Europa aan de goedkope, merkloze pillen

De medicijnkosten in Europa stijgen snel. Brussel probeert het gebruik van goedkope, merkloze pillen te stimuleren. Dat lukt niet in alle lidstaten. ,,Een medicijn met een merk onthoud je makkelijker.''

Goedkope, merkloze medicijnen kosten vaak maar de helft van het oorspronkelijke merkmedicijn. ,,We besparen overheden nu al jaarlijks honderden miljoenen euro's, maar het kan veel meer'', zegt Claudio Albrecht, bestuursvoorzitter van het Duitse bedrijf Ratiopharm in Ulm. Dat is de grootste fabrikant van merkloze medicijnen in Europa. Albrecht begrijpt niet waarom Europese overheden het gebruik van merkloze medicijnen niet meer stimuleren. Wellicht dat zijn hoop bewaarheid wordt, want Brussel heeft eerder dit jaar een wet aangenomen die het gebruik van merkloze medicijnen wil stimuleren.

Ratiopharm fabriceert wereldwijd jaarlijks 7,5 miljard pillen. Dat aantal zal stijgen, als de in Europa aangenomen wet uitpakt zoals de bedenkers willen.

Europa vergrijst, en juist oude mensen slikken veel medicijnen. Bovendien komen er nieuwe, dure medicijnen op de markt. Kortom, de medicijnuitgaven stijgen hard. Te hard, volgens Brussel. ,,We zijn tevreden over de nieuwe regels'', zegt directeur Greg Perry van de brancheorganisatie European Generic medicines Assocation (EGA). ,,Maar lidstaten moeten ze wel voor eind 2005 implementeren, en we vragen ons af of iedereen dat gaat halen.''

Als een nieuw medicijn op de markt komt, wordt het beschermd door een patent. De fabrikant van het medicijn heeft een aantal jaren een monopolie om daarmee de hoge investeringskosten, voor onderzoek en ontwikkeling, terug te verdienen. Pas als het patent afloopt, mogen generieke fabrikanten kopieën op de markt brengen. Die zijn 30 tot 80 procent goedkoper, omdat de bedrijven amper onderzoekskosten hebben. Voorwaarde is dat de generieke fabrikanten het medicijn niet onder hetzelfde merk op de markt brengen. Ze moeten de actieve stofnaam gebruiken. Zo verkopen ze het antidepressivum Prozac als fluoxetine – voor eenderde van de oorspronkelijke prijs.

Het gebruik van generieke medicijnen verschilt per lidstaat. In Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië is ongeveer de helft van alle voorgeschreven medicijnen een genericum. In Denemarken ligt dat zelfs rond de 60 procent. De overheid daar verplicht artsen om van een merkmedicijn over te stappen op een generiek middel zodra dat beschikbaar is. In België, Oostenrijk en veel zuidelijke landen ligt het gebruik van generica op slechts een paar procent. In Portugal en Frankrijk is het gebruik van generica de laatste jaren een aantal procenten gestegen. ,,Met name doordat artsen worden voorgelicht over het gebruik ervan'', aldus Perry van EGA. ,,Ze moeten echt leren dat de goedkope alternatieven net zo goed zijn als de dure merkmedicijnen.'' Volgens hem blijft in Italië en Spanje het gebruik van generica ,,betreurenswaardig'' laag. Het heeft te maken met de lobby van de innovatieve farmaceutische industrie, meent hij. Maar het ligt ook aan de patiënten zelf. Die vragen doorgaans om een merkmedicijn, omdat de naam ervan makkelijker te onthouden is. Losec, een populaire maagzuurremmer, ligt beter in het gehoor dan omeprazol. Bovendien, als patiënten een merkmedicijn slikken, stappen ze niet graag over op een medicijn met een andere naam. Ook al gaat het om precies dezelfde actieve stof.

Om patiënten prijsbewuster te maken moeten ze in sommige landen sinds kort een percentage van hun medicatie zelf betalen. In Nederland willen zorgverzekeraars vanaf 2005 alleen nog maar het goedkoopste medicijn binnen een klasse (bijvoorbeeld bloeddrukverlagers) vergoeden. Is het duurder, dan moet de patiënt het verschil zelf bijbetalen.

Naast de acties van overheden probeert Brussel op Europees niveau ook het gebruik van generieke medicijnen te stimuleren. Volgens de nieuwe regels verloopt vanaf volgend jaar de registratie ervan sneller. Tot nu toe moesten generieke fabrikanten met die procedure wachten tot het patent op een merkmedicijn verlopen was. Maar vanaf volgend jaar mogen ze daar al twee jaar eerder mee beginnen. Zodat ze een dag na de patentafloop meteen met hun product op de markt kunnen. De innovatieve farmaceutische industrie kan zich vinden in deze regel, laat een woordvoerder van Europese brancheorganisatie Efpia weten. ,,De wet is een compromis'', zegt hij. ,,Hij stimuleert het gebruik van goedkope medicijnen. Maar hij geeft ook meer ruimte voor innovatie, wat wij graag willen.''

Ook zijn nu regels opgesteld voor zogeheten biologische medicijnen, die via genetisch gemanipuleerde cellen worden geproduceerd. Een goed voorbeeld is epo, dat de groei van rode bloedcellen stimuleert. Farmaceutische bedrijven maken steeds meer van dit soort biologicals. Albrecht van Ratiopharm verheugt zich al op volgend jaar, als in Europa het patent op epo verloopt. Het medicijn heeft wereldwijd een markt van ruim 5 miljard euro. Ook op insuline verloopt in 2005 het patent.

De markt voor generieke medicijnen is de laatste jaren snel gegroeid omdat van een aantal populaire medicijnen het patent is verlopen. De aanpassing van de Europese regels komt de generieke industrie nog eens extra ten goede, verwacht Albrecht. Perry van de EGA is het met hem eens, hoewel hij zijn vraagtekens heeft voor de tien nieuwe EU-lidstaten. Daar lag het aandeel van generica erg hoog, soms op wel 70 procent. Op een aantal punten zijn de regels door de nieuwe EU-wet voor hen juist strenger geworden. Perry: ,,We moeten uitkijken dat in de nieuwe lidstaten de medicijnuitgaven niet extra hard gaan stijgen.''