Niet samen naar school, maar naar België

Leerlingen met een stoornis moeten zo veel mogelijk naar een normale school. Maar veel ouders willen dat niet. Er is een alternatief: speciale scholen in Vlaanderen.

Sinds 1991 moeten kinderen met een lichte stoornis samen naar de basisschool met `normale' leerlingen. Kinderen met bijvoorbeeld ADHD, dyslexie of bepaalde vormen van autisme vallen onder de doelgroep van dit `Weer samen naar school'-beleid. Zij blijven zo lang mogelijk op een reguliere school.

Maar ouders zijn niet altijd tevreden met deze regeling. Omdat het vaak moeilijk is om deze kinderen toch naar een Nederlandse speciale school te laten gaan, kiezen de ouders voor een school net over de grens.

Voor de speciale school Wilgenduin in de Belgische grensgemeente Kalmthout bijvoorbeeld. Op Wilgenduin zitten kinderen met een lichte geestelijke handicap, autistische kinderen en normaal begaafde kinderen met leerstoornissen. Vijftien van de ruim tweehonderdtachtig leerlingen zijn Nederlands.

,,De meeste van onze Nederlandse leerlingen wonen net over de grens in Nederland'', zegt Dory Truyen. Zij is een medewerker van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding in Wilgenduin. Het centrum geeft leerlingen al dan niet het advies om naar een speciale school te gaan.

In België is het niet ongewoon dat ook normaal begaafde kinderen met leer- of opvoedingsstoornissen naar een speciale school gaan. In Nederland werken reguliere basisscholen met speciale scholen samen om deze leerlingen goed in het basisonderwijs op te vangen. Elk samenwerkingsverband heeft een budget voor de opvang van leerlingen met speciale zorgbehoeften. Zo kunnen leraren uit het speciaal basisonderwijs leerlingen in de basisschool begeleiden. Of er komen op de basisschool hulpklassen, interne begeleiders of remedial teachers. De bedoeling is om de leerlingen zo lang mogelijk op een reguliere school te houden.

Wanneer ouders hun moeilijk lerend kind toch liever naar een speciale school sturen, moeten ze de grens over. In Wilgenduin in Kalmthout zitten ook Nederlandse scholieren met leerproblemen. ,,Het is de bedoeling om de kinderen met leer- en opvoedingsstoornissen terug in het basisonderwijs te krijgen'', legt leerlingbegeleidster Truyen uit. ,,Dat gebeurt niet zo vaak. Een zware dyslexie werk je niet weg.'' Dit jaar zijn er vijf leerlingen naar het reguliere onderwijs teruggekeerd. ,,Daar zit ook een Nederlandse jongen bij. Na een jaar op Wilgenduin kon hij weer naar zijn oude school.'

In Nederland wordt het aantal speciale scholen verder afgebouwd. Leerlingen die naar een speciale basisschool gaan, moeten daardoor 's ochtends steeds langer reizen om naar school te kunnen. Het aantal vestigingen van speciale scholen in Nederland daalde vorig jaar met 23 tot 420. De scholen werden wel groter.

Om kinderen toch naar een school in de buurt te laten gaan, voerde het ministerie van Onderwijs vorig jaar het zogeheten rugzakje in. Het rugzakje is een leerlingengebonden budget dat ervoor zorgt dat het kind les kan volgen in een reguliere school. Met aangepast lesmateriaal en extra begeleiding wordt het mogelijk om naar een reguliere school te gaan.

Uit onderzoek van de belangenorganisatie Federatie van Ouderverenigingen eerder deze maand blijkt dat ouders in beginsel positief staan tegenover het rugzakje. Ze krijgen wel vaak te maken met problemen bij de uitvoering.

Voor een rugzakje gaan leerlingen in Nederland naar een Commissie van Indicatiestelling waar ze getest worden. Uit de praktijk blijkt dat dit een omslachtige weg is. Ouders blijven soms maanden in onzekerheid. ,,Er wordt niet gekeken naar het individuele kind, maar naar papieren en getallen'', aldus een van de ondervraagde ouders uit het onderzoek.

In België verloopt het veel klantvriendelijker en sneller. Het Centrum voor Leerlingenbegeleiding verzamelt alle mogelijke informatie over het kind en geeft eventueel een attest dat de leerling toelaat tot het speciale onderwijs. Er zijn vaak verschillende centra per gemeente, waardoor de aanvragen ook snel afgewerkt worden.

In zeven jaar tijd is het aantal Nederlandse leerlingen in het speciale onderwijs in Vlaanderen meer dan verdubbeld. Omdat basisonderwijs in Vlaanderen gratis is, betalen ook Nederlandse scholieren geen schoolgeld.

In het schooljaar 1995-1996 zaten nog 298 Nederlandse scholieren in het Vlaamse speciale onderwijs, in 2002-2003 waren dat er al 601. Het aantal Nederlandse kinderen in het speciaal basisonderwijs ligt al jaren op 52.000. Hoe sterk dit aantal gaat afnemen als gevolg van het rugzakje is nog niet duidelijk.

De directeur van de Federatie van Ouderverenigingen, Wim van Minnen, is verbaasd over het hoge aantal Nederlandse leerlingen in het speciale onderwijs in Vlaanderen. ,,Het rugzakje is nog niet bezig aan een grote zegetocht, maar het is nog een vrij jong systeem.''