Uniek overzicht van Spaanse portretkunst

Wie van portretschilderkunst houdt, kwam altijd al ogen te kort in het Prado-Museum in Madrid. De Edelman met de hand op de borst van El Greco, De Meninas van Velázquez of het even meesterlijke als hilarische portret dat Goya maakte van de familie van Karel de Vierde, behoren allemaal tot de iconen van de klassieke schilderkunst. Maar met de tentoonstelling Het Spaanse Portret, van El Greco tot Picasso heeft het Prado zichzelf overtroffen door 87 werken bijeen te brengen, waarvan de helft afkomstig is van buiten de eigen collectie.

Het is de eerste maal dat vijfhonderd jaar aan Spaanse portretkunst in een dergelijke overzichtstentoonstelling bijeen is gebracht. Zowel de kwaliteit van de schilderijen als de manier waarop de werken in de zalen ruimtelijk met elkaar in verband worden gebracht maken de tentoonstelling tot een bijzondere belevenis. ,,We stellen de portretten tentoon in een chronologisch overzicht van de vijftiende tot begin twintigste eeuw'', verklaart curator Javier Portús. ,,En vanaf de achttiende is er duidelijk sprake van een eigen Spaanse traditie in de portretschilderkunst.''

Met werken van meesters als Pieter de Kempeneer en Antonio Moro zijn de Vlaamse en Nederlandse wortels van de Spaanse portretkunst duidelijk zichtbaar gemaakt. Door het bijeen brengen van zowel Velázquez als Goya in de centrale hal van de tentoonstelling toont de expositie niet alleen de ontwikkeling in de portretkunst aan, maar wordt ook de duidelijke beïnvloeding zichtbaar die zo belangrijk is geweest voor het vormen van een eigen traditie. Niet alleen zijn voor het eerst De Meninas en de familie van Karel de Vierde tegenover elkaar geplaatst, ook is de duidelijke schatplichtigheid van Goya aan Velázquez, bijvoorbeeld in het portret van de verlichte politicus Francisco Cabarrús en het schilderij van de hofnar Pablo de Valladolid van Velázquez. Nooit eerder waren vanuit een en dezelfde positie drie befaamde ruiterportretten te vergelijken: Karel de Vijfde door Tiziano, Filips de Vierde door Velázquez en Karel de Vierde door Goya.

Daarnaast biedt de tentoonstelling een groot aantal werken die eeuwenlang niet meer in Spanje zijn geweest. Zo zijn voor de eerste maal de twee beroemde portretten bijeengebracht die Goya maakte van de Hertogin van Alva, waarvan de hertogin in rouw, wijzend op de naam van de schilder geschreven in het zand een aanhoudende bron van speculaties is geweest. Maar ook minder bekende werken, zoals het bijzonder fraaie zelfportret van Luis Meléndez uit 1746, of het opmerkelijk modern ogende zelfportret van Luis de la Cruz (1825) zijn voor het eerst publiek tentoongesteld in Madrid.

De curator heeft daarnaast een open oog gehad voor de meer bizarre kanten van de portretkunst die een vaste plaats in de Spaanse traditie innemen. Voor wie de geschiedenis kent valt er natuurlijk te genieten van de niet al te flatteuze wijze waarop Goya de familie van Karel de Vierde op het doek zette, en ook het opgepompte hoofd van de graafhertog van Olivares blijft leuk met in het achterhoofd dat dit de man was die de pispot van Filips de Vierde kuste als teken van onvoorwaardelijke dienstbaarheid.

Maar in de expositie ontbreken evenmin de volksportretten van narren, dwergen en waarzegsters die met hetzelfde gemak werden gebruikt om klassieke filosofen te verbeelden. Hoogtepunt in dit genre is ongetwijfeld het doorgaans moeilijk te bezichtigen portret dat Jusepe de Ribera maakte van Maddalena Ventura, de 52-jarige vrouw met de baard die een kind de borst geeft. Een welkome onderbreking in de rijen van pausen en koningen.

Tentoonstelling: Het Spaanse Portret – Van El Greco tot Picasso. Tot en met 6 februari 2005 in Museo del Prado, Madrid, Spanje. Inl.: www.museoprado.es