Blairs dilemma

Voor de Britse premier, Tony Blair, en zijn regering wordt de kwestie-Irak steeds ongemakkelijker. Politiek is er geen eer aan te behalen; integendeel. Gijzelingen, soms met een afschuwelijke afloop, trekken veel negatieve publiciteit. De 62-jarige Engelsman Kenneth Bigley werd krap twee weken geleden door zijn gijzelnemers onthoofd. Gisteren werd de lang in Irak wonende Britse hulpverleenster Margaret Hassan gekidnapt. De Britten trekken zich haar lot intens aan, net als dat van Bigley. Loopt het fout af, dan is de publieke opinie meedogenloos voor de zittende politici. Blair kan en mag niet toegeven aan de eisen van terroristen. Tegelijkertijd worden wonderen van hem verwacht, wat in zo'n scenario praktisch uitgesloten is. Deze tweestrijd kent geen winnaars. Voeg hierbij het tumult in Engeland over een Amerikaans verzoek om honderden Britse militairen vanuit Zuid-Irak over te plaatsen naar de omgeving van Bagdad, en het politieke pandemonium is compleet.

Die laatste zaak raakt een principieel punt. De Britten zijn als bezettingsmacht tot nu toe actief geweest in hun eigen sector in en om de zuidelijke stad Basra. Ze hebben een fundamenteel andere opvatting over het uitvoeren van militaire taken dan de Amerikanen. De Britse aanpak is gericht op vredeshandhaving en wijkt af van de hardhandige oorlogvoering die de Amerikaanse troepen in Irak praktiseren. Het weghalen van Britse militairen uit het zuiden heeft twee negatieve effecten. Het zou hun goodwill verminderen en hun aanwezigheid daar verzwakken, waardoor de moeizaam opgebouwde stabiliteit gevaar loopt. En het zou spanningen teweeg kunnen brengen over de te volgen strategie. De Britse aanpak levert aantoonbaar een beter resultaat op, maar het is onwaarschijnlijk dat de Amerikanen die zullen overnemen. Zo hebben ze nooit gewerkt – en dat zal ook nu niet gebeuren.

De Britse regering doet er goed aan om nu eens niet aan het Amerikaanse verzoek tegemoet te komen. Het is zoals de Financial Times schreef, een krant die zich tot nu toe kritisch maar toch loyaal opstelde ten opzichte van de oorlogspolitiek van Blair: ,,Onder de huidige omstandigheden is het volstrekt onduidelijk of het elders inzetten van [Britse] troepen de situatie in Irak zou stabiliseren.'' En: ,,Ons verder laten inkopen in een falende Amerikaanse strategie is geen weg vooruit''. Dit zijn geluiden die niet komen van een marginale minderheid onder de Britten. Hoge militairen, Blair-getrouwen en tegenstanders uit de concurrerende Tories denken er precies zo over. De weerzin in het Verenigd Koninkrijk tegen de manier waarop Washington in Irak zijn zaken afhandelt, groeit naarmate de chaos en de onveiligheid in de door de Amerikanen gecontroleerde gebieden toenemen. Dit is een teken aan de wand. Londen en Washington trokken gezamenlijk tegen het bewind van Saddam Hussein ten strijde. De rek begint er nu bij de loyale Britten kennelijk uit te raken. Het wordt tijd dat de Amerikaanse regering dat signaal oppakt.

Ook het Nederlandse belang is niet gediend met het wegsluizen van Britse troepen uit het zuiden. De Nederlandse militairen in Zuid-Irak zijn voor hun veiligheid mede aangewezen op de Engelsen. Verzwakking van hùn contingent kan slecht uitpakken voor de 1.350 soldaten die namens Nederland in Irak aan vrede en veiligheid werken.