Stille strijd op een toeristenvisum

Sommige parlementariërs bezoeken regelmatig landen met dictatoriale regimes om daar met dissidenten te praten. ,,Ze moeten weten dat we ze niet vergeten.''

Sommige Europese parlementariërs opereren als stille ridders voor de mensenrechten. Het komt ,,met regelmaat'' voor dat parlementsleden uit Europese democratieën op bezoek gaan in landen waar een dictatuur heerst. En altijd met een toeristenvisum, zegt Kamerlid Frans Timmermans (PvdA), die zelf af en toe in de Kaukakische ex-Sovjetrepublieken opduikt.

,,Natuurlijk'' zegt Timmermans er nooit van te voren bij dat hij met dissidenten gaat spreken. Het is zaak zo weinig mogelijk publiciteit te trekken tijdens dergelijke bezoeken – vanwege de gevaren voor de gesprekspartners. ,,Alles is geoorloofd om dit soort landen om de tuin te leiden'', zegt de PvdA'er.

Dit weekeinde mislukte een poging van de Nederlandse Kamerleden Dittrich (D66) en Ferrier (CDA) en de Spaanse parlementariër Moragas, van de conservatieve Partido Popular, om Cuba te bezoeken. Ze werden op het vliegveld van Havana gearresteerd en voor de keuze gesteld, vertelt Ferrier: naar het vliegtuig of naar de gevangenis.

Ook Timmermans krijgt bij zijn bezoeken aan dictatoriale regimes met tegenwerking te maken – nu eens een visum, dan een transport dat niet te regelen is. Maar Cuba staat wel nummer één op de ranglijst van landen die problemen opleveren, schatten de meeste bezoekers in. In februari 2002 zegde minister Brinkhorst, toen nog op het departement van Landbouw, een officieel bezoek af, omdat de Cubanen weigerden een visum te verstrekken aan CNV-voorzitter Doekle Terpstra. De vakbondsleider onderhield contact met een Cubaanse collega, Pedro Pablo Alvarez, tegen de wens van het regime van Fidel Castro.

De spanningen met Cuba zijn nog toegenomen, sinds de Europese Unie protesteerde tegen het voor jaren vastzetten in 2003 van 75 dissidenten die in Cuba een referendum wilden organiseren. Dittrich merkte dat tijdens een eerder bezoek deze zomer - ook op een toeristenvisum. Hem werd toen toestemming geweigerd om Nederlandse gevangenen op Cuba te bezoeken (het zijn er ongeveer twintig, vooral Antillianen). Dittrich nu: ,,Men zei: dat kan niet, want u bent de leider van een Europese regeringspartij, en Europa doet moeilijk tegen ons.''

Dittrich sprak in juli wel met dissidentenleider Oswaldo Paya, zoals nu ook op het programma stond. En juist vorige week had Dittrich bezoek gekregen van de Cubaanse ambassadeur in Den Haag, die hem excuses kwam aanbieden voor de weigering die hij in de zomer kreeg om Nederlandse gevangenen te bezoeken.

Dittrich gaf voorafgaand geen ruchtbaarheid aan zijn nieuwe reis naar Cuba. Maar aan de voorwaarde van geen publiciteit vooraf was bij deze nieuwe reis niet voldaan, beseft Ferrier. Dat de risico's van mislukking waren gegroeid, was haar vorige week al door het hoofd geflitst. Toen kondigde reisgenoot Moragas, sinds de verkiezingen in maart in Spanje parlementariër voor de partij van ex-premier Aznar, namelijk luid en duidelijk aan in Cuba met dissidenten te gaan spreken. Moragas voerde in Spanje het woord in het debat dat ontstond nadat de huidige regering van de socialistische premier Zapatero had gezinspeeld op een verbetering van de contacten met de Cubaanse autoriteiten.

Dat had de aandacht van de Cubanen getrokken, merkten Ferrier en Dittrich op het vliegveld in Havana. De Cubaanse militaire politie richtte haar gram vooral op hun Spaanse collega. Ferrier is boos dat ook zij werd terugestuurd. ,,Dat Moragas geweigerd wordt, of Dittrich, die al eerder in Cuba was... maar ik? Ik heb alleen als student een eindscriptie geschreven over een Cubaanse dichter, en dat was ook nog een bewonderaar van Castro! Wat heb ík gedaan?'' Volgens Ferrier laat de behandeling die zij in Havana kregen ,,nog eens zien wat voor regime dit is''. De mislukte reis leverde volgens haar nu toch iets op: extra aandacht voor de mensenrechtensituatie in Cuba.

In Spanje heeft Moragas het verwijt gekregen vooral uit te zijn geweest op een publiciteitsstunt. Hij kon voorzien dat hij zou worden geweigerd, zo redeneerden socialistische parlementariërs. D66-leider Dittrich reageert verontwaardigd op de vraag of dit bezoek een opzetje was om aandacht te vestigen op de mensenrechtensituatie in Cuba. ,,Dat is wel een heel cynische vraag. Het is juist zo belangrijk om de dissidenten en de Cubanen te laten zien dat we ze niet vergeten. In Cuba zal nu nooit iemand weten dat wij zijn uitgezet.'' De voorbereidingen voor het bezoek aan Cuba waren volgens Dittrich al lang gaande, voordat in Spanje vorige week ophef ontstond.

Ferrier heeft er geen spijt van dat zij haar reis ondernam in gezelschap van een parlementariër uit een land, dat een moeilijke relatie onderhoudt met het land van bestemming. ,,We moeten dat juist vaker gaan doen, zo kun je extra invloed uitoefenen.'' Bovendien moeten parlementariërs zich er rekenschap van geven dat ze op zijn minst ,,minder machteloos'' zijn dan de slachtoffers en dissidenten die zij bezoeken. Zo'n bezoek heeft zin, vindt zij, al is het maar vanwege de aandacht, en de mogelijkheid te vragen om internationale actie of onderzoek.