Ongelofelijke duikeling van universiteiten

Bij de ranglijst van Nederlandse universiteiten in de Studiekeuze-bijlage van 9 oktober wordt veel aandacht besteed aan de duikeling van enkele gerenommeerde universiteiten. Maar een veel opmerkelijker feit blijft onbesproken: de zeven provinciale universiteiten nemen de posities één tot en met zeven in; de vijf universiteiten uit de Randstad de posities acht tot en met twaalf.

Ik kan me niet voorstellen dat deze ongelofelijke tweedeling onderwijskundige oorzaken heeft. Daarvoor zijn universiteiten te onbestuurbaar en onderling te verschillend. Het ligt meer voor de hand naar externe oorzaken te zoeken. Ik kan er twee bedenken. Eén, dat het hier om een uit een meningspeiling vastgestelde volgorde gaat en dat bekend is dat Randstedelingen veel meer zeuren en kankeren dan mensen uit de provincie.

Twee, dat alle universiteiten in belangrijke mate een streekfunctie vervullen en dus de bevolkingssamenstelling van de streek vertegenwoordigen.

Waarom zou de verzwartingsgolf die allang de middelbare scholen bereikt heeft en vooral in de Randstad voor problemen zorgt, halt houden voor de poorten van de universiteit? Twee hypothesen, waarvan de eerste over de kwaliteit geruststellend is en de tweede zorgelijker.