Het schuldbewustzijn van minister Verdonk 2

In het Kamerdebat van 11 oktober heeft minister Verdonk stevige kritiek gekregen op haar ,,eufemistische analyse'' van de problemen bij de Immigratie- en naturalisatiedienst met betrekking tot de verstrekking van verblijfsdocumenten. De minister bekende in de Kamer een ,,andere analyse te hebben gemaakt'' van de mogelijke gevolgen van het disfunctioneren van de IND bij de uitgifte van reguliere verblijfsdocumenten.

Volgens NRC Handelsblad van 12 oktober verklaarde de minister ook te hebben kunnen besluiten ,,de stekker uit het project van overheveling van taken van VreemdelingenDienst naar IND'' te halen. Maar, aldus Verdonk, ,,dan waren er nog heel wat meer mensen gedupeerd geweest dan nu het geval is''.

Het is onbegrijpelijk dat de Kamer dit antwoord accepteert. De totale mislukking van de overheveling van deze taken van VreemdelingenDienst naar IND wordt afgedaan met een bestuurlijk onmogelijke opmerking.

Als dat de oplossing van minister Verdonk is, zou zij wellicht moeten overwegen om de stekker uit haar terugkeerproject te halen. Dat gaat aantoonbaar de verkeerde kant uit. Volgens de ,,met rechte rug'' gepresenteerde cijfers voor terug te keren uitgeprocedeerde asielzoekers zouden er dit jaar 3.000 uit Nederland moeten vertrekken. Op dit moment zitten er in het enige vertrekcentrum in Ter Apel zegge en schrijve twee kandidaten. Aangezien zij tweemaal vier weken de tijd hebben om mee te werken aan terugkeer naar hun land van herkomst, zal het waarschijnlijk bij deze twee personen blijven.

Volgend jaar moeten er 10.000 terug en het jaar daarop nog eens 13.000. Dat wordt dus nog een hele klus als de minister de stekker er tenminste in laat zitten, want in tegenstelling tot wat de minister eerder in de Kamer beweerde, is het grootste gedeelte van deze mensen nog helemaal niet uitgeprocedeerd.