Moslims bang voor radicalisering jeugd

De middenklasse van de moslims in Europa ziet met lede ogen aan hoe jongeren zich aangetrokken voelen tot radicale geestelijk leiders. ,,Er moet een Europese islam komen.''

Het is hoog tijd dat Turkije en Saoedi-Arabië ophouden met het exporteren van imams naar West-Europa. De Europese moslimelite vreest dat deze imams een remmende, soms radicaliserende, werking hebben op de integratie van islamitische jongeren. Moslims in Europa hebben grote behoefte aan islamitische geestelijken die de lokale taal spreken en bekend zijn met de gebruiken van de West-Europese landen, waarin ze leven. Dat is de conclusie van een onderzoek dat de Deens-Amerikaanse wetenschapper Jytte Klausen, politicoloog aan de Brandeis University in Boston, de afgelopen jaren heeft gehouden onder de moslimelite in zes West-Europese landen, waaronder Nederland.

,,West-Europese regeringen doen er goed aan zelf te investeren in het opleiden van islamitische imams en wetenschappers in hun landen'', aldus Klausen. ,,Alleen op deze manier kan een gematigde Europese islam ontstaan, die gebaseerd is op Europese waarden.'' Klausen is een van de deelnemers aan de reeks Europadebatten, die door het Tilburgse Nexus Instituut op initiatief van Nederland als voorzitter van de Europese Unie worden gehouden (zie inzet). ,,De ontwikkeling in het Westen van een islamitische geestelijkheid is noodzakelijk om aan de behoeften van een sociaal mobiele en toenemend beter opgeleide moslimgemeenschap tegemoet te komen'', zei Klausen onlangs in Warschau, waar de tweede van vijf Europaconferenties werd gehouden.

De Deens-Amerikaanse politicologe heeft de afgelopen jaren uitvoerig gesproken met 250 vertegenwoordigers van moslims die actief zijn in de landelijke en lokale politiek, en in maatschappelijke en culturele organisaties in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Denemarken, en Zweden. De meesten van de politiek en maatschappelijk actieve moslimmigranten, die ze gesproken heeft, zijn afkomstig uit de middenklasse en waren al politiek actief voordat ze naar Europa kwamen.

Klausen wilde weten of de opvattingen kloppen dat moslims in West-Europa niet zouden willen integreren en geen Europese waarden zouden willen accepteren.,,Deze veronderstelling is onjuist'', zegt Klausen. De ruime meerderheid van de moslims, tweederde, wil wel degelijk integreren, blijkt uit haar onderzoek. ,,Ze voelen zich Europeaan en ze verachten het islamitische fundamentalisme.''

De ondervraagde moslims maken zich grote zorgen over de opleving van een neotraditionele islam in West-Europa, die steeds meer moslimjongeren aantrekt. ,,Een groeiend aantal jonge moslims voelt zich in West-Europa in toenemende mate buitengesloten'', zegt Klausen. Na de terreuraanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 door islamistische extremisten is de alledaagse discriminatie toegenomen, stelt Klausen vast. Vooral in Nederland en Denemarken heeft het debat (islamscholen, hoofddoekjes, criminaliteit, immigratie) volgens haar ,,lelijke trekken'' gekregen.

Moslimvertegenwoordigers in de Tweede Kamer uitten tegen Klausen de zorg over hun eigen kinderen. Zij vrezen toenemende sociale uitsluiting van jongeren, die vervolgens hun toevlucht zoeken bij elkaar, op de universiteit en in de moskee. Deze zorgen worden gedeeld door de meerderheid van de West-Europese moslims die Klausen heeft ondervraagd. In Nederland heeft ze gesproken met moslims die actief zijn in maatschappelijke (migranten)organisaties, met leden van de Tweede Kamer en met afgevaardigden in de Amsterdamse en Rotterdamse politiek.

,,Steeds meer moslimjongeren stuiten op wantrouwen in de samenleving. Ze voelen zich vervreemd en zoeken houvast in de moskee, waar ze in de armen vallen van meestal traditionele imams die de lokale taal niet spreken en niet bekend zijn met de normen en waarden van het land waarin ze leven'', zegt Klausen. De ondervraagde moslimelite die ze gesproken heeft – ook imams – beklaagt zich over de onwetendheid en de lage opleidingen van de meeste imams in West-Europa. Dat geldt voor Nederland net zo goed als voor Frankrijk, Duitsland, Denemarken en Groot-Brittannië.

Nederland telt ongeveer een miljoen moslims, het aantal imams wordt op vier- tot vijfhonderd geschat. In totaal kent Nederland ruim 450 moskeeën, Zweden 250, Denemarken 150 en Groot-Brittannië zo'n 1.500. In een proefschrift van Oussama Cherribi in Nederland werd vier jaar geleden al de conclusie getrokken dat imams en de westerse samenleving `volslagen vreemden voor elkaar waren'. De imams waren dogmatisch en als de dood voor moderniteit, stelde Cherribi vast. Dat geldt ook voor de moslimelite uit de vijf overige landen, blijkt uit het onderzoek van Klausen. Zij zien veel imams als ,,onacceptabel'' en zelfs ,,gevaarlijk'' omdat ze moslimjongeren alleen vertrouwd maken met de traditionele vormen van islam. Een mengeling van sociaal-economische en culturele discriminatie leidt bij een groeiende groep jonge moslims tot woede en verbittering. Klausen constateerde dat ouders van moslims uit de arbeidersklasse erg bang zijn dat hun kinderen het criminele pad op gaan. En islamieten uit de middenklasse vrezen dat hun zonen of dochters in handen vallen van politieke radicalen met fundamentalistische opvattingen over de islam.

,,We moeten ons zorgen maken over de mogelijke ontwikkeling van terroristische groepen in West-Europa'', zegt Klausen. Een mengeling van sociaal-economische en culturele discriminatie leidt bij steeds meer jonge moslims tot woede en verbittering.

Klausen verwijst naar de grote populariteit in Europa van de Zwitsers-Franse moslim Tariq Ramadan onder de tweede generatie jongeren, die met zijn opvattingen over een terugkeer naar een traditionele islam appelleert aan een groeiend zelfbewustzijn bij de moslimjeugd.

Klausen voorziet dat de huidige ontevredenheid van Europese moslims kan leiden tot de ontwikkeling van een Europese islamitische studentenbeweging, die vergelijkbaar is met die uit de jaren zeventig in West-Europa en die ook radicale extremistische afsplitsingen zal kennen.

Ook de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) stelt in haar jongste jaarverslag dat in Nederland onder druk van `11 september' de ,,inter-etnische verhoudingen steeds meer onder druk'' komen te staan. De standpunten zijn verhard en in sommige kringen spelen zich in versneld tempo radicaliseringsprocessen af.

,,Restrictieve omgang met de islam kan radicalisering en extremisme stimuleren'', zegt Klausen. Juist daarom is het volgens de door haar ondervraagde moslims zo belangrijk dat de regeringen in West-Europa serieus investeren in eigen opleidingen voor imams en wetenschappers. Klausen: ,,Gebeurt dat niet, dan snijden West-Europese landen zichzelf in de vingers. Dan maken ze de ontwikkeling van een gematigde islam in Europa onmogelijk en worden moslimextremisten in de kaart gespeeld.''