Werkgevers zijn de schuld van hoge kosten van kinderopvang

Het is niet waar dat kinderopvang te duur zou zijn. Het is wel waar dat niet alle partijen hun verplichtingen nakomen. Dat moet veranderen, menen Anja Berkelaar en Jacqueline van Lopik.

Ouders maken zich ongerust over de idee dat vanaf 1 januari 2005 kinderopvang te duur is. Maar objectief gezien is de prijs per uur kinderopvang niet duur. Wel kan de rekening `te duur' uitpakken als de werkgevers niet aan hun bijdrage volgens de Wet kinderopvang voldoen.

Ouders met een laag inkomen betalen straks voor twee kinderen in de hele dagopvang (bij 30 uur per week) 51,84 euro per maand – tenminste als de werkgevers van beide werknemers bijdragen. Ouders met een inkomen boven de 70.000 euro betalen voor hetzelfde – én wederom twee betalende werkgevers – nagenoeg 600 euro netto per maand.

Is dat duur voor 240 uur professionele kinderopvang per maand? Neen, de prijs per uur is namelijk respectievelijk 22 eurocent of 2,5 euro. Waarmee vergelijken ouders dan de prijs voor kinderopvang? Met de kosten van de dagelijkse boodschappen? Of met de kosten van de werkster? Of met andere professionele zorgdiensten, zoals de thuiszorg?

Als consumenten iets te duur vinden, gaan ze doorgaans op zoek naar alternatieven. Zowel bij gastouderopvang als bij de leidster aan huis betalen de overheid en de werkgevers mee. Bij de gastouder betaalt de klant per kind het aantal uren kinderopvang. Daar valt dus winst te boeken: betalen per uur en niet per dagdeel. Vanzelfsprekend is de kwaliteit van opvang in een huiskamer anders dan die in een kindercentrum. Een gastouder is een natuurtalent – of niet – en heeft geen arbeidsrelatie met de kinderopvanginstelling. De klant kan ook overstappen op de servicedienst `leidster aan huis': een professionele leidster voor zo'n 22 euro per uur aan huis. Die uurprijs is betaalbaar bij 3 of 4 kinderen, zeker als de werkgevers meebetalen.

De klant kan ook uitwijken naar het semi-informele circuit. Voor een au-pair betaalt de klant ongeveer 700 euro per maand voor maximaal 30 uur per week. Deze kosten zijn niet fiscaal aftrekbaar. Daarnaast verdwijnt de au pair na 1jaar, beheerst niet altijd de Nederlandse taal en heeft vaak zelf geen kinderen. Wat ouders soms lijken te vergeten is, dat ze bij de officiële, geregistreerde kinderopvang professioneel opvoeden `inkopen'. Met een contract, afspraken, leveringsvoorwaarden en procedures. Kindercentra bieden continuïteit, betrouwbaarheid, regelmaat, aanspreekbaarheid en zekerheid. Allemaal faciliteiten die het informele, zwarte circuit van opa's, vriendinnen en buurvrouwen níét bieden. Dit zijn handige hulpdiensten, waarbij echter controle en inzicht ontbreken. Als ouder vertrouw je erop dat het goed gaat. Het is lastig om de informele ander op de werkmethodiek aan te spreken, zonder in familie- of belangenconflicten terecht te komen.

In principe is er niets mis met het principe van de Wet kinderopvang om te privatiseren en de rekening tussen ouders, overheid en werkgevers gelijkelijk (ieder 1/3) te verdelen. Op 30 november moeten alle formulieren voor de Wet kinderopvang, waarbij de bijdragen van het rijk en de werkgever bepaald worden, bij de Belastingdienst liggen. De betalingsregeling van het ministerie van Sociale Zaken is helder, de overheid gaat wel betalen. Via het vakje `bijdrage van de werkgever', maakt de werknemer aan de overheid duidelijk of er al dan niet afspraken in de CAO over de kinderopvang staan. In 2002 bleek uit onderzoek dat in 89 procent van alle 125 grote CAO's afspraken staan, die gelden voor 85 procent van alle werknemers.

Is er nu geen vuiltje aan de lucht voor een flink aantal ouders van de 300.000 kinderen in de kinderopvang? Omdat er afspraken op papier zijn? Zó werkt het natuurlijk niet. Het rapport waarop minister de Geus zich baseert, vermeldt niet de grootte van de budgetten en de wachtlijsten. Of dat juist vrouwen en niet mannen een beroep op de regeling van de werkgever mogen doen. Of dat wél voor de opvang van 0- tot 4-jarigen wordt betaald, maar niet voor de opvang van 4- tot 12-jarigen.

In de Wet kinderopvang zit een adder onder het gras. De discussie over `mogelijk te dure kinderopvang' vindt plaats over de hoofden van zowel de ouders en als de aanbieders van opvang. Het gaat in feite over de betalingsbereidheid van de werkgevers. Het vreemde is dat de Wet kinderopvang voor veel werkgevers gunstig uitpakt. De netto werkgeversbijdrage zakt naar 1/6 deel van de rekening. De administratieve lasten worden minder, omdat de rekening via de ouders loopt.

Maar wat gaan de werkgevers nu doen die kinderopvang altijd al te duur vonden? Die niets betaalden? Zoals het MKB of de sectoren waar veel mannen werken en een groot ICT-bedrijf als Logica CMG heeft al laten weten niet te willen meebetalen. De Wet kinderopvang zet deze werkgevers wel onder druk, maar verplicht hen tot niets.

De werkgevers zijn nu aan zet. Welke werkgever betaalt straks 1/6 deel? Wie kijkt de kat uit de boom? Wie gaan samenwerken? Wie neemt het 1/6 deel over van de andere betrokken werkgever in het geval van tweeverdieners? En wie verschuilen zich achter het argument `ja, maar, mijn bijdrage is niet verplicht'? VNO NCW geeft haar leden het advies om te betalen, áls het mogelijk is. Als de werkgevers niet meedoen aan het drie-partijenconstruct, past de overheid het verschil in kosten aan middels een compensatieregeling tot 2008. Maar dat zijn wel extra kosten voor de ouder, die in de loop van 2006 en 2007 steeds meer betalen. Wie bepaalt nu eigelijk of kinderopvang duur is? De werkgevers die het product kinderopvang tot nu toe niet de moeite waard vonden.

De minister evalueert de effecten van de Wet kinderopvang pas in juli 2006. De werkgevers hebben de tijd om al dan niet te gaan betalen tussen oktober 2004 en juli 2006. De komende periode presenteren de werkgevers de rekening van de kinderopvang aan het ministerie van Sociale Zaken. Het is aan de ouders om de CAO na te pluizen op wat er nu precies geregeld is. De komende CAO-onderhandelingen zijn dan ook cruciaal voor de kinderopvang. Dit wetende is de looneis van drie procent door de vakbond voor onder meer kinderopvang niet zo merkwaardig.

Anja Berkelaar en Jacqueline van Lopik zijn werkzaam in de kinderopvang.