Hete herfst, frisse wind

Buiten koelt het al behoorlijk af, maar binnen de vergaderkamers van de sociale partners en het kabinet is de herfst nog heet. De lawine aan kabinetsplannen voor de arbeidsmarkt, van de vervroegde uittreding tot sinds afgelopen week het minimumloon, dreigt te leiden tot een onontwarbaar kluwen van argumenten, betrokken stellingen en persoonlijke animositeit. Maar voor wie het wil zien, is er perspectief. De jongste gegevens over de arbeidsmarkt zijn gunstiger dan de crisissfeer rondom de kabinetsplannen suggereert.

Vorige week berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de werkloosheid in de drie maanden tot en met september met 18.000 personen is gedaald. Het laat zich aanzien dat de werkloosheid in de eerste maanden van dit jaar haar hoogtepunt bereikte en nu op weg is naar beneden. Belangrijker nog is dat de jeugdwerkloosheid meevalt. De piek in de zomer, veroorzaakt door schoolverlaters, was dit jaar lager dan gebruikelijk. De Centra voor Werk en Inkomen signaleerden vorige week een afname van het aantal werkzoekenden, die het meest geprononceerd is bij de jongeren. Dat was reden om te spreken van een `omslag op de arbeidsmarkt'. Los daarvan werd bekend dat per eind juni het aantal bijstandsuitkeringen stabiel bleef, de toename van het aantal werkloosheidsuitkeringen temperde en de arbeidsongeschiktheid verder daalde.

Werkloosheidsgegevens vallen dikwijls makkelijk ten prooi aan uiteenlopende interpretaties. Maar als zowel het CBS als de CWI hun voorbehoud laten varen, mag worden gesignaleerd dat het ergste voorbij is. Nu zijn uit de kennelijke omslag op de arbeidsmarkt verschillende conclusies mogelijk. Een is dat de situatie zodanig meevalt dat de urgentie die het kabinet uitstraalt misplaatst is. Zo slecht gaat het eigenlijk niet meer, dus waarom al die harde ingrepen op de arbeidsmarkt? Hoe verleidelijk ook, die gevolgtrekking is misleidend. Het gaat bij alle gepresenteerde plannen niet over ontwikkelingen op de korte termijn, maar over het antwoord op problemen die de eerstvolgende decennia structureel spelen.

Een betere gevolgtrekking is dat juist het voorzichtig aantrekken van de arbeidsmarkt behulpzaam kan zijn bij het doorvoeren van voorbereidingen op de vergrijzingsgolf. Ingrepen in de arbeidsmarkt zijn minder pijnlijk als de arbeidsmarkt gezond is. Of het nu gaat om het verlagen van het minimumloon, het vernauwen van de definitie van arbeidsongeschiktheid of het in praktijk afschaffen van de fiscale bevoordeling van vervroegde uittreding. Als het aantal werkenden moet toenemen om het groeiende aantal niet-actieven te kunnen blijven bekostigen, dan komt het goed uit als de arbeidsmarkt over het vereiste absorptievermogen beschikt. Voor alle partijen in het conflict – werkgevers, werknemers en kabinet – is dat reden te meer zich constructiever op te stellen.