Gergjev belicht droom en drama in Tsjaikovski

Tweehonderdvijftig bomen maken van De Doelen een Russisch berkenbos met verdorrende blaadjes. In de hal beneden worden Russische hapjes geserveerd en schenkt men wodka. De foyers boven zijn ingericht als 19de eeuwse Russische salons, met rode gordijnen en goudgelijste portretten en schilderijen.

Valery Gergjev, de Russische chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, begon zaterdag in deze passende fin-de-siècle-sfeer aan de negende aflevering van zijn Gergjev Festival, dit keer gewijd aan `de wereld van Tsjaikovski' met concerten, films, ballet en toneel.

In Tsjaikovski's muziek liggen onbekommerde uiterlijke opschik en dreigend onheil dicht bijeen. Slechts gescheiden door tal van exquise nuances en de tussentinten van sterk wisselende stemingen vormen ze elkaars keerzijden. Dat was al het geval in het openingsstuk, een soms bijna al te heftig gespeelde fantasie-ouverture Romeo en Julia waarin de gelieven op noodlottige wijze sterven. En die dubbelzinnigheid duurt voort tot zaterdag in het slotstuk, de Zesde symfonie `Pathétique', eindigend in een schokkende catastrofe. Ook in de Vierde symfonie, waarmee het openingsconcert op treffende wijze werd afgesloten, liggen triomfantelijk geschetter, spanning, drama, droom en doodsangst in elkaars verlengde.

In Tsjaikovski's Vioolconcert prevaleren weemoed, mijmering en elegantie. Ze werden door solist Nikolaj Znaider gespeeld met superieure fijzinnigheid, een zachte, warme toon en onvergetelijk slanke lange hoge noten. In het eerste deel liepen de opvattigen van solist en dirigent nogal uiteen. Het orkest speelde al te uitbundig en `groots', maar daarna zat iedereen op Znajders lijn.

Gisteravond klonken in een programma rondom de `Russische identiteit' ook veel verwijzingen naar volksmuziek, naast muziek van andere componisten, Glinka en Sibelius, waaronder het Tsjaikovskiaanse tweede deel uit diens Eerste symfonie. De Russische bariton Sergej Leiferkus zong drie aria's uit de opera De demoon van Anton Rubinstein. Ze klonken bedrukt en met gedempte stemverheffing alle in de sector `sober en somber'. De titels Huil niet meisje, Op de hemelse oceaan en Ik was het, die je hoorde in de nacht zeggen genoeg.

Maar Tsjaikovski, de held van het festival, bewees zich moeiteloos in dit gezelschap met zijn Tweede symfonie, `de Klein-Russische', en werd daarbij geholpen door Gergjev, de ster van het festival. Die toverde daartoe soms weer zijn micro-dirigeerstokje tevoorschijn, ter grootte van een forse lucifer. Energie, présence en gezag straalden hier van hem af. Hij scherpte de contrasten aan, etaleerde een grote variëteit aan klank en schiep zo'n plezier in de passages met tetterende circusmuziek dat je buitelende acrobaten nauwelijks miste. Toch heeft al die extraverte bombarie een extra betekenis. Achter de brille ligt de duisternis, die soms even hoorbaar wordt in een plots moment van hallucinatie.

Gergjev Festival. Gehoord: 16 en 17/10 De Doelen, Rotterdam. Concerten, films, ballet en toneel aldaar t/m 23/10. Radio 4: 21, 23/10 20 uur. Inl.: www.gergievfestival.nl. Res.: (010) 2171717.