Rechters kritiseren bemoeienis politiek

. Politici horen zich terughoudend op te stellen bij strafzaken die nog onder de rechter zijn. Dat vinden de Raad voor de rechtspraak en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR).

Zij reageren hiermee op de commentaren die verscheidene Tweede-Kamerleden deze week publiekelijk hebben geuit over de vrijspraak van sergeant-majoor Eric O, tegen wie volgens de rechtbank in Arnhem het openbaar ministerie onvoldoende had bewezen dat hij in Irak in december vorig jaar ten onrechte een waarschuwingsschot had gelost.

De Kamerleden hadden kritiek op het optreden van het OM in deze zaak. Volgens voorzitter Van Delden van de Raad voor de rechtspraak, het adviesorgaan voor de overheid, moeten Kamerleden ervoor waken dat zij rechters niet publiekelijk onder druk zetten. Hij wijst er verder op dat de rechter in zijn vonnis heeft geoordeeld dat het OM niets te verwijten valt. ,,Niet alleen Eric O. is vrijgesproken, ook het openbaar ministerie.''

Met name het Tweede-Kamerlid Van Baalen (VVD) haalde fel uit naar het OM. Hij zei dat ,,het College van Procureurs-Generaal maatschappelijk onverantwoord bezig is geweest'' en dat er ,,een stevig gesprek'' zou moeten komen tussen minister Donner (CDA, Justitie) en de voorzitter van het college, De Wijkerslooth.

,,Stel dat het openbaar ministerie in hoger beroep gaat en er een andere uitslag volgt'', aldus Van Delden. ,,Wat zeg je dan als politicus? Dat je je vergist hebt? Of dat de rechter in hoger beroep het bij het verkeerde einde heeft?''

Kamerleden die zich publiekelijk in een lopende strafzaak mengen, raken een gevoelige snaar bij de rechterlijke macht, aldus een woordvoerder van de NVvR, de beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie. ,,De scheiding der machten is verankerd in de Grondwet. Kritiek leveren is natuurlijk altijd mogelijk, maar pas als een zaak is afgehandeld. Zonder een gedragsnorm op dat gebied wordt de onafhankelijkheid van de rechtspraak aangetast.''

Van Baalen wijst kritiek op zijn uitlatingen van de hand. ,,Ik heb gezegd dat ik blij ben met het vonnis, maar heb me niet uitgelaten over de overwegingen. En wij spelen een rol als het gaat over de beoordeling van de handelwijze van het openbaar ministerie. Daar kunnen we ons wel degelijk over uitspreken. Bovendien, de Raad voor de rechtspraak is er om als intermediair te dienen tussen rechterlijke instanties, niet om Tweede-Kamerleden op de vingers te tikken.''

politici pagina 3