vrijwel altijd onbestraft. De enige die zich eraan onttrekken zijn Kaukasiërs, `Dagestani' in legertermen. Zij worden buiten de kazernemuren gediscrimineerd, vormen daarom binnen een gesloten, solidair blok.

Lohman verbaast zich erover dat het Russische leger zo weinig tegen dedovsjtsjina onderneemt. Jaarlijks deserteren duizenden dienstplichtigen, plegen honderden zelfmoord en worden er tientallen vermoord.

Soms nemen `spoken' wraak. Zo schoten twee jonge soldaten in 2002 acht kwelgeesten dood. Zo'n leger heeft geen vijand nodig. Lohman: ,,Dienstplichtigen worden slecht gevoed, de medische zorg schiet tekort en dan worden ze nog een jaar lang stelselmatig tot pulp geslagen. Dit draagt niet bij tot de slagkracht.''

Wegens de dedovsjtsjina doen jonge Russen met enige opleiding, geld of contacten alles om aan de dienstplicht te ontsnappen. Zo wordt het Russische leger het zinkputje van de samenleving. Rekruten komen uit straatarme dorpen en gebroken gezinnen, de helft is alcoholist, een kwart drugsverslaafd. `Een pathetisch stelletje', typeerde Defensieminister Ivanov zijn manschappen.

Het is onduidelijk wanneer de dedovsjtsjina begon. Straffen met schilderachtige namen als `droge krokodil', `droge papagaai', `de nachtchauffeur' of `elektrische stoel' gaan vaak ver terug. Sommige Russen zien de dedovsjtsjina vlak na de Tweede Wereldoorlog ontstaan, toen honderdduizenden oorlogsveteranen ongeduldig wachtten op hun demobilisatie. Omdat het weer vrede was, stoomden er louter piepjonge dienstplichtigen in. De veteranen keken op hen neer en koeioneerden hen.

Anderen houden het op 1967, toen de dienstplicht van drie naar twee jaar ging. De laatste lichting was nukkig dat zij die drie jaar moest volmaken en leefde zich uit op de nieuwe lichting.

Lohman denkt eerder dat de dedovsjtsjina een variant is op de subcultuur die voorkomt in elke organisatie die hermetisch van de buitenwereld is afgekeerd. Rusland kent er vele: goelagkampen, kindertehuizen, gestichten. ,,Er gaapt een enorme kloof tussen dienstplichtigen en officieren, zoals tussen gevangenen en cipiers. Officieren zijn de vijand, wie bij hen klaagt heeft pas echt problemen. Dedovsjtsjina is zelfdisciplinering van de manschappen.''

De Russische comité's van soldatenmoeders zijn de enige toevlucht voor deserteurs. Zij bezorgden het leger al vijftien jaar problemen: de droeve, alles incasserende `moeder Rusland' was een standaardfiguur in de Sovjetpropaganda. Legerkrant Rode Ster zag in 1989 achter hun protesten een samenzwering van het Westen om het prestige van het Rode Leger te ondermijnen. Soldaten die klaagden, waren moederskindjes.

En dat is nog altijd het verweer. Gisteren riep Doemalid Viktor Alksnis op tot een onderzoek tegen de soldatenmoeders. Zij zouden `buitenlandse agenten' zijn die het moreel van het leger ondergraven. Minister van Defensie Sergej Ivanov erkende vorig jaar dat massale desertie een probleem is, vooral omdat comité's van soldatenmoeders de deserteurs helpen. ,,En wie steunt hen, dat is de grote vraag.''

Wel erkent het Russische leger de dedovsjtsjina nu als probleem. Militair procureur Savenkov rapporteert dat in de eerste helft van dit jaar 25 rekruten zijn doodgeslagen en dat er 109 zelfmoord pleegden. Minister van Defensie Ivanov ziet het evenwel als een soort natuurverschijnsel. Dedovsjtsjina kent hele diepe wortels, zucht hij. Een beroepsleger is de enige remedie, maar daarvoor ontbreekt het geld.

Sommige analisten zien een professioneel korps onderofficieren als oplossing van het probleem. Wat het Russische leger mist, zijn oudere sergeanten als buffer tussen het officierkorps en het voetvolk. Zij kunnen excessen intomen. Diederik Lohman ziet dat niet als wondermiddel. ,,Wie zijn die sergeants dan? Rekruten die in de dedovsjtsjina zijn opgegroeid.'' Uit gesprekken met deserteurs maakte hij op dat er ook goede eenheden bestaan, waar de commandant zich bekommert om zijn mannen. ,,Officieren moeten gewoon hun neus in de barak laten zien. En de legertop moet dat afdwingen.''