Op de tribune

Hoe staat het met het opinieklimaat op de voetbaltribunes? Eindelijk is nu een wedstrijd in de eredivisie gestaakt, omdat bepaalde vakken zich bezondigden aan gesproken columns van het soort dat de vrijheid van meningsuiting wel erg ver oprekt. Alom is met instemming gereageerd op het besluit van burgemeester Deetman van Den Haag om de wedstrijd ADO-PSV definitief stil te leggen, nadat de scheidsrechter door spreekkoren was uitgejouwd. Het volk gaat naar voetbal, maar het volk moet niet zo willen kwetsen.

Met de waardering van het volk kan het gek lopen. In het kielzog van Fortuyn heeft sinds een paar jaar een nieuwe voorhoede van politici en commentatoren zich ontfermd over de volkswil, jarenlang aan de ketting gehouden door paarse regenten. Nu is `het volk' (`u en ik' zoals het in rechts-revolutionaire taal heet ter vervanging van het linkse `kameraden'; Wouter Bos heeft het van de weeromstuit al over `de mensen') het breekijzer om de gevestigde orde uit de hengsels te lichten, en strategische posities in te nemen.

Maar dan moet het volk zich natuurlijk wel aan het script houden. En niet in de peilingen weglopen naar de PvdA, kwetsen op de tribune, of met zijn allen op het Museumplein versleten verlanglijstjes vol sociale zekerheid scanderen. Dan zijn we opeens weer van het geliefde Nederlandse volk dat zo lang werd geknecht door de regenten, terug bij `de massa' en `uitzinnige menigte', die de jurist Afshin Ellian meende te ontwaren in de jolige demonstratie op het Museumplein. Een meute, diep misleid door `manipulatie en leugens' en `onafgebroken kritiekloze berichtgeving', opgezweept door de Robespierre (De Waal) en Danton (Terpstra) van de vakbeweging, die `de guillotine in stelling [brengen]'. Afgezien van de lachstuipen die de associatie van Doekle Terpstra met de koppensneller Danton opwekt: je vraagt je af welk bloedbad er door Ellians uitzinnige massa is aangericht, die zaterdag in de hoofdstad, voordat ze zich dorstig verspreidde over de terrasjes. Niets van terug te vinden in de kranten, maar dat komt natuurlijk door die kritiekloze berichtgeving.

Het is het eeuwige tactische dilemma van revolutionaire bewegingen, of die nou links zijn of rechts, zoals de huidige: het volk is enerzijds zuiver en moet gered worden van de corrupte tirannen. Maar als het niet meewerkt, is hetzelfde volk een domme, decadente meute die lijdt onder een vals bewustzijn.

Maar wie is hier nu eigenlijk vals? In plaats van constructief engagement met de problemen waar het zeezieke huidige Nederland voor staat – of het gaat om de sociale zekerheid of de integratie van minderheden – heerst een polarisatie die eerder past bij spreekkoren op de voetbaltribune dan bij een publiek debat, en waarvan het doel minder is het kritisch zoeken naar oplossingen dan het wegsneren of monddood maken van de tegenstander. Een `communicatieve' rationaliteit (laten we er tenminste van blijven uitgaan dat rationeel redeneren in openbare debatten een criterium is) is erop gericht de valkuilen van de eigen standpunten te herkennen, en de motieven van `tegenstanders' te leren zien, ook al zijn we het niet met hen eens. Ook anderen hebben hun rationele opvattingen en motieven, waar `wij' een gepast en serieus antwoord op moeten formuleren. Zo zou het kabinet-Balkenende een beter antwoord moeten geven op de huidige onrust over de verzorgingsstaat, allereerst door te erkennen dat die zorgen reëel en begrijpelijk zijn – en ze niet af te doen als kinderachtig gezanik. Mensen (`het volk', `u en ik') hebben er recht op te wéten welk toekomstbeeld de boven hen gestelden koesteren.

Een andere opvatting van rationaliteit zien we helaas veel vaker: die is niet communicatief, maar `dwingend': iets is wit of zwart, je bent voor of tegen, en wie het niet met me eens is, heeft het niet begrepen of kan niet nadenken. Zo'n dwingende benadering – die suggereert dat een debat een rekensommetje is met maar één juiste uitkomst – is er nu juist niet op gericht de motieven of argumenten van anderen te begrijpen, maar die aan de kant te schuiven als irrationeel of achterlijk. Een voorbeeld van zulke dwingende rationaliteit is te vinden in de onserieuze benadering van moslims en hun omgang met religie. Het is inmiddels een volkswijsheid geworden (voor `u en ik') dat de islam niet `door de Verlichting is heengegaan' en dat moslims nooit geleerd hebben hun heilige teksten metaforisch te lezen. Een koor van opinieleiders, de rechtsfilosoof Paul Cliteur voorop, roept moslims op om te seculariseren en afstand te nemen van de dogmatische kanten van hun geloof – eventjes door de hoepel van de moderniteit springen a.u.b. Het eerste wat moslims moeten doen om de moderniteit te mogen betreden, denk je dan, is leren de koran figuurlijk te lezen. Maar nee, dezelfde Cliteur (na een piepklein spreekkoortje uit Limburg even verdwenen, maar inmiddels alweer helemaal terug) maakte in Trouw onlangs pogingen om enkele voor moderne zeden aanstootgevende koranpassages figuurlijk te interpreteren, met onverholen plezier belachelijk: ja zeg, hoe moet ik nou figuurlijk lezen dat ik mijn vrouw mag slaan?

Het gaat er nu niet om hoe je die passages dan wel moet lezen, of dat dit hatelijke beeld van de islam zélf dogmatisch en onverlicht is; wat we hier zien is een poging om de tegenstander de hoek in te schilderen. Je móét je heilige boek figuurlijk leren interpreteren om erbij te mogen horen, maar dat kán helemaal niet, ha! Tja, voor moslims is het zo bezien een wedstrijd die niet te winnen is. Die benadering – even dwingend als sofistisch en lichtzinnig – is niet zonder risico, zoals de Amerikaanse politicologe Jytte Klausen gisteren in deze krant uitlegde: het kleineren van allochtonen als irrationele aliens leidt vooral onder jongeren tot vervreemding. Zoals scheidsrechter Temmink er walgend de brui aan gaf – wat moet je tenslotte `terugzeggen' tegen een spreekkoor? – zo dreigen ook moslims af te haken tegenover het aanhoudende gebulder vanaf de Verlichtingstribune.

Standpunten zijn nooit zomaar raak, ze hebben uitleg en weerwoord nodig. Geen uitleg zoals in handleidingen (bevestig schroef A en daarna moer B, en het werkt), maar een communicatieve rationaliteit, die hoort bij serieuze publieke debatten, en die niet louter het eigen gelijk of een mening erin wil rammen – dát moet het grote verschil zijn met spreekkoren.