Shag, zangzaad en de Playboy

Zes dagen per week rijdt over het terrein van de Penitentiaire Inrichting Vught een SRV-wagen. Maar vanaf 1 november mogen de gedetineerden alleen nog vanuit hun cel boodschappen doen.

,,Boodschappen doen geen pretje?/ Vallen met je netje?/ Leve de man van de SRV/ Van je hiep hiep hiep hoeree.'' Dat zong het Cocktail Trio in de jaren zeventig, toen de langgerekte winkelwagens van Samen Rationeel Verkopen hun hoogtijdagen beleefden.

De SRV-wagen bracht boodschappen tot aan de deur, een uitkomst voor groene weduwen zonder auto. Maar buitenwijken heten tegenwoordig Vinex-locaties en bijna elke Nederlander boven de achttien heeft een auto en dus zijn er nauwelijks meer rijdende winkels. Ze werden omgebouwd tot stacaravan, rijdende bühne of mobiele tandartspraktijk. Slechts een enkele is nog in gebruik als winkelwagen, zoals in de Penitentiaire Inrichting Vught. De wagen is eigendom van justitie en komt het terrein niet af, maar het winkelpersoneel komt van buiten: de SRV-wagen wordt geëxploiteerd door een extern bedrijf.

In Vught is de man van de SRV meestal een vrouw. Zes dagen per week rijdt Hanneke met wisselende collega's over het uitgestrekte gevangenisterrein, dat zeven verschillende units herbergt. Deze maandagmiddag is het Huis van Bewaring voor jongvolwassenen aan de beurt.

Met een ingevulde bestellijst in de ene hand en een lege vuilniszak in de andere staan de gedetineerden klaar als Hanneke de wagen parkeert en de stekker naar buiten gooit: ,,Wie kan hem even in het stopcontact steken, dan kunnen we beginnen.''

Razendsnel verzamelen Hanneke en haar collega de boodschappen die op de lijsten staan, zoals shag, telefoonkaarten, frisdrank, tandpasta, rijst, mayonaise en koffie. Maar ook de Playboy, zangzaad, halal-lamsvlees en verse sinaasappels. Op een rekenmachine tikken ze de bedragen in en kijken op de saldolijst of de gedetineerde wel voldoende geld op zijn rekening heeft staan. En of de bestelling niet boven de honderd euro komt, want dat is het maximum dat je per week mag besteden. ,,Omdat ze op deze unit allemaal werken, mogen ze één of twee euro rood staan'', zegt Hanneke, die al twaalf jaar in Vught werkt. Fysiek vindt ze het werk zwaar, maar de sfeer is relaxed: ,,Regelmatig laten jongens me proeven wat ze gekookt hebben.''

Cash geld is in een gevangenis taboe en om te voorkomen dat telefoonkaarten en sigaretten de rol van geld overnemen, mogen gedetineerden elkaar ook geen spullen geven. Erg streng gaat het vandaag niet toe: sommige gedetineerden die samen op cel zitten doen ook gezamenlijk inkopen en laten Hanneke bij elk van hen de helft van het bedrag opschrijven. Ook de sfeer is los: bestellingen worden aangepast (,,Doe er nog maar twee eieren bij''), spullen geruild (,,Nee, doe toch maar tomatensoep'') en er wordt luidkeels overlegd wat voor kaart de Surinaamse rasta aan zijn vriendin zal sturen. De twee hondjes onder een zilveren maan met de tekst `Samen met jou' verliezen het uiteindelijk van `Neem het niet te zwaar op – dat je weer een jaar ouder wordt'. Want van je eigen emoties moet je niet te veel laten zien in de bajes.

Vanaf 1 november is het afgelopen met de SRV-wagen, dan neemt de gevangenis de verkoop zelf ter hand. En daarbij zal het heel wat strakker toegaan: in de hal van arbeidstherapie maken gedetineerden de bestellingen gereed, vervolgens scannen bewaarders alle boodschappen en stoppen die in een verzegelde box. Een vrachtautootje bezorgt de boxen bij de units en de `klant' moet dan de gescande uitdraai vergelijken met zijn bestellijst en tekenen voor ontvangst.

Dit nieuwe systeem moet een einde maken aan de huidige conflicten tussen gedetineerden en bewaarders over bestellingen die niet kloppen. Bovendien past het goed bij de voortschrijdende versobering van het regime: tot nu toe was winkelen een activiteit waarvoor bewaarders moesten worden vrijgemaakt, vanaf 1 november blijven de gedetineerden gewoon op cel. Ze zullen de SRV-vrouw missen. En de SRV-vrouw hen.