Liederlijk leven

Vandaag is het 150 jaar geleden dat de dichter Arthur Rimbaud werd geboren. Het Franse wonderkind vond dat een dichter zo liederlijk mogelijk moet leven. En daar gedroeg hij zich naar.

De vader van Arthur Rimbaud was kapitein in het leger van Napoleon III, zijn moeder een niet onbemiddelde boerendochter. Na de geboorte van hun vijfde kind verliet de vader het gezin voorgoed. De legendarisch strenge moeder schijnt daarna nooit meer gelachen te hebben. ,,En de Moeder sloeg, verbeten en trots, het boek/ der plichten dicht; zij was niet in staat in de blauwe ogen/ en op het fronsend voorhoofd/ van haar kind, de afkeer in zijn ziel te zien'', schreef hij toen hij zestien was in het gedicht `De dichters van zeven jaar'.

Veel reden om het leven van de vrolijke kant te zien had Madame Rimbaud niet. Haar oudste zoon Frédéric ontpopte zich al jong als een nietsnut en zwerver, een dochtertje stierf drie maanden na haar geboorte, een andere dochter op zeventienjarige leeftijd. Bovendien stond zij er na de dood van haar vader alleen voor om het boerenbedrijf in Charleville-Mézières, in de Franse Ardennen, in stand te houden. Maar ze had grootse plannen met haar zoon Arthur. Op school was hij de knapste jongen van de klas die alle eindejaarsprijzen won. Een grote maatschappelijke carrière lag in het verschiet. Maar hij werd dichter.

In twee beroemde en veel geciteerde Zienersbrieven, onder andere aan zijn vriend en leraar van het gymnasium Georges Izambard zette hij uiteen wat het betekent om dichter te zijn: ,,Nu leef ik zo liederlijk mogelijk. Waarom? Ik wil een dichter zijn, en ik werk eraan ziener te worden: u zult er niets van begrijpen en ik weet haast niet hoe ik het moet uitleggen. Het gaat erom het onbekende te bereiken door de ontregeling van alle zinnen. De kwellingen zijn ontzettend, maar je moet sterk zijn, een geboren dichter, en ik weet dat ik een dichter ben. Daar kan ik helemaal niets aan doen. (...) IK is een ander. Jammer voor het hout dat viool blijkt te zijn.''

Hij schreef Le bateau ivre, een lang gedicht waarin een losgeslagen boot vertelt over zijn tocht over de wereldzeeën ,,waar, plotseling het blauw verkleurend, vervoering/ met trage ritmes in het gouden ochtendgloren groeit,/ sterker dan alcohol, groter dan lyrische ontroering,/ de bittere, rosse gloed van de liefde gist en broeit!''

`De dronken boot' was zijn meesterproef die indruk maakte bij de Parnassiens, de heersende dichtersgroep in die tijd. Paul Verlaine was verrukt en vroeg hem naar Parijs te komen. Maar het engelachtige kind dat hij dacht te leren kennen, bracht zijn déreglement de tous les sens, de ontregeling van alle zinnen, op hem in praktijk. Er ontstond een homoseksuele en sadomasochistische verhouding, die twee jaar later zou eindigen met de pistoolschoten waarmee Verlaine in een Brusselse hotelkamer zijn jonge vriend licht verwondde.

In Une saison en enfer legde Rimbaud rekenschap af over zijn leven als dichter, als `voyant en voyou', ziener en schooier. Het is het enige boek dat tijdens zijn leven wordt gedrukt. Maar afgezien van de paar exemplaren die hij had opgehaald bleef de hele oplage onbetaald op de zolder van de drukker in Brussel. Hij was negentien toen hij de poëzie voorgoed vaarwel zei en een leven als zwerver, handelaar in koffie en wapens en ontdekkingsreiziger begon.

Over het leven en werk van Arthur Rimbaud is een bibliotheek volgeschreven. Nog jaarlijks komen er naast de herdrukken van zijn betrekkelijk kleine oeuvre biografieën en monografieën, studies en deelstudies bij. Het zijn niet alleen literatuur- en taalwetenschappers die zich over het raadsel van dit wonderkind het hoofd breken. In een telefoonboekdik proefschrift uit 1957 probeert de Nederlandse psychiater dr. E. Verbeek de dichter, dit `kind van de woede', postuum schizofreen te verklaren.

Maar ook de middenstand van Charleville-Mézières, het stadje aan de Maas dat hij haatte, doet zijn toeristische voordeel met zijn beroemde zoon. In mijn bescheiden Rimbaudverzameling bewaar ik de lege bonbondoos in de vorm van een boek, die Chocolatier A. Parruitte tijdens de herdenking van zijn honderdste sterfdag in 1991 heeft uitgegeven. Vandaag wordt in het huis aan de Quai d'Arthur Rimbaud waar de familie Rimbaud zes jaar woonde, het Maison des Ailleurs, het Huis van Elders, officieel in gebruik genomen. Elk vertrek is gewijd aan een van de zes steden waar hij woonde: Harar, Londen, Stuttgart, Aden, Brussel, Parijs.

Als het geloof haar niet heeft bedrogen, kijkt Madame Rimbaud met een nors gezicht vanuit de hemel toe. Toen in 1901 op het Square de La Gare een buste van haar zoon werd onthuld, weigerde zij bij de plechtigheid aanwezig te zijn. Ze was niet vergeten dat de literatuur en de letterkundigen haar Arthur in het verderf hadden gestort. De koffiehandelaar Alfred Bardey voor wie hij in Harar had gewerkt, ontving zij bij die gelegenheid allerhartelijkst in haar huis.