Vervolging Eric O.

Sergeant-majoor der mariniers Eric O. (43) werd 31 december vorig jaar vanuit Zuid-Irak teruggehaald naar Nederland en in verzekerde bewaring gesteld. O. werd er van verdacht het vuur geopend te hebben op een Irakees, die onderdeel uitmaakte van een groep plunderende mannen.

Militaire vakbonden en deskundigen hebben meteen scherpe kritiek op het openbare ministerie om vervolging voor moord, doodslag dan wel dood door schuld tegen O. in te stellen. Hij zou evenwel twee keer, waarvan één keer gericht, hebben geschoten zonder dat de Nederlandse militairen in gevaar verkeerden, aldus het OM.

Eind februari lekt een interne brief van procureur-generaal De Wijkerslooth uit. Deze stelde dat ,,Nederland in Irak niet optreedt als bezettende macht''. Er onstaat discussie over de geheime geweldsinstructies.

In juni lekt geheime informatie uit. O. zou als lid van de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) ,,laagdrempelig'' zijn bij het gebruik van geweld.

Vanaf 28 september moet O. zich een week lang verantwoorden voor de rechter.

Het OM eist op 4 oktober zes maanden voorwaardelijke militaire detentie en een werkstraf van 240 uur.

Voor het OM staat vast dat O. de geweldsinstructies heeft overschreden door gericht te vuren op de plunderaars.