Beelden

Er gebeurt weinig in de Amerikaanse verkiezingsstrijd, en als er wat gebeurt, veranderen de media in koeien die dagenlang hetzelfde nieuws herkauwen.

Neem Kerry en zijn uitspraak over Mary Cheney, de lesbische dochter van de vice-president. Het leek zo'n onbelangrijke uitspraak van Kerry. Op de vraag of homoseksualiteit aangeboren of een keus is, zei Kerry: ,,We zijn allemaal kinderen van God. En ik denk dat als je met de dochter van Cheney, die lesbisch is, zou praten, dat ze zou zeggen dat ze is wie ze was, dat ze is zoals ze geboren is.''

Meteen stond half Amerika op zijn achterste benen, hoewel Mary Cheney zelf nooit een geheim van haar geaardheid heeft gemaakt. Verbijstering hier, schande daar en geschoktheid alom. Mocht iemand die zulke taal uitsloeg wel de volgende president worden? In allerlei talkshows heb ik er gasten urenlang in opperste ernst over horen debatteren. Laura Bush deed voorlopig de laatste duit in het zakje met de opmerking dat het onbehoorlijk was, ,,omdat je niet over elkaars kinderen begint''.

Zou zo'n affaire in Nederland ook mogelijk zijn, vroeg ik me onwillekeurig af. Balkenende die zegt dat hij gelooft dat Boris Dittrich is zoals hij geboren is, en dat Boris zich wat hem betreft een kind van God mag blijven noemen? Zou Buitenhof er een onderwerp in zien? Netwerk misschien als de EO aan de beurt is?

Dergelijke vragen lieten zich des te moeilijker onderdrukken omdat ik gisteren in Greenwich Village was, een wijk in New York die altijd in trek is geweest bij intellectuelen, kunstenaars en homo's. In Tenth Street woonde Edward Albee, toneelschrijver en homo, een poosje op nummer tien, een sierlijk rijtjeshuis met lichtbruine deuren. Als hij zijn straat uitliep kwam hij langs het huis waar Mark Twain gewoond had (op nummer 24).

Albee was zeer gehecht aan Greenwich Village, maar later begon hij hevig te klagen over de kaalslag in de wijk. Hij ergerde zich aan de projectontwikkelaars die mooie huisjes neerhaalden om er lelijke flatgebouwen voor in de plaats te zetten. Rondkijkend vanaf een plekje op Christopher Street, de levensader van Greenwich Village, kon ik de boosheid van Albee wel begrijpen. Greenwich Village leek me ernstiger geschonden dan bijvoorbeeld de Jordaan in Amsterdam, een vergelijkbare wijk.

Maar wat zag ik daar? In een plantsoentje, halverwege Christopher Street, stonden twee in het wit gehulde mannen naast elkaar, terwijl op een bankje achter hen twee vrouwen, ook al in het wit, hadden plaatsgenomen. Ik liep er op af en zag toen pas dat het geen mensen, maar beelden waren. Prachtige beelden, in 1980 door George Segal vervaardigd, die zich in een volkomen natuurlijke pose met elkaar verstonden.

Op een plaquette was de voorgeschiedenis te lezen. Op 28 juni 1969 had de politie een brute inval gedaan in het nabije Stonewall Inn Restaurant, een bij homo's geliefde zaak. Dertien personen waren gearresteerd. Er volgden felle protesten en demonstraties, de gebeurtenis zou het startpunt worden voor de gay rights movement in de Verenigde Staten.

Maar 35 jaar later is het woord `lesbian' voor menige Amerikaan nog steeds een steen die zwaar op zijn maag ligt.