Meer over Amerika

Alweer een stukje over Amerika en Irak? Dat heb ik me soms afgevraagd, en eens ook opgeschreven, aan het begin van dit jaar, voor ik weer aan hetzelfde onderwerp begon. Ik geef het toe, zonder discussie, dat er nog veel meer belangrijks in de wereld is, de toekomst van Louis van Gaal, tragische ongelukken waarbij jongeren de dood vinden, de heer G. Wilders en de maximumsnelheid, en welke allochtonen er nog wel mee door kunnen en welke niet, de stakingen en de demonstraties. Maar, heb ik toen ongeveer geschreven, omdat ik van mening ben dat de oorlog in Irak het allerbelangrijkste is wat ons in het Westen en de Arabieren in het Midden-Oosten overkomt, schrijf ik er opnieuw over.

In deze krant van 15 oktober staat een artikel van Piet Hagen, die eens in de veertien dagen `kritisch terugblikt op de berichtgeving in NRC Handelsblad'. Hij is een vakman, oud-hoofdredacteur van De Journalist, ik lees zijn bijdragen graag. Maar of de krant een eigen, officieel aangestelde criticus nodig heeft, naast alle vriendelijke, constructieve, corrigerende, geringschattende, haatdragende en vervloekende reacties van de lezers zelf? En naast alles wat er aan meningen en visies in alle toonaarden, van alle richtingen op de opiniepagina's dagelijks wordt afgedrukt? Laten we zeggen, dat de kritische terugblik van de vakman ook niet te versmaden is.

`Teveel aandacht voor Amerika' is de kop op 15 oktober. Deze krant besteedt veel aandacht aan wat er in het buitenland gebeurt, van Abchazië tot Zwitserland. Over de Europese Unie wordt ook uitvoerig gerapporteerd. Maar ,,de VS alleen krijgen meer aandacht dan de miljarden wereldburgers in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid- en Oost-Azië bij elkaar''. Hagen oppert dan dat ,,misschien ook sprake is van overschatting van de rol van Amerika, dat zich in het conflict in Irak heeft vastgebeten en nu de indruk wekt dat het lot van de wereld afhangt van deze strijd. In combinatie met alle aandacht voor de Amerikaanse verkiezingsstrijd is deze kwestie zo overheersend, dat andere conflicten in de wereld minder belangrijk lijken''.

Een ongeschreven wet in de journalistiek luidt, dat het nieuws over een gebeurtenis belangrijker wordt, naarmate de gebeurtenis zich dichter bij huis heeft afgespeeld. Als je ziet dat voor je deur een hondje wordt overreden, grijpt je dat meer aan dan de grootste demonstratie op het Museumplein of een gijzeling in Irak. De ideale krantenlezer kan dat met zijn ervaring dan allemaal in perspectief brengen, de relativiteit van al die belangen onderscheiden, maar zo'n ideale lezer bestaat niet. Lezer en journalist verkeren in een verstandhouding vol gebreken. Ik verklaar zo duidelijk als in mijn vermogen ligt, naar beste weten wat er is gebeurd, wat ik daarvan vind en wat er volgens mij kan worden gedaan. Dat China een supermacht in opkomst is, ongetwijfeld, maar daar hebben we op het ogenblik in Nederland geen last van.

Nog altijd maakt Nederland deel uit van het westelijk bondgenootschap waarin Amerika de leiding heeft. Deze Amerikaanse regering niet alleen de president, maar het hele mechanisme dat we een regering noemen is de oorlog in Irak begonnen. Dat is gebeurd op grondslag van een politieke theorie waarvan de onhoudbaarheid al voor het eerste schot duidelijk was. Irak is geen politieke meccanodoos die na een vlotte militaire zege tot een voorbeeld van democratie valt om te knutselen. De casus belli bestond uit een complex van valse voorwendsels en misleidingen. Daar hebben we het niet meer over.

Na de militaire overwinning begon het burgerlijk wanbeheer. Onder de kop `Catastrophic Succes' publiceert de International Herald Tribune deze week een serie van drie lange artikelen waarin de ramp van het succes nader wordt bekeken. Irak zelf wordt in een soort burgeroorlog verder verwoest, terwijl de grote vijand van het internationaal terrorisme zich met graagte in de chaos stort. In januari moet uit deze chaos door de verkiezingen de democratie worden getoverd. Ik zal het graag geloven als ik het gezien heb.

Vandaag over twee weken weten we wie de volgende Amerikaanse president is. In de Amerikaanse verkiezingsstrijd is Irak een van de grote onderwerpen. Voor ons ook. Want dit is een vraagstuk waaruit we niet kunnen vertrekken in de hoop dat het zich daarna vanzelf oplost. Amerika en Europa hebben er een gemeenschappelijk belang bij dat het daar weer rustig wordt, zodat er met een serieuze wederopbouw kan worden begonnen. Hetzelfde geldt voor de oorlog tussen Israël en Palestina. En misschien komen Saoedi-Arabië en Iran, ieder op hun manier, er nog bij.

Ondanks hun gemeenschappelijk belang in het Midden-Oosten hebben de twee Atlantische delen van het Westen geen gemeenschappelijke politiek. Europa heeft hier überhaupt geen politiek, en voor deze Amerikaanse regering is een Europese politiek alleen aanvaardbaar als die identiek is met de Amerikaanse. Daarvan is na twee jaar dit `rampzalig succes' het resultaat. Als in Washington al aan een alternatief wordt gedacht, dan is dat nog niet zichtbaar.

Moeten de Europeanen zich dan met de Amerikaanse verkiezingsstrijd bemoeien? Een Canadese krant heeft om te beginnen in tien landen onderzoek laten doen. In acht verlangde een flinke meerderheid naar een nieuwe president. De Britse Guardian heeft zijn lezers opgeroepen, e-mails te sturen aan de Amerikaanse kiezers. Het resultaat van beide ondernemingen is averechts: een `waar bemoeien jullie je mee!'

Dit is het Europese vraagstuk. Irak is geworden tot een wereldprobleem dat niet aan zijn eigen lot kan worden overgelaten. Europa heeft geen eigen samenhangende politiek. We zijn hier afhankelijk van de Amerikaanse kiezer. Die wil niet dat the Europeans zich met hem bemoeien. Misschien geven ze Bush zijn tweede termijn. De kans is groot dat daarmee het beleid van het rampzalig succes wordt voortgezet, terwijl Amerika en Europa verder uit elkaar drijven. Zijn dat wereldproblemen? Mij dunkt in ieder geval dat er niet genoeg over kan worden geschreven.