Uitspraken Europees Hof niet bindend in Duitsland

Uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn niet bindend voor Duitse rechtbanken, maar ze mogen die uitspraken ook niet negeren. Dat heeft het Bundesverfassungsgericht, het Duitse Constitutionele Hof, gisteren bepaald.

Duitse rechtbanken moeten de uitspraken van het Straatsburgse hof als ,,belangrijk onderdeel'' inpassen in hun overwegingen; ze mogen ervan afwijken als ze zelf tot een afwijkend oordeel komen of bijvoorbeeld vinden dat de Straatsburgse vonnissen strijdig zijn met de Duitse Grondwet.

De Grondwet, zo stelde het hof in Karlsruhe, heeft voorrang op de Europese conventie over de mensenrechten. Oordelen van het hof in Straatsburg die strijdig zijn met de Duitse Grondwet mogen daarom niet worden uitgevoerd. Ze moeten dienen als `interpretatiehulp' en mogen derhalve ook niet worden genegeerd.

De situatie in Duitsland verschilt daarmee met die in Nederland, waar een ander rechtssysteem van kracht is. In Nederland werkt het Europese verdrag direct door in de rechtsorde, en wordt het Europese verdrag boven de Nederlandse Grondwet geplaatst.

De uitspraak ligt in het verlengde van wat eerder door het Constitutionele Hof in Karlsruhe werd bepaald: de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens geldt in Duitsland als een eenvoudige federale wet. De Grondwet gaat weliswaar uit van het principe van openheid jegens het volkenrecht, aldus de rechters in Karlsruhe, maar houdt ook vast aan de Duitse soevereiniteit. Aan de andere kant moeten in ,,gedifferentieerd uitgebalanceerde deelsystemen'' als de rechtspraak in familiezaken, de rechten van buitenlanders en het recht op privacy, uitspraken van het Europese Hof ,,worden ingepast in de Duitse rechtsorde''.

Het hof deed gisteren uitspraak in de zaak van een in Duitsland wonende Turkse vader van een buitenechtelijk geboren zoon. De moeder had het kind na de geboorte voor adoptie vrijgegeven. Het woont sindsdien bij Duitse adoptiefouders. De vader eiste omgang met het kind. Dat recht kreeg hij niet van de Duitse rechter, waarna hij klaagde bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het Europese Hof gaf hem in februari gelijk. Een Duitse rechter oordeelde evenwel dat die uitspraak niet bindend was en bleef de Turkse vader verbieden zijn zoon te bezoeken. Dit vonnis werd gisteren vernietigd door het Constitutionele Hof, met het argument dat de Duitse rechter het Straatsburgse vonnis had genegeerd: de zaak werd daarom terugverwezen naar de Duitse rechter.