Middelvinger

Zondagavond, Studio Sport, Erik Breukink in de schmink. De Rabo-ploegleider wordt gevraagd om een analyse van het wielerseizoen. Nog voor hij de mond heeft geopend, bereiken me de antwoorden als de geur van een gebruikte incontinentieluier.

,,Goddank ben jij nooit ploegleider geworden'', zegt mijn vrouw. ,,Dan liever melancholicus'', voeg ik er aan toe.

Mijn huidige maatschappelijke status zou ik het liefst omschrijven als amorele (niet te verwarren met immorele) burgerman. Ware het niet dat grote twijfel is gerezen omtrent mijn geslacht.

Vrijdagavond. Ik neem plaats voor de computer en begin rond te snuffelen op het wereldwijde spinnenweb. Er ontbreekt nog een kleinigheidje aan het doortimmerde artikel waarvoor de deadline nadert. Maar dan.

Op www.sportsci.org word ik uitgenodigd mijn vingers te bestuderen, in het bijzonder de verhouding tussen ring- en wijsvinger. Snel wordt duidelijk waarom. Onderzoek heeft aangetoond dat bij mannen de ringvinger langer is dan de wijsvinger. Bij vrouwen zijn beide doorgaans even lang. Bij mannelijke sporttalenten blijkt de ringvinger beduidend langer dan de wijsvinger. Het sporttalent onderscheidt zich reeds in de baarmoeder: ,,The more testosterone the fetus produces, the longer the ring finger'', het staat er duidelijk.

Maar hoe ik mijn handen ook bestudeer en verdraai en verwring, de ringvingers blijven beduidend korter dan de wijsvingers.

Ontsteld draai ik een printje uit, daal de trap af, en zeg: ,,Eigenlijk ben ik een vrouw, minder dan een vrouw zelfs, lees maar''.

,,Trek het je niet aan, ik merk er niks van'', probeert mijn geliefde me te troosten. Maar ik ben niet te troosten, ik hang de elektrische gitaar om en probeer alle vrouwelijkheid van me af te rocken. Songs from testosterone district. Stelt u zich niet te veel voor bij m'n gitaarspel. Ik beheers net voldoende akkoorden voor een slechte punksong.

's Nachts droom ik dat Leontien van Moorsel mijn ploegmakker is in de Giro.

Maandag. Alsof de duvel er mee speelt. Mijn ochtendkrant schrijft: ,,Joekel uit Boekel heeft standbeeld.'' Zaterdagmiddag schijnt op het Sint Agatha-plein in haar geboortedorp Boekel, en in het bijzijn van haar zelve, een bronzen standbeeld van Leontien van Moorsel, alias Tinus te zijn onthuld. Leontien zegt dat ze zich niet direct in het beeld herkent, maar ze ziet er wel veel van zichzelf in terug. En dat ze, hoewel ze al lang in Rotterdam woont, er verschrikkelijk blij mee is.

Ik pomp de banden op, kleed me om, en spoed me met tegenwind op bedevaart richting Boekel. Twintig kilometertjes, meer is het niet. En ja hoor, daar staat ze, op een sokkel. Ze glimt als een echte Tinus. Prachtig gestileerd. Jammer alleen dat haar vingertjes in het stileringgeweld verloren zijn gegaan zodat ik haar ringvinger nog niet kan meten.

De dag komt nader waarop ik me in een Rotterdamse straat op de knieën werp onder een raampje waar nog licht brandt, en ranselend op de gitaar, als een Kurt Cobain mijn pijn omhoog zend:

Sweet Leontine, you've got it all, come down the stairs, please, show me your balls, please, show me your cosy ring finger.