Energiereus wil meer vermogen

Het Belgische Electrabel is de grootste stroomleverancier van de Benelux. In Nederland heeft het bedrijf zeven centrales. Verdere overnames zijn niet uitgesloten.

Als het luikje van de stookketel opzij gaat, slaat de hitte je in de ogen. Door het ruitje is goed te zien hoe de brandstof in de verbrandingskamer wordt gespoten en met bulderend geweld tot ontbranding wordt gebracht.

Dat er een wat vettige lucht rond de ketel hangt, komt doordat er vetzuren mee worden verbrand, afvalresten van de zeepindustrie. Zo worden in een andere centrale olijfpitten verstookt. Milieuvriendelijke energie uit `biomassa', met dank aan de overheid, die deze energievorm subsidieert.

De bijna vijftig jaar oude IJsselcentrale in het Overijsselse Harculo is een van de zes voormalige Epon-centrales, die Electrabel in 2000 van Nuon kocht. Daarmee werd het Belgische energiebedrijf in één klap de grootste stroomproducent van Nederland en tevens van de Benelux. De zeven Nederlandse kolen- en gasgestookte centrales die Electrabel bezit leveren samen 5 gigawatt, bijna een kwart van het totale Nederlandse vermogen. In de verkoop van stroom had Electrabel in 2003 marktaandeel van ongeveer 20 procent.

Toch is deze energiereus tamelijk onbekend bij het grote publiek. Terwijl Nuon, Essent en Eneco de afgelopen jaren hun naamsbekendheid vergrootten langs de voetbalvelden en in de wielrennerij, opereert Electrabel heel wat minder opzichtig. Maar zeker niet minder succesvol.

,,We zijn trots op ons marktaandeel'', zegt bestuursvoorzitter Maus van Loon. ,,In de groot- en de midzakelijke markt zijn we inmiddels een bekende partij, met klanten als Philips en Hoogovens.'' De strategie van Electrabel is in de eerste plaats om die positie vast te houden. Maar Van Loon denkt dat de tijd is gekomen om ,,door te zakken naar de kleinzakelijke markt''. Die is – samen met die van de huishoudens – op 1 juli als laatste geliberaliseerd en Electrabel wil om ook onder die grote groep kleine ondernemers een ,,substantieel marktaandeel'' verwerven. Dit voorjaar waren er al commercials op de radio. Binnenkort lanceert Electrabel een tweede, grootschaliger reclamecampagne.

Voor Electrabel is uitbreiding naar de kleinere bedrijven een logische stap. ,,Die is goed te vergelijken met de midzakelijke markt, en het is allemaal nog wel te behappen voor onze back office (administratie).'' Maar de markt voor de huishoudens, dat is een ander verhaal. ,,Dan gaat het om echt grote aantallen. Je moet fors investeren in computersystemen en personeel om dat te kunnen beheersen. Als je het heel goed doet, haal je 300.000 à 400.000 klanten binnen. En dat is drie keer te weinig.''

Electrabel ziet meer in het overnemen van bestaande bedrijven, met klanten en al. Een bedrijf als Eneco bijvoorbeeld? Beide bedrijven toonden vorig jaar interesse in elkaar. ,,Dat heb ik weleens in de krant gelezen, ja'', antwoordt Van Loon, quasi onwetend. ,,Maar zonder gekheid, we zijn nog aan het bestuderen wat de beste strategie is. Daarbij spelen veel vragen een rol. Komt er een internationale elektriciteitsmarkt, en welke rol spelen Nederlandse bedrijven daarin? Blijven die bestaan of worden ze overgenomen door buitenlandse partijen?''

De Nederlandse energiebedrijven worden algemeen als te klein beschouwd om zelfstandig te kunnen overleven in een Europese markt. Voor Electrabel ligt dat anders. Het bedrijf wordt alom geroemd om zijn technische kennis – in de Eemshaven bezit het een van de grootste en meest geavanceerde gascentrales ter wereld – en het is ook financieel een heel degelijk bedrijf. Niet voor niets wordt het aandeel Electrabel in België ook wel `het goede-huisvaders-aandeel' genoemd. Als er vrije concurrentie komt tussen Europese energiebedrijven, dan zal Electrabel zich waarschijnlijk staande kunnen houden tegenover reuzen als het Franse EDF en het Duitse RWE.

Dat het kleine België een energiebedrijf van formaat heeft is geen toeval. Het – overigens altijd private – bedrijf heeft in België altijd het rijk alleen gehad. Ook nu nog bezit het een marktaandeel van ruim 80 procent. In tegenstelling tot Nederland, waar het `oranjegevoel' in de elektriciteitssector geen enkele rol speelt, heeft België bovendien doelbewust aan een `nationale kampioen' voor de Europese energiemarkt. De eerste paarse regering die in 1999 aantrad, heeft wel enkele stevige maatregelen doorgevoerd – er kwamen een onafhankelijke netbeheerder en een toezichthouder, en Electrabel werd verplicht om 1,2 megawatt productievermogen te veilen aan concurrenten.

Maar die hervormingsdrang is nu vrijwel tot stilstand gekomen. Tot ongenoegen van Luc Barbé, kabinetschef (politiek adviseur) van voormalig minister Deleuze van Energie. Hij voelt geen trots bij de gedachte aan een nationale kampioen. Integendeel, hij vindt de hegemonie van Electrabel juist schadelijk voor België. ,,Hierdoor betalen honderdduizenden bedrijven 10 tot 15 procent te veel voor hun elektriciteit, zoals blijkt uit een studie van onze regulator CREG (vergelijkbaar met de Nederlandse DTe). En dat geld wordt voor een belangrijk deel uitgekeerd aan de Franse aandeelhouders van Electrabel. Want Electrabel is helemaal geen Belgisch bedrijf, het is een Frans bedrijf.''

De aandelen van Electrabel zijn voor 50,1 procent in handen van het Franse nutsconcern Suez. Het is een miljardenbedrijf, actief in energie, waterzuivering, LNG-transport (vloeibaar gas) en installatietechniek. Suez had vorig jaar een omzet van 39,6 miljoen euro. Maar Suez mag dan groot zijn, het zit wel in de problemen. Het kampt met een netto-schuld van 14 miljard euro, en heeft vorig jaar al diverse bedrijven moeten verkopen. Electrabel staat er daarentegen goed voor, met een nettowinst van 999 miljoen euro in 2003 en een kasoverschot van 1,4 miljard euro.

Onlangs werd de tweede man van Suez, Jean-Pierre Hansen, geparachuteerd als bestuursvoorzitter van Electrabel. En hoewel Suez-topman Mestrallet het telkens weer tegenspreekt, lijkt Suez erop uit om zijn greep op Electrabel – en de reserves van het bedrijf – verder te vergroten.