Isolement voor tien procent Nederlanders

Eén op de tien volwassen Nederlanders heeft te maken met sociale uitsluiting. De meest voorkomende oorzaak hiervan is een slechte gezondheid. Een laag inkomen is minder bepalend. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat vandaag is gepubliceerd.

In het onderzoek Sociale uitsluiting in Nederland definiëren de onderzoekers sociale uitsluiting als `er niet bij horen', `onvoldoende bereid en in staat zijn te participeren in economische en sociale verbanden'. Daarin onderscheiden zij te weinig deelname aan het sociale leven, tekorten op financieel en materieel gebied, en onvoldoende toegang tot onderwijs, huisvesting, zorg en veiligheid.

Van de 860 respondenten gaf ongeveer tien procent aan slechts een beperkt informeel sociaal netwerk te hebben voor ondersteuning in tijden van nood. Ook heeft tien procent voortdurend zorgen over de financiële situatie van het huishouden. Andere kenmerken van sociale uitsluiting zijn onder andere een beperkte sociale betrokkenheid, onvoldoende naleving van algemene waarden en normen, afwijkende opvattingen over de rechten en plichten van mannen en vrouwen, financiële drempels voor zorg en onderwijs en bij allochtonen onvoldoende contact met autochtonen.

Als oorzaak geldt in de eerste plaats een slechte lichamelijke of geestelijke gezondheid. Pas in de tweede plaats is een laag inkomen bepalend voor sociale uitsluiting.

De belangrijkste risicogroepen voor sociale uitsluiting zijn alleenstaande ouders, uitkeringsontvangers, mensen die werkloos zijn geweest, niet-westerse allochtonen en mensen met een slechte beheersing van het Nederlands. Voor deze groepen liggen de percentages hoger: ruim dertig procent van hen heeft te maken met sociale uitsluiting. Van de alleenstaande ouders zegt 36 procent een tekort aan sociale contacten te hebben en heeft een evengrote groep voortdurend zorgen over de financiële situatie. Ontvangers van een uitkering zien niet zozeer hun lage inkomen als een beperking, maar vooral het feit dat zij een uitkering ontvangen.

Opvallend is dat ouderen minder kwetsbaar blijken voor sociale uitsluiting dan gedacht. Weliswaar ervaren zij relatief vaak een gebrek aan sociale contacten, anderzijds hebben zij veel minder financiële problemen dan jongere mensen en hebben zij een betere toegang tot maatschappelijke instanties voor bijvoorbeeld zorg en huisvesting. Ook bleek dat vrouwen niet vaker te maken hebben met sociale uitsluiting dan mannen.

Volgens de onderzoekers is het hebben van betaald werk minder belangrijk voor het bestrijden van sociale uitsluiting dan in Europees beleid wordt verondersteld. Het verbeteren van de gezondheid zien zij daarom als een effectiever middel dan het bestrijden van de werkloosheid. Zij spreken hun zorg uit over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waarin vanaf 2006 lichtere steun is ondergebracht. De wet heeft als uitgangspunt dat mensen zoveel mogelijk hun eigen problemen oplossen, met behulp van hun sociale omgeving.