Palestijnen, luister naar advies Golda Meir

Van alle vormen van liegen is het gebruik van selectieve waarheden misschien nog het verderfelijkst. Ramsey Nasr misbruikt het ontegenzeggelijke lijden van de Palestijnen als stok waarmee hij Israël als de enige schuldige van dat lijden aanwijst. Bovendien is zijn artikel voorzien van een door de redactie opgestelde opsomming van belangrijke punten in de geschiedenis die selectief is.

Vanaf het begin (en dat was niet in 1948, maar in de tweede helft van de 19de eeuw) waren de Arabieren in het Palestijnse deel van het Ottomaanse rijk tegen de immigratie van joden. Die joden die zich daar vanaf circa 1870 vestigden, deden dat op grond die van privé-eigenaren en van de overheid was gekocht. Zij kwamen er wonen, maar werden begroet met opstanden en moordpartijen.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog koos de onofficiële leider van de Arabieren in het gebied, de Grootmufti van Jeruzalem, de kant van de nazi's. Na de Tweede Wereldoorlog bleken de tegenstellingen zo groot dat de splinternieuwe Verenigde Naties het gebied verdeelden in een joods deel en een Arabisch deel. Het Arabische deel omvatte heel Trans-Jordanië en een deel van Cis-Jordanië. De door de redactie opgestelde feitentabel doet voorkomen alsof de joden dat niet accepteerden en veel meer inpikten dan hun was toegewezen. Maar het waren juist de gezamenlijke Arabische buurlanden die het varkentje wel even zouden wassen en de joden de Middellandse Zee in zouden drijven. Dat viel echter tegen en toen de VN een wapenstilstand oplegden, bleken de joden op meer grond de baas te zijn dan was voorzien.

Periculum est agressoris, oorlog brengt een risico met zich mee. Gedurende die strijd vluchtten honderdduizenden Arabieren naar de omringende gebieden, deels uit door hun leiders en de Arabische radio opgewekte vrees, deels aangemoedigd door het joodse defensieleger. Hoe je de oorzaak van de vlucht inschat, hangt sterk af van je invalshoek.

Sinds 1948 bleven de Arabieren Israëls bestaansrecht ontkennen. De Arabische Liga verbood bedrijven die met Arabieren zaken wilden doen om vestigingen in Israël te hebben, en de bevolking van de Arabische wereld werd vanaf de schoolbanken tegen Israël opgezet. Vanaf de Hoogvlakte van Golan werden Israëlische dorpen en landerijen regelmatig met zwaar geschut beschoten en pleegden infiltranten sluikse moorden.

Israël voerde een aantal oorlogen met haar buren, waarvan er maar een (de onfortuinlijke Suezcampagne, samen met Engeland en Frankrijk) als een agressieve oorlog gezien kan worden. Ook in 1967 gebeurde wat er in 1948 gebeurd was. Een Arabisch plan om de joden de zee in te drijven, resulteerde in het tegendeel, Israël sloeg terug en veroverde al het land ten westen van de Jordaan, de Sinaï-woestijn en de Gazastrook.

Inmiddels begon de PLO zich te roeren. Door de aanslagen van de eerste Intifada (1987) werd Israël steeds selectiever in het toelaten van arbeiders uit Gaza en de West Bank, wat een grote klap voor de economie in die gebieden betekende. Even bloeide er hoop op, toen in 1993 Rabin en Arafat de Osloakkoorden sloten, waarvoor zij samen de Nobelprijs voor de vrede kregen. Onder zware internationale druk werd de vernietiging van Israël uit het handvest verwijderd, maar het zou nog lang duren voordat Arafat dat ook in zijn Arabische toespraken toegaf.

Onder leiding van Bill Clinton werden er in 2000 besprekingen gehouden, eerst in Camp David en later in het zojuist door terroristen geteisterde Taba. Premier Barak deed er concessies die de meeste Israëliërs nooit voor mogelijk hadden gehouden. Nooit waren vrede en een definitieve oplossing zo dichtbij. De Saoedische prins Bandar deed zijn uiterste best om Arafat ervan te overtuigen deze te accepteren. Arafat weigerde echter en deed zelfs geen tegenvoorstel. Ondanks Israëls bewezen goede wil antwoordde hij met de tweede Intifada. Als reactie daarop koos Israël bij de verkiezingen de havik Sharon, omdat alle moeite van de duif Barak voor niets was geweest.

Palestijnen en hun medestanders beseffen heel goed dat dit de zoveelste gemiste kans was op een eigen staat. Dat geldt ook voor de heer RTamsey Nasr. Ze proberen nu, hij ook, zonder bewijs, als argument aan te voeren dat het gebodene geen leefbare staat zou opleveren. Een eenvoudige zoektocht op internet (Google, Taba) leert anders. De nieuwe staat zou 97 procent beslaan van de in 1967 veroverde gebieden met compensatie voor die drie procent elders. Door liberale Israëliërs werd dit als verraad gezien, en door de rechtervleugel als een bewijs dat onderhandelen met Palestijnen toch geen zin heeft. Israël ging door met het uitbreiden en bouwen van nederzettingen en reageerde uiteindelijk na tientallen aanvallen op burgerdoelen met het bouwen van een afscheiding. Ja, die afscheiding ligt op gebied dat bij vrede aan de Palestijnen zal toekomen en je kunt discussiëren over de vraag hoe fair dat is.

Israël heeft sinds 1967 diverse grote fouten gemaakt en Palestijnen (en ook Arabieren met de eigen Israëlische nationaliteit) niet juist behandeld. Daar is geen excuus voor, maar in het licht van meer dan een eeuw dodelijke vijandigheid, het telkens stuklopen van vredesonderhandelingen en de politieke situatie in Israël nog enigszins begrijpelijk. De ellende die Israël de Palestijnen heeft aangedaan en nog steeds aandoet, valt in het niet bij wat hun eigen leiders en medestanders hun aandeden en aan blijven doen. Veel Palestijnen hebben een verschrikkelijk leven zonder vooruitzichten. Ze zuchten in kampen of in een onmogelijk overbevolkt gebied als Gaza. Hun voornaamste bron van inkomsten, werk in Israël, is verdwenen en ze kunnen zich niet vrij bewegen in hun eigen land. Keer op keer zijn ze voorgelogen en verraden door hun eigen leiders, door de leiders van de buurlanden. De kliek van Tunis, de groep om Arafat heen en de voorzitter zelf, roofden een groot deel van de hulpfondsen en maakten vrede en economische samenwerking met Israël onmogelijk. Israël reageerde hard en doet dat nog steeds. Het gelooft niet dat Arafat en de zijnen vrede willen en bij ontstentenis van formele directe afspraken voelt het zich vrij om de feiten op de grond te concretiseren. Hoe sneller er een leiderschap ontstaat dat onafhankelijk van de mullahs in Iran en de Syriërs vrede kan sluiten met de laatste versie van Taba als basis, hoe sneller de levensomstandigheden van de Palestijnen zullen verbeteren en hun jeugd uitzicht zal krijgen op een echte toekomst. Golda Meir moet ooit gezegd hebben, dat vrede pas mogelijk zal zijn, als de Palestijnen hun eigen kinderen meer liefhebben, dan zij de Israëliërs haten.

John Dunkelgrün is lid van de joodse organisatie B'nai B'rith.