Angst en anarchie regeren Haïti

Vier weken na de orkaan Jeanne blijft het toch al instabiele Haïti ten prooi aan chaos. Hulpverleners zijn in paniek.

Hulpverleners die een wanhoopskreet slaken over hun eigen situatie, het is nogal onalledaags. Maar door de natuurrampen, het politieke geweld en de steeds brutalere criminaliteit dreigen niet alleen de ruim acht miljoen Haïtianen te bezwijken, ook de hulpverleners gaan er langzaam aan onderdoor. In een gezamenlijke verklaring die ze vandaag via lokale radiostations op Haïti verspreiden, roepen ze de bevolking op hulptransporten niet langer te overvallen. Stop met plunderen, laat ons helpen, is in het kort de boodschap.

Massaler dan ooit tevoren zijn non-gouvernementele organisaties en instellingen van de Verenigde Naties neergestreken op het Caraïbische eiland. Als gevolg van de orkaan Jeanne spoelde vier weken geleden een enorme moddergolf over de 200.000 inwoners tellende, noordwestelijke stad Gonaives. Minimaal drieduizend mensen stierven door het natuurgeweld en duizenden raakten dakloos.

De broodnodige hulp aan de regio werd de afgelopen dagen evenwel goeddeels opgeschort. Hulpkonvooien zijn te vaak het doelwit van plunderingen. Chauffeurs van verscheidene hulpvoertuigen van Artsen zonder Grenzen tot het Rode Kruis werden onder schot gehouden terwijl een uitgelaten menigte zich ontfermde over de goederen. Voedsel, matrassen, medisch materiaal en zelfs bouwspullen voor een op te zetten noodhospitaal werden gestolen. ,,De spullen worden even later op lokale markten te koop aangeboden'', zegt Yolette Etienne van de hulporganisatie Oxfam.

De orkaan heeft het toch al instabiele Haïti dichtbij totale anarchie gebracht. Ook in de hoofdstad Port-au-Prince is het mis. Op het haventerrein staan meer dan honderd containers vol hulpgoederen die niet kunnen worden vervoerd. Havenpersoneel en douanemensen komen niet op hun werk uit angst voor nabij wonende bendeleden die de spullen willen stelen.

De hulpverleners schuilen voorlopig voor het grootste deel in de hoofdstad. Haïti is het armste land van Latijns-Amerika en dat is in Port-au-Prince pijnlijk duidelijk waar te nemen. De stad is totaal vervallen, verpauperd en overbevolkt. Mensen zitten langs de kant van de weg en proberen van alles en nog wat te verkopen: van zelfbereid voedsel, een oude krant tot derdehands schoenen. Ze trotseren het walmende en steeds toeterende verkeer dat zich verplaatst op wegen vol vervaarlijke kuilen.

En het stinkt in de snikhete stad. De vuilnisman komt hier langs met een schop en een hooivork om de overal liggende rommel in de wagens te scheppen. Het enige dat blinkt in Haïti zijn de honderden four-wheel drives van de hulporganisaties.

Deze hulpverleners houden Haïti vooralsnog in leven. Als ze tenminste niet worden weggejaagd.

,,De Haïtiaanse staat is totaal ineengestort. Het onderwijs, gezondheidszorg of justitie, niets werkt meer tenzij met buitenlandse hulp'', vertelt Colette Lespinasse. Zij is coördinatrice van de Haïtiaanse hulporganisatie Garr die zich - onder andere met hulp van het Icco en Solidaridad uit Nederland inzet voor de Haïtiaanse arbeiders die door buurland Dominicaanse Republiek naar Haïti worden teruggestuurd. Het gaat om jaarlijks duizenden documentloze en verpauperde Haïtianen die vervolgens aanschuiven in het toch al overvolle Port-au-Prince.

Volgens Lespinasse zijn er op Haïti zo'n duizend hulporganisaties actief die de rol van de Haïtiaanse overheid hebben overgenomen. Maar veel hulp richt zich op het lenigen van behoeften op korte termijn. ,,Er zijn geen grote plannen die in de noodzakelijke totale renovatie van de Haïtiaanse staat voorzien'', zegt Lespinasse. Ze is 43 jaar en heeft het de afgelopen twintig jaar alleen maar achteruit zien gaan op het eiland. ,,Zelfs de dokter en de leraar hebben nauwelijks voldoende middelen om fatsoenlijk te kunnen eten.''

En 2004 had juist zo mooi moeten worden. Een feestjaar waarin Haïti herdenkt dat het zich precies tweehonderd jaar geleden als eerste zwarte republiek onafhankelijk verklaarde van Frankrijk. Maar 2004 zal in de geschiedenisboeken van Haïti vooral worden bijgeschreven als een van de vele rampjaren. Een jaar dat bovendien nog lang niet voorbij is.

Want naast de natuur zijn het ook de politieke ontwikkelingen die slachtoffers maken. In februari moest president Jean Bertrand Aristide de benen nemen na aanhoudende gewelddadige protesten die aan driehonderd mensen het leven kostten. De afgelopen weken herdachten zijn aanhangers dat het tien jaar geleden is dat Aristide na een militaire staatsgreep door de Verenigde Staten weer in het zadel werd geholpen. Aristide heeft nog steeds veel supporters in de sloppenwijken die verwachten dat hij terugkeert.

Aristide is volgens de huidige interim-regering van Haïti vanuit zijn ballingsoord Zuid-Afrika druk bezig om zijn aanhangers aan te zetten tot gewelddadige demonstraties. Deze maand zijn rond vijftig mensen door bendeleden in Port-au-Prince vermoord. Onder hen zijn ongeveer tien politiemensen die voor een deel werden onthoofd. De ongeregeldheden gebeuren ondanks de aanwezigheid van 3.742 buitenlandse voornamelijk Braziliaanse en Argentijnse soldaten.

Zuid-Afrika heeft gisteren officieel tegengesproken dat Aristide vanuit dit land de onrusten op Haïti organiseert. De Haïtiaanse regering kondigt aan hard op te treden tegen de aanhangers van Aristide, van wie de afgelopen weken een aantal kopstukken zijn opgepakt. Ze hoopt op de komst van meer buitenlandse troepen die nog dit jaar met 3.000 man moeten worden uitgebreid. Afgelopen zondag kwam de laatste zending: 95 politiemannen uit China.