Jeugd moet fundament waterpolo worden

Het Nederlandse waterpolo staat aan de vooravond van een revolutie. Na het mislopen van de Spelen kiest de zwembond onvoorwaardelijk voor de jeugd.

Al zo vaak is de vraag aan de orde geweest dat Hans Nieuwenburg ,,onderhand doodmoe van al die herhaling van zetten'' is. Bovendien: wat is wijsheid? Het verlossende antwoord heeft ook de voormalig aanvoerder van de Nederlandse waterpoloploeg niet in petto. ,,Meer trainen lijkt me sowieso een aanbeveling, maar verder? Ook ik heb de sleutel niet in handen.''

Wie wel? Waterpolo is het stiefkindje van de Nederlandse topsport, en die ene allesoverheersende vraag bezorgt de betrokkenen al jaren hoofdpijn: hoe weer aansluiting te krijgen bij de wereldtop? In een tak van sport waar het afgelopen decennium elders de omslag van semi- naar fullprofessionalisme is gemaakt, terwijl in het land met de hoogste `waterpolodichtheid' nog altijd het amateurisme heerst.

In Amersfoort, bij het kwalificatietoernooi voor de strijd in het op één na belangrijkste Europese clubtoernooi (LEN Trophy), stond het piepjonge AZ&PC (gemiddelde leeftijd 21 jaar) vorige week symbool voor de nederige status, die Nederland momenteel inneemt in de internationale bassins. Voor eigen publiek fungeerde de ploeg van de Kroatische `waterpoloprofessor' Ivo Trumbic als speelbal van de breedgeschouderde spierbundels uit Servië (Partizan Belgrado), Italië (Savona) en Hongarije (Széged). Met nul punten uit vijf duels, en een doelsaldo van -33, besloot de nummer drie van Nederland zondag het toernooi.

Maar aan al het lijden komt een einde. Ook in het waterpolo. Het missen van de Olympische Spelen de mannenploeg ontbrak in Athene voor de tweede keer sinds 1956 (boycot Melbourne) was voor de zwembond (KNZB) aanleiding het roer rigoreus om te gooien. Niet de A-selectie krijgt prioriteit, maar de jeugd. ,,We gaan het waterpolo voorzien van een stevig fundament, zodat we op lange termijn de strijd weer aan kunnen'', zegt de deze maand benoemde bondscoach Robin van Galen.

Vier jaar geleden, in de nasleep van de teleurstellende elfde plaats bij de Spelen van Sydney, weerklonken die geluiden ook al op het bondsbureau. Maar dit keer is menes. Presteren op korte termijn is van ondergeschikt belang. ,,We kiezen doelbewust voor wat intussen door iedereen wordt beschouwd als een noodzakelijke herstructurering'', zegt de opvolger van tussenpaus Ron de Vogel, onder wiens leiding het nationale zevental begin dit jaar faalde bij het olympisch kwalificatietoernooi in Rio de Janeiro.

Het is hetzelfde probleem waar twee andere krachtverslindende en op amateuristische leest geschoeide sporten, rugby en ijshockey, mee worstelen: Nederland verliest de slag op jonge leeftijd, omdat elders niet alleen meer, maar ook met meer verstand wordt getraind. ,,Nu schieten onze junioren te kort, zowel mentaal als fysiek, zodra ze de stap naar de senioren maken'', weet Van Galen, die ook de teams van Jong Oranje onder zijn hoede heeft.

Gevolg: een niet te winnen achterhoedegevecht. Met die traditie wil Van Galen (32) graag breken. Stap één is de komende vier jaar het opzetten, in samenwerking met de clubs, van vijf of zes regionale steunpunten waar talentvolle waterpoloërs (12 tot 17 jaar) sport en studie kunnen combineren. Een eerste centrum verrees dit jaar, maar dat was niet dankzij maar ondanks de bond: het Waterpolo Opleidings Centrum in Alphen aan den Rijn van oud-international Eric Noordegraaf. In Friesland gaat volgend jaar een tweede steunpunt van start.

Stap twee klinkt nog ambitieuzer. Over drie jaar hoopt de bond de poorten te openen van een `waterpolo-internaat': een bundeling van jeugdig talent (17 tot 21 jaar) naar het voorbeeld van het succesvolle Bankras-model uit het volleybal. Tien tot twaalf trainingen per week en een op maat gesneden studie, opnieuw in dienst van de sport, moeten de deelnemers zoveel kracht, inzicht en wijsheid verschaffen dat zij niet kansloos zijn tegen de gevestigde orde.

Maar wat betekent dat voor de huidige A-selectie die begin januari met zes landen strijdt om drie startbewijzen voor het WK, medio juli in Montreal, en niet gekend is in de plannen? Wordt die opgedoekt en de leden bedankt voor bewezen diensten? Van Galen: ,,Van afscheid nemen is geen sprake. De A-ploeg bevindt zich in een overgangsfase. Maar ik heb de ervaren jongens, zeker diegenen die in het buitenland spelen, hard nodig en zal ze ook zeker selecteren.''

Maar wie is bereid voor een bond te spelen, die niet (meer) wil investeren in het eigen uithangbord en de blik heeft gericht op de Spelen van 2012? Harry van der Meer, prof bij het in Amersfoort acterende Savona, overweegt in elk geval niet te bedanken. ,,Ik speel graag voor mijn land, en ik wil mijn kennis graag overbrengen op die jonkies.''

Het tekent de loyaliteit van de 30-jarige aanvaller, die al ruim zeven jaar zijn brood in Italië verdient. Maar Van der Meer heeft dan ook wat goed te maken. Om zijn werkgever te behagen en dus de buitenlanderregel (maximaal drie per team) te omzeilen, vroeg hij twee jaar geleden een Italiaanse paspoort aan. Met succes, maar gevolg was dat de scherpschutter tot zijn verbazing zijn Nederlandse identiteit moest opgeven.

Die hoopt Van der Meer binnenkort terug te krijgen, zodat de routinier zijn interlandcarrière (bijna 300 caps) kan voortzetten. ,,Ik heb begrip voor de ommezwaai van de bond, maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Als zij het accent naar de jeugd verschuiven, wil dat niet zeggen dat wij ons niet zouden kunnen plaatsen voor de Spelen van Peking (2008, red.). Dat moet de doelstelling zijn.''