Baltische landen dichtst bij euro

Estland en Litouwen voldoen aan bijna alle criteria om hun munteenheid in te ruilen voor de euro. Als ze er nog twee jaar in slagen de wisselkoers stabiel te houden, ligt de euro binnen handbereik voor de twee Baltische landen, blijkt uit het vandaag verschenen `convergentierapport' van de Europese Commissie.

Vooral Estland heeft een voorbeeldig monetair rapport waar menig euroland jaloers op zou zijn. De staatsschuld is met 5,3 procent van het bbp extreem laag, vorig jaar was er geen tekort maar een fiks overschot op de begroting van 3,1 procent en de inflatie wijkt nauwelijks af van die in de huidige eurolanden.

Litouwen doet het een fractie minder goed maar presteert ook binnen de normen. Het derde Baltische land, Letland, heeft een te hoge inflatie en is bovendien nog niet aangesloten bij ERM-II, het systeem van vaste wisselkoersen.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, rapporteert elke twee jaar of de EU-landen zonder euro in aanmerking zouden komen voor de eenheidsmunt.

Alleen Groot-Brittannië en Denemarken, die hebben bedongen dat ze nooit de euro hoeven in te voeren, worden niet behandeld. Zweden vraagt vrijwillig om een beoordeling, hoewel de bevolking een jaar geleden in een referendum de euro afwees.

De meeste van de tien landen die afgelopen mei bij de EU zijn gekomen, voldoen bij lange na niet aan de strenge voorwaarden voor invoering van de euro. Het rapport constateert wel dat de nieuwkomers steeds meer in de buurt van de criteria komen. Slovenië zit al in het systeem van vaste wisselkoersen maar kampt met een iets te hoge inflatie. De twee kleine eilandstaatjes Cyprus en Malta hebben een veel te hoog begrotingstekort (Malta zelfs 9,7 procent) en een te hoge schuld.

De grootste van de nieuwe lidstaten, Polen, met veertig miljoen inwoners, kruipt langzaam maar zeker richting de euro. Weliswaar zijn inflatie, begrotingstekort en langetermijnrente boven de vastgestelde waarden, maar het verschil is telkens slechts tienden van procenten.

Andere grote nieuwkomers zoals Hongarije en Tsjechië presteren veel slechter.