Salaris ambtenaar stijgt vooral door vergrijzing

De ambtenarensalarissen zijn bevroren, maar stijgen toch. De oorzaak daarvan is de vergrijzing van het ambtenarenbestand. In de afgelopen zes jaar is het aantal 55-plussers bijna verdubbeld, wat resulteerde in een hoger salaris.

Dit blijkt uit Kerngegevens Overheidspersoneel, een overzicht van ambtenarengegevens die het ministerie van Binnenlandse Zaken ieder jaar bekendmaakt. De intentie van het kabinet om mensen langer door te laten werken, kan leiden tot stijgende loonkosten voor ambtenaren.

In 1997 verdiende bijna driekwart van de ambtenaren minder dan 2.609 euro (5.750 gulden). Zes jaar later ligt dit percentage op minder dan vijftig procent. De inkomensgroep daarboven (tussen de 2.609 en de 3.630 euro) steeg in deze periode, en wel van 17 naar 27 procent.

Bijna een kwart van de ambtenaren zit nu boven de 3.630 euro per maand, tegen 10 procent in 1997. Gemiddeld ligt het rijksambtenarensalaris rond de 3.000 euro per maand.

Waar het werken bij de overheid in de economische hoogtijdagen gestimuleerd moest worden – onder meer door het verhogen van de ambtenarensalarissen – is hier de laatste jaren nauwelijks sprake van geweest. Hoe hoger de werkloosheid, hoe aantrekkelijker de overheid als werkgever wordt. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) bevroor de lonen met terugwerkende kracht per 1 januari 2004.

In verhouding tot de arbeidsmarkt werken er weinig mensen onder de dertig jaar bij de rijksoverheid. Volgens de Kerngegevens uit 2003 komt dit mede ,,doordat er bij de overheid veel hoger opgeleiden werken, die pas op latere leeftijd instromen''. Vooral vanaf 45 jaar stijgt het aantal rijksambtenaren in verhouding tot het aandeel werkenden op de arbeidsmarkt. De gemiddelde leeftijd van werknemers bij de rijksoverheid ligt hier net onder: voor mannen is dit 44 en voor vrouwen op de 40 jaar.

Niet alleen het salaris, ook het aantal rijksambtenaren nam over de afgelopen jaren toe. In 2003 lag dit met bijna 117 duizend, 11 procent hoger dan in 1997. Vooral aan de top van de ambtenareninkomens is sinds 1997 behoorlijk geschoven. Vorig jaar verdiende 24 procent van de rijksambtenaren minimaal 3.630 euro per maand. Zes jaar eerder was dit tien procent. Van hen behoren enkele procenten tot de topinkomens (vanaf schaal 16) die de afgelopen maanden onder de loep genomen zijn.

Een kleine veertig ambtenaren bleek op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) 1,4 miljoen euro aan inkomsten te hebben opgestreken, terwijl ze hier geen recht op hadden. Naar aanleiding hiervan onderzochten de overige ministeries in de afgelopen maanden naar eventuele onrechtmatigheden in de periode januari 2003 tot juni 2004. Misstanden zoals die bij OCW waren onder de andere ministeries niet te vinden.

Bij Economische Zaken is er voor 111.401 euro aan ,,onrechtmatige beloning of vergoeding van onkosten'' uitgegeven. Dit is minder dan 1 procent van het totale bedrag dat aan de topinkomens wordt uitgegeven.

Bij alle ministeries – behalve dat van Sociale Zaken, Algemene Zaken en Landbouw – bevonden zich ambtenaren die in de onderzoeksperiode meer kregen uitbetaald dan hun schaal toeliet. OCW en Economische Zaken steken hier met respectievelijk 94.144 en 60.000 euro bovenuit.

Een ander probleem waar ministeries mee kampen, is het afkopen van verlofdagen boven het wettelijk toegestane aantal. Vooral het ministerie van Defensie heeft hiermee te maken. Hier is voor bijna 127 duizend euro aan dagen afgekocht.