Kritiek Kamerleden op OM en Justitie

Kamerleden hebben in hun reacties op de vrijspraak voor Eric O. vooral kritiek op het ministerie van Justitie en het openbaar ministerie. ,,Een pijnlijke misser van het OM'', zegt CDA'er Kortenhorst. ,,In het begin blies men hoog van de toren, werd van doodslag gesproken. Later ging het alleen nog over de vraag of de instructie was gevolgd. En ook dat is aan flarden geschoten'', aldus Kortenhorst.

Kortenhorst en zijn PvdA-collega Wolfsen noemen het positief dat de geweldsinstructie voor de militairen volgens de rechters duidelijk is. De PvdA verwacht nu op korte termijn ,,een grondige analyse'' van de ministers van Defensie en Justitie. Wolfsen wijst er op dat minister Donner de aanpak fiatteerde. ,,Hier moet een debat over komen''. Kortenhorst meent dat uit dit vonnis ,,voor het OM lessen te leren zijn, vooral dat iemand niet direct als verdachte moet worden neergezet''.

VVD-Kamerlid Van Baalen was vanmorgen aanwezig bij de uitspraak. ,,Ik ben ongelooflijk blij voor Eric O. en voor alle uitgezonden militairen. Een soldaat hoeft dus niet in detail het bewijs te leveren dat hij onschuldig is.'' Hij zegt ,,zeer teleurgesteld te zijn over het OM en het optreden van procureur-generaal De Wijkerslooth''. Bij de begrotingsbehandeling van Defensie zal hij de minister vragen of het OM een speciaal `sprintteam' moet samenstellen dat in moeilijke omstandigheden in het buitenland kan optreden.

D66-Kamerlid Bakker grijpt net als Van Baalen het vonnis aan om de opheffing van de militaire rechtspraak weer ter discussie te stellen . ,,Hebben we het nu goed geregeld? Ik denk dat we misschien toch weer zoiets als een militaire rechtbank moeten hebben. Bij de begrotingsbehandeling moeten we daarover praten met minister Kamp'', aldus Bakker. Hij wijst er op dat het OM in deze zaak over ,,weinig voorafgaande kennis'' beschikte. De sergeant-majoor ,,is te vroeg aan de hoogste boom opgehangen'' en de reputatie van procureur-generaal De Wijkerslooth is op het spel gezet.

Ook de militaire vakbond VBM/NOV vindt dat het bij het openbaar ministerie aan militairjuridische expertise bij de beoordeling van dit soort incidenten ontbreekt. ,,Uitbreiding van die expertise'', aldus een woordvoerder van VBM/NOV, ,,maakt het beter mogelijk om objectief te beoordelen of bij dergelijke incidenten sprake is van overtreding van resoluties van de Verenigde Naties of geldende rules of engagement.''