PARLEMENTEN DELEN GRAAG STOELEN MET ELKAAR... MAAR DE KLEINE EERSTE KAMER... WEIGERT IN TE SCHIKKEN

De uitbreiding en voortschrijdende integratie van Europa hebben soms verrassende gevolgen voor de nationale democratieën. Dat is deze weken goed te zien bij de hoorzittingen in het Europees Parlement met de aankomende Eurocommissarissen. Het is tegenwoordig dringen geblazen op de paar stoeltjes die bij het EP gereserveerd zijn voor de vertegenwoordigers van de nationale parlementen. Nu eens kan de Pool zitten, dan de Let, de Deen, een van de twee Fransen (Assemblée Nationale of senaat). Niet alleen de nieuwe lidstaten dansen nu mee om de schaarse stoelen. Ook sommige lidstaten van het eerste uur hebben nog maar kort een eigen parlementaire vertegenwoordiger in Brussel. Namens de Eerste en Tweede Kamer zit pas sinds anderhalve maand oud-griffier in de Tweede Kamer Jan Nico van Overbeeke in Brussel.

Nu is de zitorde bij het horen van Europese commissarissen eenvoudig. Bij Neelie Kroes (Mededinging) mag de Nederlander zitten, bij Dalia Grybauskaite (Begroting) de Litouwer. Maar ook bij andere onderwerpen, van milieu tot spoorwetgeving, is er geen ruzie, vertelt Van Overbeeke. Integendeel, elke morgen komen de vertegenwoordigers bijeen om de stoelen in de verschillende vergaderzalen te verdelen – en het werk. 's Avonds brengen ze verslag uit. De nationale parlementen beginnen in Europa samen te werken.

Dat is een ontwikkeling van niet te onderschatten belang. Want als de Europese grondwet straks in werking treedt, krijgen de nationale parlementen een nieuwe, en deels gezamenlijke taak. Elk wetsvoorstel dat de Commissie maakt, moeten de nationale parlementen straks binnen zes weken toetsen op subsidiariteit en proportionaliteit – met andere woorden: de nationale parlementen kunnen zich tevoren uitspreken of het onderwerp zich leent voor wetgeving op Europees niveau, en hoe ver deze wetgeving moet gaan. Als eenderde van de nationale parlementen in de EU zich tegen een voorstel keert, moet de Europese commissie zich opnieuw beraden.

Nationale parlementen raken zo meer betrokken bij Europese besluitvorming. De nieuwe procedure betekent dat nationale parlementen zich straks niet meer kunnen verschuilen achter `Brussel': als een nieuwe Vogelrichtlijn de aanleg van pakweg een vliegveld of windmolenpark belemmert, zijn de Kamers vanaf een vroeg stadium medeverantwoordelijk.

Maar daar staat een hoop werk tegenover, dat met haast moet worden uitgevoerd. En snelheid is niet het sterkste punt van parlementen. Bovendien zijn de parlementen zelf nog niet zo gewend aan samenwerken als hun gezanten in Brussel. Zo wordt er al tijden gewerkt aan een interparlementaire website (ipex), maar die is nog altijd niet online.

Ook binnenlands komt er samenwerking aan tussen Eerste en Tweede Kamer. Formeel hoeft het niet. Straks krijgt elk land twee stemmen – in landen met een bicameraal parlement voor beide Kamers elk één. De 75 senatoren die één keer per week bijeenkomen, krijgen zo dus een even zware stem als de 150 Tweede-Kamerleden met het politieke primaat en bijbehorende dagelijkse drukte.

Vorige week bracht een gemengde commissie van Tweede- en Eerste-Kamerleden advies uit aan de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer over hoe dit aan te pakken. Samengevat komt het erop neer dat een permanente gemengde commissie van de twee Kamers alle Europese wetsvoorstellen moet gaan beoordelen. Vervolgens betrekken zij de betreffende vakcommissies in de Kamers – zoals de vaste commissie Justitie, Landbouw, of Milieu – in de procedure. ,,Alle Kamerleden krijgen zo een stuk meer met Europa te maken'', zegt Tweede-Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA), voorzitter van de voorbereidende gemengde commissie. Voor de leden van de permanente gemengde commissie lonkt straks veel invloed, meent Van Dijk. ,,Je hebt weet van alles wat er op Europees niveau gebeurt.''

Daar staan wel een paar nadelen tegenover. Elke twee weken komen er nieuwe wetsvoorstellen uit Brussel. Dat is zóveel dat vergadervrij er voor leden van deze commissie niet meer in zit. Zo blijft er bovendien weinig tijd over voor de levensbehoefte van Kamerleden om de pers te halen. ,,Misschien haal je met twee van de tweehonderd voorstellen in een jaar de publiciteit'', voorspelt Van Dijk opgewekt. Dat recent academisch onderzoek bovendien uitwees dat slechts 16 procent van de nationale wetgeving uit de EU komt, noemt de commissie ,,niet interessant''. Ook de puur nationale wetgeving moet zich bewegen binnen de grenzen van Europese richtlijnen, redeneert zij.

Maar hoe gaat het met de samenwerking wanneer de gemengde commissie er niet uitkomt? Een paar maanden terug speelden Van Dijk en zijn commissie nog met een ingrijpende oplossing. Hij opperde dat de Kamers vaker samen in Verenigde Vergadering bijeen zouden komen, namelijk steeds als een onderwerp in de gemengde commissie tot onoplosbare verdeeldheid zou leiden. Dan zou de Tweede Kamer, met 150 leden, alsnog twee keer zwaarder wegen dan de 75 senatoren.

Deze vernieuwing is niet terug te vinden in het rapport. Beide Kamers nemen straks gewoon hun eigen beslissingen. De Eerste-Kamerleden bleken een stuk minder enthousiast. En de Verenigde Vergadering was toch ook te ingrijpend, zegt Van Dijk. De Staten-Generaal komen nu alleen bijeen voor de opening van het parlementaire jaar (Prinsjesdag), voor koninklijke huwelijken en begrafenissen. En om een ander land de oorlog te verklaren. ,,Maar het gaat te ver om te zeggen dat we oorlog gaan voeren met de Europese Commissie'', meent Van Dijk.

Volgens critici is het zelfs de vraag hoeveel invloed de nationale parlementen hoe dan ook krijgen met de nieuwe procedure – áls de Europese grondwet al langs de nationale referenda in de EU komt. Want ook wanneer een derde van de nationale EU-parlementen zich tegen voorgenomen Europese wetgeving keert, is de Europese Commissie niet verplicht bakzeil te halen. Ze moet met de bezwaren alleen ,,rekening houden''. Verandert de Commissie niets, dan kunnen de nationale parlementen naar het Europees Hof van Justitie in Luxemburg stappen. Maar van dat beroep valt weinig te verwachten, zo waarschuwde vertrekkend advocaat-generaal bij het Hof Geelhoed de commissie-Van Dijk al. Het Europees Hof is er niet om de strijd tussen politieke organen te beslechten.

De nationale parlementen zullen het dus helemaal zelf moeten doen. De Denen hebben inmiddels voorgesteld zoveel mogelijk op te trekken met andere Europese landen. Zij stellen voor om daarvoor gebruik te maken van het secretariaat dat de commissies van Europese Zaken van de nationale parlementen al in Brussel hebben: de Cosac.

Maar dat ,,activistisch puntje'' gaat Van Dijk te ver. ,,Het is niet de bedoeling dat nationale parlementen actief bij elkaar steun gaan werven om Europese wetten te blokkeren. Het gaat om de gevoelens van het eigen parlement.''

De Tweede en Eerste Kamer zijn tot 25 en 26 oktober met herfstreces.