Ster

Het heeft iets onwezenlijks om plotseling het huis van een vreemde te bewonen. Als hij een professionele verhuurder is, is er niets aan de hand. Dan laat hij een steriele ruimte achter, ontdaan van zijn sporen. Maar zo iemand is Samuel niet, de man van wie wij in New York een appartement huren.

Veel attributen van zijn persoonlijke leven heeft hij bij ons achtergelaten, terwijl hij zelf naar een tweede huis ver buiten New York is getrokken. Aan de muren hangen dankbetuigingen van vrienden, zelfgemaakte fotocollages en ingelijste tekenstrips. In zijn boekenkast trof ik een kinderboek uit 1966 aan, Eddie The Dog Holder van Carolyn Haywood, tussen allerlei literaire en filosofische werken. Verder is zijn huis nog volledig verzadigd van het aroma van zijn zware sigaren.

Maar wat Samuel vooral heeft laten liggen, dat is stof, dikke lagen stof. Op plinten, kozijnen, kastplanken en onder tapijten en het tweepersoonsbed. Het huis van Samuel ademt meer huismijt dan huismeid.

Hij toonde zich tijdens de kennismaking een wat vage, bohémienachtige man. Ik schatte hem half in de veertig. ,,Ik doe iets in poëzie, journalistiek en advertenties'', zei hij schuchter. De volgorde leek me een vorm van wishful thinking, maar dat zei ik maar niet.

Hij begon een beetje genoeg te krijgen van New York, zei hij. Het was vooral de drukte die hem hinderde. Met onveiligheid had het niets te maken. Hij had New York nog nooit zo veilig gevonden als de laatste jaren. 's Avonds durfde hij met zijn hond weer rustig door het nabije Central Park te lopen. De subway in de nacht? No problem.

Was dat nu allemaal te danken aan de vermaarde zero tolerance waarmee de gewezen burgemeester Guliani was begonnen, vroegen wij. Samuel haalde zijn schouders op. Het leek hem belangrijker dat de agenten weer zichtbaar hun werk wilden doen, ze bleven niet meer als vroeger het liefst in hun auto zitten.

Samuel nam afscheid van ons met het verzoek alles zo schoon en netjes achter te laten als we het hadden aangetroffen. Dat leek ons geen al te zware opgave. Hij hoopte dat we elkaar zouden terugzien als John Kerry de nieuwe president was geworden.

Een paar dagen later kwam ik met een schok uit mijn stoel overeind. Daar, achter het glas van een fotolijst, zag ik opeens een van stof vervaardigde Davidsster staan, zoals de joden die in de oorlog hadden moeten dragen.

Ik herinnerde me dat Samuel me gevraagd had of ik joods was. Na mijn ontkenning vertelde hij me dat hij van Nederlandse afkomst was en in zijn vroegste jeugd in Zandvoort en Amstelveen had gewoond. Dat was alles wat hij zei.

Ik draaide de lijst om.

Op de achterkant had Samuel een door hemzelf geschreven tekst geplakt. Daaruit bleek dat de ster door een oom was gedragen en dat Samuels vader een concentratiekamp in Polen had overleefd. In totaal waren 35 familieleden omgebracht. Een groot aantal daarvan kwam op het conto van een aangetrouwd familielid, een vrouw die haar familie aan de nazi's had verraden.

Ik begreep waarom Samuel er liever het zwijgen toe had gedaan.