Waterstaat wil terpen van vervuild baggerslib

Rijkswaterstaat wil terpen van bagger bouwen. Zo groeit de veiligheid bij een hoog rivierpeil en raakt Nederland ook z'n overtollige bagger kwijt.

,,Bagger krijgen we via onze rivieren gratis uit het buitenland'', zegt Bert Polak van Waterinnovatiebron (WINN), het innovatieprogramma van Rijkswaterstaat voor de watertaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. ,,En bovendien wordt die bagger steeds schoner.'' Ziedaar twee typisch Hollandse argumenten om een plan van de organisatie ,,bloedserieus'' te nemen: bouw terpen van bagger.

,,Het mes snijdt aan twee kanten'', stellen de ingenieurs bij de Bouwdienst van Rijkswaterstaat in Utrecht. Enerzijds is er een toenemende behoefte aan ,,vluchtplaatsen'' bij hoogwater. Dijken bouwen is goed, maar hoog en droog land is nog beter. ,,Hoog land is de ideale bescherming tegen hoog water. Bij een watersnood is er geen schade en vallen er geen slachtoffers'', aldus een notitie.

Polak: ,,Als er achter een hoge dijk iets fout gaat en je te laat bent met evacueren, dan krijg nare plaatjes, dan is het net de Titanic.''

Anderzijds moeten er oplossingen komen voor het opslaan van bagger uit kanalen, meren, plassen en vooral de grote rivieren. Per jaar sedimenteert in de Nederlandse delta 10 miljoen kuub. Deze hoeveelheid moet worden gebaggerd ten behoeve van de scheepvaart en de waterafvoer. De komende tien jaar komt er in totaal 200 miljoen kuub schone of min of meer verontreinigde zoete bagger vrij. Polak: ,,Waarom combineren we beide uitdagingen niet en bouwen we in Nederland onze nieuwe woonwijken niet boven maatgevend hoogwater en brengen we de terpen van vroeger, uit de tijd voordat er dijken waren, weer terug in het landschap?''

Terpen zijn een mooi alternatief voor het verhogen van dijken ter bescherming tegen hoogwater. Polak, programmamanager van het WINN: ,,Het water komt van vier kanten op ons af: zeespiegelrijzing, bodemdaling, meer rivierwater en meer regen. Uit alle scenario's proberen wij voor de toekomst de hoofdrichting te bepalen. Die luidt dat als we niets doen, Amersfoort straks aan zee ligt.''

Er moet dus iets gebeuren. Polak: ,,Wij voorzien dat we steeds meer toe gaan van een enkelvoudige barrière in de vorm van een dijk, naar het keren van water in een zone.'' Dat betekent ,,overslagbestendige'' dijken bouwen die bij hoogwater gecontroleerd overstromen en waarbij het water aan de andere kant wordt opgevangen. Gebieden zouden niet beschermd moeten worden met één dijk maar in compartimenten met lagere dijken worden verdeeld, waardoor sommige delen onder water gezet kunnen worden. En tenslotte: terpen bouwen.

Bedenker van het terpenplan is Jan Dirk van Duijvenbode, projectleider innovatie bij Rijkswaterstaat. Hij zegt: ,,Er zijn twee strategieën om met water om te gaan. De ene is leiden, dat wil zeggen dijken bouwen en zorgen dat het water snel stroomt naar waar jij wilt. Dat is ook goed voor de scheepvaart. Daar bouw je dijken voor. De andere strategie is volgen. We moeten toe naar een combinatie van leiden en volgen. Met de dijken is de kans op een overstroming kleiner geworden. Maar risico is kans maal gevolg. En er zijn zulke grote investeringen gedaan in het land achter de dijken, dat als zich een overstroming voordoet, de gevolgen gigantisch zijn. Het bouwen van terpen verkleint de gevolgen.''

Bagger is bij uitstek het materiaal om meer hoogland te bouwen. Bagger is er in overvloed. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben een forse achterstand in het baggeren van watergangen. Bovendien is het moeilijk om baggerdepots aan te leggen. ,,De maatschappelijke weerstand tegen baggerdepots is vrij groot'', zegt Polak.

Die weerstand kan worden verkleind door er terpen met een duidelijke functie van te maken: vluchtplaatsen, boerderijen, woningen, natuurgebieden, recreatieterreinen. Met schone bagger worden nu alleen landbouwgronden opgehoogd. Verontreinigde, ,,niet-verspreidbare'' bagger verdwijnt naar twee grote rijksdepots op de Maasvlakte en in Overijssel.

Rijkswaterstaat houdt zich aanbevolen voor ideeën uit ,,de markt'', maar heeft zelf alvast enkele globale technische varianten bedacht.

De eerste is de zogenoemde omputterp. Daarbij wordt grond uit de uiterwaarden gebruikt om een terp te bouwen. De ontgraving wordt vervolgens gevuld met verse bagger uit de rivier. Deze techniek is vooral geschikt voor de kleinere terpen in de polders achter de dijken.

Variant nummer twee is de concentrische terp, bedoeld voor grotere projecten. Hierbij worden drie kaden gebouwd, bagger wordt in het hart van de cirkel gespoten waarbij het zand blijft liggen, het slib zet zich in de middelste ring vast en het proceswater wordt afgevoerd van de middenste ring naar de tijdelijke buitenste ring. Rijkswaterstaat wil de komende jaren experimenteren met een eerste proefterp van 25.000 kuub bagger, een voetbalveld van vijf meter hoogte.

De maatschappelijke acceptatie van min of meer vervuilde bagger zal door het terpenplan groeien, verwacht Rijkswaterstaat. ,,Onze voorlopige conclusie is dat het idee bij de burger niet op veel weerstand stuit'', aldus het WINN na onderzoek in Gelderland. ,,Het lijkt mensen zelfs wel aantrekkelijk om te wonen en te recreëren op zo'n terp. Ook denken ze dat de vervuilde bagger zo beter te controleren is dan in een put.'' Het argument dat terpen meer veiligheid bieden tegen overstromingen ,,leeft minder''.

Voor uitspoeling van olieresten of zware metalen uit de baggerterpen hoeft niet te worden gevreesd. Jan Dirk van Duijvenbode: ,,Het mooie van bagger is dat de vervuiling zich hecht aan fijne deeltjes en daar niet van los komt.'' Polak: ,,Onze uitdrukkelijke voorwaarde is dat de baggerterpen veilig en betrouwbaar zijn, en omgevingsvriendelijk.'' Dat laatste wil zeggen: ,,Het mag geen stinkende, zwarte berg worden.'' Veel vervuiling verdwijnt ook langs organische weg, stipuleert Polak. En de techniek schrijdt voort. ,,Uiteindelijk streven wij naar een zelfreinigende terp.''