God is geen Republikein of Democraat

`God is NOT a Republican... or a Democrat.' Dat is de opwekkende boodschap van een bumpersticker die wordt verspreid door Sojourners, een vooruitstrevend christelijk blad. Het blijkt een van de kernthema's te zijn van de presidentscampagne.

De kiezers staan niet voor een keuze tussen een politiek op godsdienstige grondslag en iets geheel atheïstisch. Integendeel, president George Bush en senator John Kerry bieden twee verschillende interpretaties van de betekenis van het geloof voor een politicus.

Cynici zullen terecht opmerken dat beide kandidaten weten dat ze op godsdienstig terrein een politiek probleem hebben. Bush heeft het probleem dat hij te veel over God praat en Kerry dat hij dat te weinig doet. Bush weet dat een aantal gematigde, niet-godsdienstige kiezers vreest dat zijn geloof de voornaamste drijfveer van zijn politiek is. Om de mensen die zijn godsdienstige overtuiging niet delen gerust te stellen, doet Bush er alles aan om zich voor te doen als `Mr. Toleration'. ,,Voor mij is het in een vrije samenleving aan de mensen zelf of ze hun geloof willen belijden of niet'', verklaarde Bush in het derde debat.

Kerry daarentegen heeft lang een ongemakkelijke indruk gemaakt als hij iets over zijn katholieke geloof zei. Als je nagaat dat sommige leiders van Kerry's eigen kerk hem de communie zouden weigeren vanwege zijn standpunt over abortus, is dat ongemak begrijpelijk. Maar er zijn gelovige kiezers die zich meer op hun gemak voelen als politici iets laten merken van hun godsdienstige overtuiging. En daar is Kerry nu mee bezig.

Maar een gezonde scepsis over Bush en Kerry mag niet het zicht benemen op de serieuze verschillen in de manier waarop deze twee mannen over hun geloof spreken.

In dat derde debat lag bij Bush de nadruk op het geloof als iets `heel persoonlijks'. Hij merkte op dat ,,gebed en geloof'' hem ,,tot steun waren'' en voegde daaraan toe: ,,Ik krijg rust in de stormen van het presidentschap. Ik vind het geweldig dat overal in het land mensen bidden voor mij en mijn gezin. Iemand vroeg me eens: `Maar hoe weet je dat dan?' Ik zei: ,,Dat voel ik gewoon.''

Kerry had het meer over de consequenties van zijn geloof voor het streven naar sociale rechtvaardigheid. Hij verwees naar de klassieke bijbelpassage uit de brief van Jacobus: ,,Zonder de werken is het geloof dood'' en vervolgde: ,,Ik vind dat alles wat je in het openbare leven doet, moet worden geleid door je geloof, beïnvloed door je geloof, maar zonder dat op enige manier aan andere mensen op te leggen. Daarom vecht ik tegen armoede [...] vecht ik voor gelijkheid en rechtvaardigheid.''

Toch kunnen we niet zeggen dat het geloof van Bush zonder politieke consequenties is of dat het geloof van Kerry niet persoonlijk is. Bush sprak tenslotte ook over zijn overtuiging ,,dat God wil dat iedereen vrij is'', terwijl Kerry zei: ,,Mijn geloof is van invloed op al mijn daden en besluiten.''

Maar in hun verschillen volgen Bush en Kerry de traditie van een debat onder gelovigen dat al zo oud is als onze republiek. Voor sommige gelovigen, vooral conservatieve christenen, is alles ondergeschikt aan de thema's die zij als `levenskwesties' zien – abortus en stamcelonderzoek – en aan zaken die verband houden met recht en persoonlijke ethiek, met name het homohuwelijk. Voor andere gelovigen, vooral maar niet alleen Afrikaans-Amerikaanse christenen, is de fundamentele verplichting van gelovigen om te streven naar een overheidsbeleid ter verheffing van de armen. Veel gelovigen vereenzelvigen zich met bepaalde kanten van beide opvattingen.

En zoals zal blijken uit een verklaring die deze week uitgaat van een groep vredelievende christenen, verschillen gelovigen ook sterk van mening over kwesties van oorlog en vrede. De verklaring stelt dat ,,de hoogste Amerikaanse regeringskringen een `oorlogstheologie' verspreiden'' en dat ,,steeds vaker de taal van het `rijk van het gelijk' wordt gebezigd''. De verklaring, ondertekend door meer dan 200 theologen en kerkleiders, stelt dat ,,Christus de christenen oorlogen sterk ontraadt''.

Niet alle christenen zullen het eens zijn met elke zin in het krachtig geformuleerde stuk, maar daar gaat het nu juist om: gelovigen hebben niet maar één mening.

Zo komt er misschien toch nog iets goeds uit deze vaak ranzige campagne: de mythe wordt ontzenuwd dat politiek rechts het monopolie op de godsdienst heeft, en een eerlijk debat tussen gelovigen zal weer een normaal onderdeel van het Amerikaanse openbare leven worden. Dat is een voordeel voor de democratie én voor de geloofsgemeenschappen.

E.J. Dionne is columnist van de Washington Post. ©WP Writers Group