Bijbelbezit onder Nederlanders gedaald

Het bijbelbezit onder Nederlanders is de laatste jaren sterk gedaald. Dat blijkt uit een onderzoek van `Bijbelbezit en bijbelgebruik in Nederland 2004' van Tijme Stoffels, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de omroep NCRV, het dagblad Trouw en het Nederlands Bijbelgenootschap. Aanleiding ervoor is de nieuwe bijbelvertaling, die volgende week verschijnt.

Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een telefonische enquête onder 1.078 willekeurig gekozen Nederlanders. Het is een herhaling van vergelijkbaar onderzoek in 1974, 1981, 1989 en 1996, zodat een ontwikkeling in het bijbelbezit kan worden gevolgd.

Sinds 1996 is het aantal huishoudens dat een bijbel in huis heeft van 67 procent gedaald naar 54 procent. De daling doet zich voor in alle leeftijdsgroepen, zo blijkt. Onder protestanten ligt het bijbelbezit met 97 procent aanmerkelijk hoger dan bij katholieken (58 procent); hoger opgeleiden hebben vaker een bijbel in huis dan laagopgeleide Nederlanders.

De daling in het bijbelbezit gaat gelijk op met de voortschrijdende ontkerkelijking in Nederland. Daar waar het percentage kerkelijken in 1996 nog ongeveer vijftig bedroeg, is dat nu teruggelopen tot 33.

Tegelijkertijd is het geloof in `een persoonlijke God' met 4 procent afgenomen tot 20 procent van de Nederlandse bevolking.

Onderzoeker Stoffels vond de afname in bijbelbezit opmerkelijk: ,,Je vraagt je af of 13 procent van de Nederlanders hun bijbel bij het oud papier heeft gezet.''

De Amsterdamse hoogleraar denkt echter dat bij de vorming van nieuwe huishoudens geen bijbel meer wordt gekocht. Verder wijst hij op de vestiging van nieuwe geloven in Nederland. ,,Moslims hebben nu eenmaal geen bijbel''.