Stop illegaal niet in centra buiten Europa

Vluchtelingenkampen in Noord-Afrika moeten het gemis van één Europees toelatings- en opvangbeleid verbloemen, meent Jeroen Corduwener.

Met de bouw van speciale opvangcentra in Noord-Afrika wil de Europese Unie korte metten maken met de `vloedgolf aan illegale migranten', zoals Europees commissaris Rocco Buttiglione dat krachtdadig omschrijft. Italië, het thuisland van Buttiglione, heeft samen met Duitsland en Engeland het voortouw genomen voor de maatregel, waar overigens ook de Nederlandse minister Verdonk van vreemdelingenzaken `welwillend' tegenover staat.

De vluchtelingenkampen in landen als Algerije, Libië, Marokko, Mauretanië en Tunesië moeten een einde maken aan de gevaarlijke oversteek van gammele bootjes, waarin jaarlijks duizenden immigranten vanuit Afrika naar Europa proberen te komen. De Europese initiatiefnemers leggen daarom vooral de nadruk op het humanitaire uitgangspunt van hun plannen: de kampen kunnen honderden mensenlevens sparen, die anders in de woeste golven van de Middellandse Zee dreigen om te komen.

Tegelijkertijd sluit het plan aan bij de ideeën van ondermeer Engeland om asielzoekers op te vangen in de regio waar ze vandaan komen en waarmee Nederland – als warm voorstander – op dit moment bezig is proefprojecten te bedenken in Afrika. Het is een gevaarlijke en onjuiste ontwikkeling die gebaseerd is op verkeerde feiten en uitgangspunten en bovendien voorbij gaat aan de oorzaken van migratie.

Er wordt een beeld geschetst van `vloedgolven aan illegale migranten' en `problemen die op ons afkomen'. Het aantal mensen dat met bootjes vanuit de Noord-Afrikaanse kust probeert Italië te bereiken is de laatste jaren niet toe- maar afgenomen. In 2002 waren dat er nog ruim 19.000, vorig jaar 14.000 en dit jaar blijven de aantallen daar nog onder (9000 tot en met september). Bovendien staat het aantal bootvluchtelingen in geen verhouding tot het totaal aantal migranten dat bijvoorbeeld in Europa asiel aanvraagt: het eerste helft van dit jaar waren dat er een kleine 130.000. De maatregel om transitkampen op te richten in Noord-Afrika richt zich dus op nog geen acht procent van het totaal aantal asielzoekers – gerekend over de eerste zes maanden van 2004.

De landen waarin de vluchtelingenkampen moeten worden gevestigd staan voor het merendeel te boek als staten waar de mensenrechten worden geschonden of de humanitaire situaties ernstig te wensen overlaten. Libië heeft niet eens het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties ondertekend. De Europese ministers willen dit ondervangen door dat document alsnog ter signering voor te leggen. Dat is wel uiterst cynisch: Libië vragen het VN-verdrag te onderschrijven met als enige doel er zelf onderuit te komen.

In tegenstelling tot wat de EU-initiatiefnemers beweren zullen de nieuwe kampen geen mensensmokkelaars ontmoedigen maar juist stimuleren. Er is immers een duidelijke bestemming te verkopen aan de klanten, die als `springplank' naar Europa kan worden gepromoot. De organisatoren van mensensmokkel worden voor de Europese politie en justitie daarentegen ongrijpbaar, omdat ze zich niet meer op het Europese continent hoeven te bewegen.

Opvang in `de eigen regio' – waar het Noord-Afrikaanse plan een voorbeeld van is – werkt alleen als condities en regels zijn geschapen die de migrant dezelfde veiligheid en levensomstandigheden bieden als in een `Westers' asielcentrum. Daar is nu geen sprake van, om welke reden de UNHCR tegen het EU-voornemen is. Bovendien mag er niet aan criteria voor vluchtelingenschap worden geknaagd. Wie gaat straks in het `transitcentrum' bepalen welke migrant economisch en welke politiek vluchteling is, als de UNHCR dat niet doet? Welke motieven geven de doorslag: die van de migrant of die van de Europese migratiepolitiek?

Een voorbeeld uit eigen land: minister Verdonk wil een proef met opvang in de regio opzetten in Oost-Afrika. Toen haar enkele maanden geleden gevraagd werd om vluchtelingen uit Darfur in zo'n `pilot' op te vangen, gaf ze niet huis want Sudan lag volgens haar immers niet in Oost-Afrika.

Er wordt voorbij gegaan aan de oorzaken van de migratie, die in het geval van Afrikaanse vluchtelingen zonder uitzondering te vinden is in armoede, onderontwikkeling, slecht overheidsbestuur en humanitaire noodsituaties. Merkwaardig genoeg zijn deze factoren wél wijd en zijd bekend. In de Afrikanotitie van minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking ('Sterke mensen, zwakke staten') worden als gebrek aan ontwikkeling én groei van migratie juist genoemd: gebrekkig functionerende staten, ontbreken van onderwijs en gezondheidszorg, de uitsluiting van Afrika op de wereldhandel en de tekortschietende internationale ontwikkelingshulp.

Als eerste minister voor Ontwikkelingssamenwerking legt Van Ardenne nadrukkelijk een verband met migratie. Ze pleit voor een ,,gezamenlijk overleg tussen EU en Afrika om vanuit gezamenlijke belangen te komen tot een internationaal migratiebeleid'', waar ,,het wegnemen van de oorzaken van migratie voor Nederland de belangrijkste bijdrage is.''

Maar net zomin als Van Ardenne haar collega Verdonk meekrijgt in deze ontwikkelingsaanpak van migratie, zo lukt het om Europese regeringen én de nieuwe eurocommissaris daarvoor te interesseren. Hier wreekt zich dat vreemdelingenbeleid doorgaans is ondergebracht bij departementen die niets van doen hebben met internationale samenwerking: de ministers van Binnenlandse Zaken of Justitie zijn vooral gefocused op repressie en het opleggen van beperkingen, niet op het zoeken en wegnemen van de oorzaak van het probleem.

In 1999 spraken de `asielministers' op de Europese Raad in Tampere af om te komen tot één Europees asielbeleid. Daar is vijf jaar na dato nog weinig van terecht gekomen. De lidstaten hebben elk voor zich wel steeds strengere vreemdelingenwetgeving aangenomen uit vrees de asielzoekers van de buurlanden op de stoep te krijgen (Nederland bijvoorbeeld de nieuwe Vreemdelingenwet 2001). Maar één Europees toelatings- en opvangbeleid is er nog steeds niet. Daarom moeten de opvangkampen in Noord-Afrika dat gemis verbloemen. Zolang asielzoekers maar búiten de Europese grenzen blijven, is daarbinnen geen eenduidig beleid nodig.

Opvang van migranten búiten Europa geeft een verkeerd signaal af naar de burgers binnen Europa. Dat heeft ook gevolgen voor de buitenlanders die hier al wonen en tast op termijn het staatsrechtelijke principe aan dat alle burgers gelijk zijn en als zodanig moeten worden behandeld.

Jeroen Corduwener is zelfstandig journalist.