Saxofonist Lake gaat tekeer op niveau

Terwijl je struikelt over de volgelingen van Coltrane, hoor je zelden een saxofonist die zich laat inspireren door Eric Dolphy (1928-1964). Dat kan verschillende oorzaken hebben: het multi-instrumentalisme van Dolphy, zijn positie op de grens van bebop en 'free' en, daarmee samenhangend, de grilligheid van zijn composities.

Oliver Lake (1944), sinds eind jaren '70 ook lid van het World Saxophone Quartet, heeft dus weinig concurrentie te duchten. Dat weerhield hem er zondag in het Amsterdamse BIMhuis niet van er enthousiast tegenaan te gaan. In Hat and Beard, verwijzend naar bassist Charles Mingus bij wie Dolphy enige tijd uitbundig diende, werd ingezet op een hoog niveau. Dat werd niveau bijna continu gehandhaafd in typische Dolphy-thema's als G.W. en Miss Ann, maar ook in enkele stukken van Lake, die net als Dolphy destijds vrijelijk heen en weer fietste tussen 'in' en 'far out'. Wat in lekentaal betekent: wel of niet binnen een vast accoordenschema.

Dat Lake zo goed presteerde, was ook te danken aan zijn band. Trompettist Peck Allmond klonk soms nog wat te timide, maar dat werd ruimschoots goed gemaakt door Reggie Washington op basgitaar en drummer Bill McClellan. De laatste is Nederland nauwelijks bekend, maar ontpopte zich als een krachtig voortzetter van de Elvin Jones-traditie, naar wie het ook nog eens prettig kijken was. Dat laatste gold ook voor Lake zelf. Dat zijn rasta-kapsel inmiddels gereduceerd is tot een magere Chinese staart onderstreepte slechts dat ook zijn schedel er mag zijn.

Dat Lakes Dolphy-liefde nog steeds bloeit bleek uit het aanbod van de BIMhuis platenwinkel, waar zijn tien jaar geleden opgenomen Dedicated to Dolphy (Soul Note 120144) nog steeds te koop bleek.

Concert: Oliver Lake Quartet. Gehoord: 17/10 BIMhuis, Amsterdam. Radio 4: 13/11 en 4/12, 0.02 uur.