Het schuldbewustzijn van minister Verdonk 1

Als je het artikel in NRC Handelsblad van 12 oktober leest over de resultaten van het ministerie van Immigratie en Integratie, gaat verbazing over in irritatie en leidt uiteindelijk tot boosheid. Al twee jaar lang laat de Tweede Kamer zich met een kluitje in het Rita Verdonkbos sturen.

Verdonk weet zich telkens te presenteren als de eerste minister die het gekozen beleid daadkrachtig uitvoert. De toelating van migranten en vluchtelingen gebeurt volgens haar zorgvuldig. Het uitgeprocedeerd zijn wordt voortvarend geleid tot verwijdering c.q. uitzetting, waarbij de rechter het laatste woord zou hebben. Integratie wordt krachtig bevorderd door haar inburgeringsbeleid.

Op het moment dat haar beloften niet uitkomen, laat de Kamer zich in slaap sussen met nieuwe beloften.

In het artikel zie je een opsomming van feiten waaruit blijkt dat het helemaal niet goed gaat met het uitvoerende beleid van de minister en dat zij zelfs de integratie van nieuwkomers( die zij zo zorgvuldig heeft toegelaten) belemmert bij de deelname aan onze maatschappij.

Toch stelt de Kamer geen daad, nee, het gaat over het schuldbewustzijn van de minister. Het ziet ernaar uit dat de Kamer zo bang is van deze goed van de tongriem gesneden minister, dat men wacht tot na de volgende verkiezingen met het instellen van een `Kamer-enquête' om zich dan af te vragen wat er toch allemaal is misgegaan bij de Immigratie- en naturalisatiedienst en waarom de integratie maar niet lukt.

Als burger verlang je toch van de volksvertegenwoordigers dat zij hun controlerende macht wat eerder inzetten met bijvoorbeeld een motie van wantrouwen, zodat je de stekker bij deze minister er op tijd kan uithalen. Schade aan mensen is moeilijker te herstellen dan die aan bouwbedrijven of landelijke rechercheteams.