Over rol politici staat niets op papier

Staat de trias politica onder druk nu Kamerleden zich publiekelijk uitspreken over individuele rechtszaken? ,,Onzin'', zeggen wetenschappers.

De sociaal-democraat Pieter Jelle Troelstra (SDAP) maakte zich er eind vorige eeuw ook al schuldig aan. Als Kamerlid wond hij zich ontzettend op over de veroordeling van de gebroeders Hogerhuis wegens inbraak. Ze hadden het niet gedaan, betoogde Troelstra keer op keer en hij eiste heropening van de rechtszaak

Hoofddocent staatsrecht Gert-Jan Leenknegt van de Universiteit van Tilburg noemt het als voorbeeld om aan te geven dat politici niet alleen anno 2004 moeite hebben met de politieke mores die van hen wordt verwacht. Kamerleden hekelden maandag het optreden van het openbaar ministerie in de zaak tegen sergeant-majoor Eric O. Deze werd vrijgesproken. De rechtbank achtte onvoldoende bewezen dat O. in december in Irak ten onrechte een waarschuwingsschot had afgelost. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NvVR) en de Raad voor de Rechtspraak vinden dat Kamerleden op die manier de rechtspraak frustreren. Politici tonen te weinig respect voor de scheiding der machten en dat tast het imago en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan, vinden ze.

,,Politici mogen zich natuurlijk te allen tijde uitspreken over het functioneren van de rechterlijke macht'', benadrukt Leenknegt. ,,Maar ze zouden zich terughoudend moeten opstellen wat betreft uitspraken over individuele zaken.'' Hoogleraar staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden Wim Voerman, is het met hem eens. ,,Dat Kamerleden doen aan naming and shaming acht ik onoorbaar, niet chique, ze overschrijden een fatsoensgrens. Maar dat hiermee de scheiding der machten in het geding zou zijn, is onzin.'' Daar is volgens hem pas sprake van als minister Donner (Justitie,CDA) zich persoonlijk met een individuele vervolgingsbeslissing van een officier van justitie zou bemoeien.''

Nederland kent een scheiding van uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht, de zogeheten trias politica. De geestelijke vader van deze driemachtenleer is Montesquieu (1689-1755). In de praktijk benadert de staatsvorm van de Verenigde Staten (checks and balances) het model nog het meest. Leenknegt: ,,Het moeilijk om vol te houden dat in Nederland bestuur en wetgever niets met elkaar te maken hebben. In de Nederlandse democratische rechtspraak fungeert de trias politica meer als een theoretisch model. Wat je ziet is een zekere samenspel tussen de regering en de Staten-Generaal.'' Volgens Leenknegt is dat maar goed ook. ,,Zo houden ze Nederland samen overeind.''

Hoe die scheiding van machten is geregeld, is onder meer vastgelegd in de grondwet. ,,Maar over de rol van politici staat niets op papier'', zegt Leenknegt. ,,Dat betekent dat van hen wordt verwacht dat ze zelf invullen wat terughoudendheid met kritiek op de rechterlijke macht precies betekent. Waar de grens ligt.''

Volgens het Tweede Kamerlid en oud-rechter Wolfsen (PvdA) geldt voor politici de stelregel dat gezwegen moet worden zolang een strafzaak onder de rechter is, het openbaar ministerie legt verantwoording af aan de rechter, niet aan individuele Kamerleden. ,,De rechter heeft altijd gelijk. Maar vonnissen kunnen achteraf wel leiden tot wetswijziging. Dan is de bemoeienis van de Tweede Kamer er wel.''

Maar in de zaak-Eric O. speelt volgens Wolfsen ook een geheel andere afweging mee. ,,De minister is vroegtijdig in dit dossier betrokken geraakt. De aanhouding van deze militair vond plaats na overleg en instemming van de minister. Daarmee heeft de minister het openbaar ministerie de politiek in gezogen en is dit een andere dan een normale strafzaak. Dat leidt dan ook tot grotere bemoeienis van de politiek bij de gang van zaken.''

Het Kamerlid Van Baalen (VVD) noemt de uitlatingen van de raad voor de rechtspraak en de NVvR ,,juridisch onjuist en politiek onwenselijk''. ,,Ik heb politieke verantwoordelijkheid voor de uitgezonden militairen en dus zal ik er ook politieke uitspraken over doen.''

Van Baalen vindt dat hij de rechter met zijn uitspraken niet voor de voeten heeft gelopen. ,,Ik heb me over de overwegingen in het vonnis niet uitgelaten.'' Van Baalen meent dat ,,in elke huiskamer de afgelopen tijd gesproken is over de affaire O. Zou dat in de Tweede Kamer dan niet mogen gebeuren?''