Kans voor Maastricht

In Maastricht valt het doek voor twee oude takken van werkgelegenheid, de porseleinfabriek Mosa en de dagmijnbouw van de cementfabriek ENCI. De Mosa ging vorige week failliet en deze week besloot het Duitse moederbedrijf van de ENCI om de kalkgroeve in de Pietersberg te sluiten. Bij elkaar zijn daar bijna 500 arbeidsplaatsen mee gemoeid en dat komt hard aan, maar het is ook typerend voor de overgang van industrie naar diensten in de Nederlandse economie.

Het blijft merkwaardig dat het faillissement van Mosa met Europees belastinggeld is bevorderd. Spaanse en Portugese concurrenten kregen subsidie en dat heeft de vrije Europese markt ondergraven. Maar de felste concurrentie kwam van lagelonenlanden. Porselein is arbeidsintensief en alleen creatieve porseleinfabrieken, in Finland en Luxemburg bijvoorbeeld, slagen erin om tegen lagelonenlanden op te boksen.

Met de sluiting van de ENCI komt er een einde aan de verwoesting van een uniek Nederlands natuurgebied, de Pietersberg, aan de rand van Maastricht. De natuurbeschermer Jac. P. Thijsse roemde begin vorige eeuw al de unieke flora en fauna op deze heuvel van mergelsteen met talloze grotten, bijzondere fossielen en vleermuiskraamkamers. Daarvan is veel al verdwenen en bovendien wordt voor de mijnbouw grondwater onttrokken aan aangrenzende natuurgebieden, zodat die verdrogen. Terwille van de werkgelegenheid kon het provinciebestuur het ondanks eerdere beloften niet over zijn hart verkrijgen om een einde te maken aan de afgraafvergunning. Nu tellen de harde economische feiten. Heidelberg, het moederbedrijf van de ENCI, vond het niet langer economisch verantwoord om zoveel cement te blijven produceren nu de bouw is ingezakt.

Voor Zuid-Limburgse ondernemers biedt deze crisis een kans om door te gaan op de ingeslagen weg van de dienstverlening. Maastricht is allang niet meer de industriestad die het in de 19de eeuw onder de hoede van de oorspronkelijk Waalse familie Regout was geworden. Slechts 15 procent van de werkgelegenheid is nog industrie, de rest is dienstverlening en overheid. Na de sluiting van twee fabrieken staat Maastricht er beter voor dan Oost-Limburg na de sluiting van de mijnen. De universiteit, die ook veel Duitse studenten aantrekt, is een belangrijke economische motor en de grenzen met Duitsland en België zijn opgeheven. Maastricht is een belangrijk centrum voor toeristen en internationale congressen.

Limburgse ondernemers hoeven niet te wachten tot het provinciebestuur of de verre regering uit Den Haag nieuwe werkgelegenheid regelt. Kleine ondernemers kunnen gebruikmaken van de economische kansen in deze Europese drielanden-regio en die liggen niet in de dagmijnbouw. In het Duitse deel gaat het slecht, maar het dynamische ondernemerschap in Belgisch Limburg en Vlaanderen is een lichtend voorbeeld. In Maastricht zelf ontstond geheel uit het niets de in de hele wereld beroemde jaarlijkse kunst- en antiekbeurs Tefaf. Dankzij de sluiting van de ENCI kan er veel worden verbeterd aan het uitzicht dat de internationale beursgangers hebben op het overgebleven deel van de Pietersberg.