Vanuatu trotseert de grote buren

Het eilandenstaatje Vanuatu wil wel hulp, maar geen politieke bevoogding van zijn grote buur Australië.

De krantenjongens van Port Vila zijn snel los. De Vanuatu Daily Post, het enige dagblad van het archipelstaatje, wordt hen uit handen gegrist en de 100 vatu-stukken (50 eurocent) rammelen in hun broekzakken. De krant opent met de rede van de minister van Buitenlandse Zaken van Vanuatu, Barak Sope Maautamata, voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het is een fier verhaal. Het vertelt hoe een klein, Melanesisch landje groot kan zijn in zijn solidariteit met een verdrukt broedervolk. `Barak Sope dringt bij de VN aan op actie inzake West-Papoea', luidt de kop.

In het Café du Village leest een blanke toerist het verhaal. Hij zet zijn leesbril af en vraagt zich hardop af: ,,La Papoeasie Occidentale, waar ligt dat?'' Hij kijkt mijn kant uit en ik zeg behulpzaam: ,,Dat ligt in Indonesië.'' Hij is even stil en zegt dan: ,,Aha, wonen daar ook Kanaken?'' Meneer komt uit Nieuw-Caledonië. Dat ligt, net als Vanuatu, in de zuidelijke Stille Oceaan en is een overzees gebiedsdeel van Frankrijk. Er wonen evenveel Franse colons als autochtone Melanesiërs.

Hier in Vanuatu liggen de verhoudingen anders. Dit is sinds 1980 een onafhankelijke staat en de Melanesiërs zijn er met 94 procent ruim in de meerderheid. Vanuatu was driekwart eeuw een Frans-Brits condominium onder de naam Nieuwe Hebriden. Sinds de onafhankelijkheid hebben alle politici van Vanuatu – ongeacht hun partij – zich in internationale fora sterk gemaakt voor de rechten van andere Melanesiërs, de Papoea's van westelijk Nieuw-Guinea.

Dat gebied was tot 1962 Nederlands en werd in 1963, na een tussenbestuur van de Verenigde Naties, overgedragen aan Indonesië. Dat noemde het gebied achtereenvolgens `West-Irian' en `Irian Jaya'. In 1969 werd er onder supervisie van de VN een volksraadpleging gehouden. Ruim duizend Papoeanotabelen, geïsoleerd en onder zware druk gezet, kozen unaniem voor Indonesië. Papoeaballingen in het buitenland en, sinds de val van potentaat Soeharto, ook een Papoeabeweging in Indonesië ijveren voor een nieuw referendum over de toekomst van het gebied, dat sinds 2001 `Papoea' heet.

,,Steun voor de zaak van een `vrij West-Papoea' is hier een politiek geloofsartikel'', zegt Chris Ballard, een Australische antropoloog die onderzoek doet in Vanuatu, ,,maar het leeft ook sterk bij gewone mensen. Het is nu eenmaal eenvoudiger je te solidariseren met een broedervolk ver weg dan met je eigen buren, met wie je nog een geschil hebt over traditionele gronden.'' Vorig jaar kregen drie Papoeaballingen toestemming in Port Vila een kantoortje te openen. Als zij op reis gaan om hun zaak in de wereld te bepleiten, gebruiken zij een Vanuatuaans diplomatiek paspoort. Felle protesten uit Jakarta mochten niet baten.

Ook de relatie met Australië, de belangrijkste donor van het eilandstaatje, staat onder druk. Vanuatu kent geen inkomstenbelasting en veel Australiërs investeren er in de bloeiende toeristenbranche. Canberra meent dat het lichte fiscale regime ook lieden aantrekt die zwart geld willen witwassen en Vanuatu gebruiken als doorvoerhaven van drugs. Australië maakt zich grote zorgen over de kwaliteit van het openbare bestuur en de rechtshandhaving in Vanuatu en andere staatjes in de Stille Oceaan.

Het Pacific Island Forum (PIF), een regionale organisatie waarin Australië en Nieuw Zeeland de toon zetten, heeft besloten tot samenwerking bij bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en versterking van de rechtspraak bij de kleinere lidstaten. In dat kader heeft Australië politiemannen en ambtenaren gedetacheerd in Vanuatu. Dat geldt officieel als ontwikkelingshulp; de inzet van personeel wordt gefinancierd via de publieke hulporganisatie AusAid.

Rialuth Serge Vohor, sinds drie maanden premier van Vanuatu, en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Barak Sope, beschuldigen Australië nu van `spionage' en `inmenging'. Op 12 september eisten zij dat het kleine contingent van de Australische Federale Politie (AFP) in Vanuatu uiterlijk 15 september zou vertrekken. Ook twee juridische adviseurs werden gelast het land te verlaten. Zij waren via AusAid toegevoegd aan het State Law Office. Dat overheidslichaam adviseert de regering over de wettigheid van maatregelen en wetsontwerpen en behandelt gevoelige informatie over individuele burgers.

Minister Barak Sope (54) ontvangt me daags voor zijn vertrek naar de Algemene Vergadering in New York. Het hagelwitte ministerie is vorig jaar gebouwd op kosten van de Chinese Volksrepubliek.

Barak Sope: ,,Wij hebben al twintig jaar een defensieovereenkomst met Australië. Vorig jaar opende de AFP een politiebureau in Port Vila en daarover vermeldt die overeenkomst niets. De agenten stonden niet onder bevel van onze politiechef, maar kregen hun orders uit Canberra. Dat bureau werd permanent bemand door drie AFP-agenten, maar intussen was het een komen en gaan van politiemannen, soms wel 15 tegelijk. Zij kwamen binnen op toeristenvisa en gingen aan het werk zonder dat wij wisten wat ze deden. Na drie maanden vertrokken ze weer. Dat is in strijd met de wet. Als ik in Australië werk op een toeristenvisum, word ik gedeporteerd. Dat AFP-kantoor gaf het verkeerde signaal, zowel aan onze mensen als aan investeerders uit Australië. Die wantrouwen de AFP. Vanuatu is een tax haven en daarom komt de AFP hier Australiërs bespioneren. Waarom opent een bevriend land hier een politiebureau? Dit is inmenging, punt uit.''

Barak Sope raakt op dreef: ,,Zij willen niet alleen de sheriff zijn van het Stille Oceaangebied, ze gaan ook op de stoel van de rechter zitten. Die juristen bij het State Law Office komen als adviseurs, maar ze werken niet samen met hun collega's in Vanuatu, zij leggen hun wil op. Wij gingen akkoord met steun aan onze justitiële organen, niet met manipulatie. De adviseurs bij het openbaar ministerie zijn partijdig. Zij beschouwen enkele van onze politici als bad guys, die moeten worden vervolgd. Maar die mensen zijn democratisch gekozen.''

De minister zegt zich geen zorgen te maken over beëindiging van Australische hulp. ,,In het Stille Oceaangebied noemen we dat boemeranghulp. Het overgrote deel vloeit terug naar Australië, want die expat-adviseurs krijgen vette salarissen. Van elke 10 miljoen dollar verdwijnen er 9,5 miljoen in hun zakken. Het enige wat wij krijgen is ongewenst advies. Politieke inmenging wordt gefinancierd met hulpgelden.''