`Bezonken rood' op toneel fascinerend

Een kapot gemaakte jongensjeugd, daarover gaat de roman Bezonken rood (1981) van Jeroen Brouwers. De trauma's van zijn kindertijd in de Tweede Wereldoorlog, doorgebracht in een Japans interneringskamp op Java, achtervolgen de hoofdpersoon zijn leven lang. De roman is de obsessionele, claustrofobische weergave van die kampjaren. De kleine jongen wil aldoor indruk maken op zijn onbereikbare moeder, die door `de Jap' vernederd, geslagen en geschopt is en niet meer zijn mooie moeder is.

Brouwers' tekst is als muziek gecomponeerd. Hallucinerende herinneringen aan het jappenkamp, via de jongensblik heftig aangezet, worden afgewisseld met beschouwende passages over liefde, vergankelijkheid en dood. Kort na verschijning van Bezonken rood ontstond een felle polemiek tussen Brouwers en Rudy Kousbroek. De laatste verweet Brouwers de waarheid vertekend te hebben. De Japanse interneringskampen waren, volgens Kousbroek, niet te vergelijken met de Duitse vernietigingskampen. In zijn omvangrijke brievenboek Kroniek van een karakter (1986) weerlegt Brouwers deze aantijgingen. Nog altijd is deze strijd interessant: het gaat om het recht op literaire verbeelding (Brouwers) versus de eis van de juiste weergave van de werkelijkheid (Kousbroek).

Regisseur Guy Cassiers heeft in samenwerking met acteur Dirk Roofthooft de roman bewerkt tot een fascinerende theatervoorstelling. Het is gelukkig geen voordracht ter illustratie van de romantekst geworden, maar een uitvoering met een eigen betekenis. Cassiers gebruikt video's om afstand te scheppen tussen tekst en personage. De trauma's van de ik-persoon zijn in samenwerking met ontwerper Peter Missotten vormgegeven met talrijke variaties op het beeld van tralies. De achterzijde van het decor bestaat uit Indonesische jaloezieën (de zogeheten `krees'), die als beeldrijm weerkeren als venster van de werkkamer van de schrijver. Langs de jaloezieën stroomt licht omlaag als een tropische regenbui. De tralies keren terug als rode bloedlijnen over de vloer. Er klinkt sinistere muziek van John Cage en J.J. Cale.

Acteur Dirk Roofthooft, in vaalbruin kostuum, is zowel de vijfjarige jongen als de schrijver op veertigjarige leeftijd. We zien hem vooral in het schemerduister, hij dringt zich niet op de voorgrond maar speelt intiem. Roofthooft mompelt eerder dan dat hij declameert, en wekt een verlegen indruk. Hij stamelt, hapert, strijkt met een vingertop over zijn linkeroog. Het is alsof hij bang is Brouwers' woorden uit te spreken. De stiltes die vallen zijn even suggestief als de witregels in het proza.

Deze bijna terloopse speelstijl past goed bij Brouwers' tekst, die ik nu als toeschouwer anders ervaar dan als lezer. Het is een monologue intérieur van een man gevangen in zijn wanen. Het is of deze voorstelling het enige, juiste antwoord is op de strijd tussen literaire verbeelding en de eis trouw te zijn aan de werkelijkheid.

Een detail komt overrompelend sterk naar voren. De moeder leerde de kleine jongen tijdens de kampjaren lezen in Daantje gaat op reis van Leonard Roggeveen. Diezelfde jongen is nu een schrijver geworden. Hij is schatplichtig aan zijn moeder. Roofthooft stamelt wanneer hij met een servetje in de hand vertelt hoe hij zijn moeder op haar sterfbed voorleest uit Daantje gaat op reis. Dan laat hij het servetje los. Moeder is doodgegaan.

Voorstelling: Bezonken rood van Jeroen Brouwers, door het Ro Theater. Regie: Guy Cassiers. Spel: Dirk Roofthooft. Gezien: 18/10 Rotterdamse Schouwburg. Aldaar t/m 31/10. Inl. 010-4118110 of www.rotheater.nl