Allemaal in de jeugdgevangenis

De meeste kinderen in de jeugdgevangenis hebben een psychiatrische stoornis. Vroege diagnose voorkomt veel ellende, stelt Theodor Doreleijers, hoogleraar jeugdpsychiatrie.

De vijftien jeugdgevangenissen in Nederland puilen uit. Ze hebben samen 2.400 plaatsen en nog zijn het er niet genoeg. De jeugdgevangenissen moeten de komende jaren honderden kinderen extra kunnen plaatsen. Het zijn kinderen die een delict hebben gepleegd. En er zitten ook steeds meer kinderen die onder toezicht zijn gesteld. Zij hebben geen delict gepleegd. Vijftien jaar geleden zaten er 800 kinderen in een jeugdgevangenis.

,,Te gek voor woorden'', stelde Theodor Doreleijers, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie vandaag in zijn rede ter ere van de dies natalis van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij noemt opsluiting van toenemende aantallen ernstig problematische jeugdigen de `verjustitialisering' van de jeugdhulp. ,,Internaten met speciale begeleiding zijn wegbezuinigd, de jeugdhulpverlening weet niet wat ze met deze kinderen aanmoet. De justitiële jeugdinrichting mag het verder uitzoeken, terwijl voor veel van deze kinderen nooit is gekeken wat er precies aan de hand is.''

Waarom is die diagnose zo belangrijk?

,,Probleemkinderen hebben grote kans een gedragsstoornis te ontwikkelen. Als bijvoorbeeld ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, red.) niet wordt onderkend en behandeld, ontwikkelt een op de drie kinderen met ADHD een gedragsstoornis. En dan bedoel ik niet bedplassen, nagels bijten, of te veel tv kijken. Dan bedoel ik een psychiatrische stoornis. Dat is een stoornis die behandeld moet worden, anders gaat het meestal niet over. Vier van de vijf kinderen met onbehandelde psychiatrische stoornissen ontwikkelen later een antisociale persoonlijkheidsstoornis of een andere stoornis. Dat worden gewoon mensen die voor heel veel problemen gaan zorgen, voor zichzelf maar ook voor de maatschappij.''

Kinderen in de jeugdgevangenis hebben hebben bijna allemaal een verleden in de hulpverlening. Een psychiatrische stoornis moet toch opgemerkt worden door de hulpverleners.

,,Helaas niet. De meeste jeugdhulpverleners zijn er niet voor opgeleid. Neem de gezinsvoogden met een caseload van 24 heel lastige kinderen. Ze hebben er hun handen vol aan, ze hebben nauwelijks tijd om die kinderen te zien. Ze hebben nooit geleerd om een diagnose te stellen. GGZ-Nederland heeft dit jaar dossieronderzoek gedaan naar de kinderen die halsoverkop werden opgenomen voor een crisisplaatsing in een jeugdinrichting. Dat zijn kinderen die meestal door vele hulpverleners van allerlei verschillende instanties zijn gezien. Bij zestig procent stond er niets in het dossier. De jeugdinrichting moet het dan zelf uitzoeken, maar die hebben maar een of twee kinderpsychiaters, dus dat duurt maanden. Vaak is dan de crisisplaatsing al weer afgelopen. Dan is er nog niets gebeurd.''

Het opsluiten in de jeugdgevangenis zou nog niet eens zo erg zijn als deze jongeren beter zouden worden van hun behandeling daar. Maar uit onderzoek blijkt dat van de delinquente jongeren vijfentwintig procent binnen enkele jaren op een gewelddadige manier recidiveert. Als ook minder ernstige delicten worden meegeteld, recidiveert zelfs zeventig procent.

Wanneer zou een kind onderzocht moeten worden?

,,Zo vroeg mogelijk. Bij de jeugdbeschermingskinderen meteen als er een voogd wordt aangesteld. Dan doe je toch al een enorme investering. Laat een expert de diagnose stellen. Zelfs als dat 1.000 euro kost, is het de investering waard. Anders hobbelt de voogd eindeloos achter het kind aan maar kan er niets mee. Als een kwarkcompres bij een blindedarmontsteking – goed bedoeld, maar het lost niets op. Soms moet je het mes erin zetten. Liefst zo vroeg mogelijk.''

En kinderen die een delict hebben gepleegd?

,,Ik zou voorstellen die kinderen bij het eerste of desnoods tweede politiecontact te screenen. Een expert kijkt of ze al dan niet gestoord zijn, in welke mate en welke behandeling nodig is. De forensische jeugdpsychiatrie is heel goed in staat het kaf van het koren te scheiden.

,,De gewone crimineeltjes moeten op hun flikker hebben. Liefst met een educatieve straf. Over hen maak ik me weinig zorgen, zij kiezen meestal rond hun vijfentwintigste toch voor een huis, een vrouw, kinderen en een baantje. Voor de gestoorde crimineeltjes geldt dat niet. Als zij bijvoorbeeld naast de stoornis ook nog verslaafd zijn, en dat komt heel vaak voor, is het voor hen hard nodig om middels de criminaliteit hun verslaving te bekostigen.

,,Uit onderzoek blijkt dat 85 procent van de jongens in de justitiële jeugdinrichtingen gedragsgestoord is. Bij de meisjes, een veel kleinere groep in de jeugdgevangenis, is dat 55 procent. En dan bedoel ik weer ernstige stoornissen. Als de problemen vroeg onderkend worden, kun je veel jongeren goed ambulant behandelen. Dan hou je ze in hun eigen omgeving, op hun eigen school. Je houdt ze zelfstandig. Want vergis je niet, in de jeugdinrichting word je geleefd. Je eten wordt klaargemaakt, je wordt uit bed gehaald en weer naar bed gebracht. Je beslist niets zelf. Die jongeren leren daar weinig. Het kost alleen ongelooflijk veel geld, per dag per kind 300 euro, om ze daar achter de hoge hekken en elektronische beveiliging op te sluiten.''